Siciliaanse scheepsrampen

Model van een enterbrug (Martin Lokaj)
26 april 2021

Een tijdje geleden wijdde ik twee stukjes aan de expeditie van de Romeinse consul Regulus naar Tunesië. Na een vlootoverwinning op de Karthagers stak hij over naar het huidige Kelibia, plunderde onder andere Kerkouane, versloeg zijn tegenstanders, veroverde Tunis en werd uiteindelijk in 255 v.Chr. door de Spartaanse huurling in Karthaagse dienst Xanthippos verslagen. Ik heb er morgen ook nog iets over te vertellen, maar vandaag iets anders.

Storm

Regulus’ expeditieleger werd geëvacueerd door een Romeinse vloot, die echter in de Siciliaanse wateren verging. Slechts tachtig van de 364 schepen zouden de natuurramp hebben doorstaan. In 253 gebeurde dat nog eens: nog een uit Afrika teruggekeerde vloot liep op de klippen. Weer gingen 150 schepen naar de kelder. Vier jaar later, in de vroege zomer van 249, was het opnieuw raak en daarna zagen de Romeinen voor enkele jaren af van vlootexpedities. Als het waar is, moeten tienduizenden mannen zijn verdronken. En vermoedelijk is het waar. De door Titus Livius overgeleverde censuscijfers tonen namelijk dat het aantal geregistreerde burgers, aan het begin van de Eerste Punische Oorlog nog 382.234, in het jaar 253 was teruggelopen tot 297.797. Of dat voor of na de tweede ramp is gemeten, weet ik niet, maar het verlies aan mensenlevens was catastrofaal.

Uiteraard kan het gewoon toeval zijn, drie heftige stormen in zeven jaar. Maar het gaat om wel heel zeldzaam heftige stormen. Het is logisch dat oudheidkundigen zich hebben afgevraagd of er niet toch iets meer aan de hand is geweest en een mogelijke verklaring is dat de enterbruggen (zie plaatje hierboven) de Romeinse schepen topzwaar maakten, zodat ze bij een geringe bries al in de problemen raakten. Dus geen zeldzaam heftige storm. Deze verklaring veronderstelt echter dat de oorlogsbodems, zelfs als er geen vijand in zicht was, voeren met de brug opgetakeld, klaar voor een aanval. In feite zal de enterbrug op het dek hebben gelegen.

Klimaatonderzoek

Ik vraag me zelf af of er niet toch iets met het weer aan de hand kan zijn geweest.

Zoals u weet zijn jaarringen niet alleen handig om houten voorwerpen te dateren, maar helpen ze ook om uitspraken te doen over het klimaat. De dikte van jaarringen helpt om vast te stellen of bomen makkelijk groeiden en stelt onderzoekers dus in staat uitspraken te doen over vochtigheid en temperatuur. Het is ook mogelijk in jaarringen de beryllium-isotoop 10Be te vinden, die een aanwijzing biedt voor de zonneactiviteit. Als deze afneemt, koelt de aarde een beetje af.

Er zijn meer methoden om het antieke klimaat en klimaatverandering te reconstrueren, zoals kijken naar de expansie en terugtrekking van gletsjers, stuifmeelonderzoek om antieke vegetaties te reconstrueren, de bestudering van ijslaagjes (die ook 10Be bevatten) en de isotoop-analyse van stalagmieten. Heel interessant zijn ook kleitabletten die de jaarlijkse opening van kanalen in de Eufraat en Tigris documenteren, en dus aangeven wanneer de sneeuw begon te smelten in Armenië. In de laatste twee decennia is zo steeds meer duidelijkheid ontstaan over het antieke klimaat. Dat onderzoek is nog in volle gang maar het staat vast dat er verschillen waren tussen toen en nu.

Klimaatverandering

Wat we momenteel denken te weten is dat in de derde eeuw v.Chr. een einde was gekomen aan een fase van relatief geringe zonneactiviteit en iets lagere temperaturen. De temperaturen in het Middellandse-Zee-gebied begonnen wat te stijgen en de gletsjers weken terug, terwijl in oostelijk Europa de temperatuur afnam. In Noord-Frankrijk, Midden-Europa en het Iberische Schiereiland werd het wat vochtiger.

Dit patroon is herkenbaar: het suggereert een afname van de Noord-Atlantische Oscillatie, wat een deftige manier is om te zeggen dat het verschil kleiner werd tussen het hogedrukgebied dat meestal boven de Azoren ligt en het lagedrukgebied dat meestal boven IJsland ligt. Dit betekent dat de westenwind die vanaf de Atlantische Oceaan naar Ierland waait, in kracht afneemt. Anders gezegd: de eerste helft van de derde eeuw v.Chr. werd gekenmerkt door wat fluctuaties, die voorafgingen aan de stabiele periode die bekendstaat als het Romeinse Klimaat-optimum.

Verouderde zeemanswijsheden

Het is denkbaar dat de afname van de westenwind een blokkade wegnam, waardoor de zuidenwind wat makkelijker vrij spel kreeg en het inderdaad vaker stormde in de wateren rond Sicilië. Een klimaatverandering die denkbaar is, is echter niet per se bewijsbaar. Dat kan nog eens gebeuren, maar voorlopig is het niet zo ver. We weten echter wél dat het klimaat aan het omslaan was. Dat betekent dat de betrouwbaarheid van beproefde zeemanswijsheden in deze tijd afnam en dat antieke zeelieden minder goed waren toegerust op wat buitengaats kon gebeuren.

Ik heb geen idee of dit klopt. Schiet me maar lek. De reageerpanelen staan ervoor open.

Deel dit blog:
Foto van de dag: Struisvogel

Mozaïek van een man met een struisvogel uit Piazza Armerina, Sicilië [Meer foto’s hier.]

Loog Herodotos over de slag bij Himera?

De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos is een subtiele auteur. Over Babylon zegt hij bijvoorbeeld dat mensen die er niet Read more

De voorsocratici (9): Empedocles en Parmenides

[In deze serie behandelen we de belangrijkste voorsocratische filosofen. Deze eerste Griekse filosofen worden ook wel 'de natuurfilosofen' genoemd, en Read more

De slag bij de Hondenkoppen (2)

[Tweede deel van een stuk over de Tweede Macedonische Oorlog, ofwel het conflict tussen het Romeinse legioen en de Macedonische Read more


Categoriën: Romeinse Republiek