Skythen in een gebied zonder landkaarten

Detail van een replica van het Pazyryk-tapijt (Tapijtmuseum, Teheran)
27 september 2021

Een dezer dagen neemt Jean Bourgeois afscheid van de Gentse universiteit. Hij is in Nederland niet zo bekend, maar hij is een van degenen die zich heeft beziggehouden met archeologische luchtfotografie. Vooral de foto’s uit de Eerste Wereldoorlog hebben de aandacht getrokken, al was het maar omdat zo is vastgesteld dat de kaarten waarop de soldaten destijds hun posities intekenden, substantiële fouten bevatten. Met deze foto’s zijn echter ook zo’n vijfhonderd omwalde hoeven (“moated farms”) uit de Middeleeuwen ontdekt. Dit onderzoek loopt nog steeds en als u iets van de resultaten wil zien, is er dit prachtige boek van Birger Stichelbaut en Piet Chielens.

Skythen in de Altaj

In het midden van de jaren negentig raakte Bourgeois betrokken bij onderzoek in Centraal-Azië, meer precies in de Altaj. Deze regio (drie keer België, twee keer Nederland) is waar Rusland, Kazachstan, China en Mongolië samenkomen. Omdat de Sovjet-Unie er niet op zat te wachten informatie weg te geven aan China, zijn er van dit grensgebied geen goede landkaarten. Omgekeerd heeft China niet zo’n behoefte om informatie te delen over het leefgebied van de Oeigoeren. Ook hier geen landkaarten dus. Dit is voor een oudheidkundige natuurlijk een handicap van de eerste orde. Temeer daar de Altaj belangrijk is. Hier bestaat namelijk nog nomadisme.

Het zou onaardig zijn te zeggen dat de mensen hier sinds de Vroege Bronstijd geen enkele ontwikkeling hebben doorgemaakt. Hun huidige levenswijze biedt echter wel inzicht in het diepe verleden van een cruciale regio. Cruciaal, want Centraal-Azië lag niet in de periferie van de klassieke, de Iraanse en de Chinese beschavingen, maar was het centrum van een wereldsysteem met een Chinese, Iraanse, Griekse en Romeinse periferie. In de achtste eeuw v.Chr. begon hier de westwaartse migratie van de groepen die de Griekse auteurs aanduidden als de Skythen. In Perzische teksten heten ze Saken. Die westwaartse migratie is een soort historische constante geweest. De Hunnen, Avaren en Turken zijn andere groepen die vanuit het koude, droge Siberië trokken naar het vochtigere en warmere westen.

Onderzoek

Kortom, een interessant gebied. Evengoed was het onhandig dat er geen landkaarten waren, maar hier kwamen de foto’s van pas van de Corona-satellieten waarover ik al eens blogde. De Amerikanen hadden immers alle belangstelling voor de grenzen van de Sovjet-Unie. Door foto’s te combineren – de vakterm is fotogrammetrie – was het mogelijk ook het reliëf te reconstrueren en grafheuvels terug te vinden. Dat klinkt misschien niet heel opwindend, maar erg veel meer laten nomaden nu eenmaal niet achter in het landschap. Vooruit, er zijn ook stèles, altaren, omsluitingen (enclosures) en rotstekeningen.

Een kleine honderd jaar geleden is Sovjet-archeoloog Sergej Rudenko begonnen met het wetenschappelijk onderzoek naar de grafheuvels bij Pazyryk. Die opgraving is voortgezet in de jaren veertig en negentig en geldt als een van de belangrijkste sites van de Skythen. In 1993 heeft Natalia Polosmak in dezelfde regio de Oekokprinses gevonden. Het graf was door een ijslens bedekt, zodat het organisch materiaal fenomenaal goed bewaard is gebleven. De Oekokprinses is het Skythische equivalent van Ötzi uit de Alpen.

De vondsten uit de opgegraven grafheuvels zijn vaak adembenemend. De archeologen vinden niet alleen gouden voorwerpen, maar ook de resten van paarden en mensen, wapens, edelsmeedwerk, weefsels en zelfs tapijten. Die laatste zouden weleens uit Perzië afkomstig kunnen zijn en zouden door het uitwisselen van geschenken naar de Altaj kunnen zijn gebracht. (De foto hierboven geeft een indruk.)

Bias

Je zou denken dat het bij de Skythen alles goud is wat blinkt, maar Bourgeois, die ik een paar weken geleden sprak, wijst op een vertekening. De grootste grafheuvels trekken als eerste de aandacht. We leren zo van alles over kleuren, over de antieke vegetatie en over de luxe waarmee nomadenvorsten zich konden omringen, en daar is niets mis mee, maar de gewone vrouwen en mannen blijven buiten beeld. Om van bedienden en slaven nog maar te zwijgen.

Bourgeois is betrokken geweest bij niet minder dan vijftien expedities naar de Altaj. Het gaat in de archeologie echter steeds minder om de vondsten, hoe spectaculair ook. “Opgraven is eigenlijk het slechtste wat je kunt doen,” zoals Bourgeois terloops liet vallen. Het gaat steeds meer om de analyse van het landschap als geheel. Met satellietfoto’s en LIDAR-scans zijn tientallen valleien gekarteerd. Zonder de spade in de grond te steken, is bijvoorbeeld vast te stellen dat de grafheuvels vaak in noord-zuid-lijn liggen, met in het westen kleine offerplaatsen en in het oosten zogeheten balbals. Dat zijn rechtopstaande stenen die overwonnen krijgers representeren.

Opgraven of niet?

Maar ook al is opgraven eigenlijk het slechtste wat je kunt doen, niet opgraven is niet altijd mogelijk. Het permafrost, dat allerlei graven perfect beschermde, is aan het ontdooien en je wil het erfgoed toch beschermen. De reflex “opgraven voor het verloren gaat” is sterk, maar een alternatief is het plaatsen van koelingsbuizen.

Altaj is niet het eerste waaraan u zult denken bij de oude wereld. Dat ik bij dit stukje geen foto kan plaatsen van een origineel voorwerp uit die regio, is representatief voor het gegeven dat in elk geval ik niet de juiste musea heb bezocht en de Skythen lange tijd heb onderschat.

Deel dit blog:
Foto van de dag: Skythische ruiters

Vaaschildering van Skythische ruiters (Mon Repos, Korfu) [Meer foto’s hier.]

Foto van de dag: Skythische gordel

Een Skythische gordel uit Darevka [Meer foto’s hier.]

Hellenistisch Babylon

Beeldje van een kind uit Babylon, eerste of tweede eeuw n.Chr. (Louvre, Parijs) Alexander de Grote had het Perzische Rijk, Read more

Charax, een stad van Alexander de Grote

Een waterkering in Charax In het voorjaar van 324 v.Chr, stichtte Alexander de Grote een nieuwe stad op een kunstmatige Read more


Categoriën: Prehistorie