Roofkunst

Een deel van de Elgin Marbles (British Museum, Londen)
12 november 2020

Bezit is doorgaans simpel. Je gaat naar de supermarkt, koopt een brood en een stuk kaas, betaalt aan de kassa en vervolgens zijn die etenswaren van jou. Als iemand vraagt om bewijs, is er een bonnetje waarop staat dat dhr A. Heijn (voor Vlaamse lezers: dhr J. Delhaize) iets heeft overgedragen en daar geld voor heeft ontvangen. Soms is het echter complexer, zoals wanneer de vraag opkomt wie het verleden bezit. Er was namelijk geen antieke heer Heijn of Delhaize die het aan jou heeft overgedragen. Wie zich bezighoudt met het verre verleden, eigent zich iets toe. Dat is ook niet erg, want er zijn geen betrokkenen in het heden die eventuele schade kunnen ervaren.

Het wordt lastiger als het gaat om de materiële resten. Die zijn wél aanwezig in het heden en kunnen worden bezeten. Dat wil nog weleens lastig zijn. Het bekendste voorbeeld is de prachtige sculptuur die bekendstaat als de Elgin Marbles of de Parthenon Marbles: Griekenland eist ze op omdat ze onderdeel zijn geweest van de Atheense Parthenon-tempel, terwijl het British Museum daar anders over denkt. Tot de argumenten om ze niet aan Griekenland te geven, behoren onder meer dat het British Museum als zodanig ook een artistieke eenheid is, waarin deze sculptuur net zo goed aanwezig behoort te zijn als in Athene, en dat het artistieke belang van dit werelderfgoed het nationale Griekse belang overstijgt. Daar kun je het mee eens zijn of niet, maar het zijn argumenten die een zekere rationaliteit hebben.

Een ander argument dat je weleens hoort: moet je wel oudheden teruggeven aan landen die er niet goed voor zullen zorgen? Dit gaat voor de Elgin Marbles niet op – het Akropolismuseum is een triomf – maar ik denk dat u de afgelopen jaren weleens hebt gedacht dat we van geluk mogen spreken over wat er in westerse musea ligt: in Irak zijn de musea van Bagdad en Mosul geplunderd, in Syrië Deir ez-Zor, in Egypte Malawi en El-Arish, in Libië Bani Walid.

Tegelijk zal iedereen het gevoel hebben dat het schuurt dat mensen hun eigen erfgoed niet in hun eigen land kunnen zien. Ik heb in Andalusië weleens gesproken met een metaaldetector-amateur die weigerde zijn vondsten – dit was kort nadat de Lex Irnitana was gevonden – met de wetenschap te delen omdat wat hij had naar het verre Madrid in plaats van het nabijgelegen Sevilla zou verdwijnen. Ik sprak te slecht Spaans om hem uit te leggen waarom het niet klopte, maar ik kon zijn redenering begrijpen.

Hoewel of omdat er bij dit soort conflicten voor alle standpunten iets valt te zeggen, zijn er een paar regels overeengekomen waarover enige consensus bestaat. Een daarvan is de UNESCO Convention on the Means of Prohibiting and Preventing the Illicit Import, Export and Transfer of Ownership of Cultural Property uit 1970. Zoals de naam al aangeeft is dit bedoeld om de zwarte handel in onder meer oudheden tegen te gaan. Nederland, dat het verdrag in 2009 heeft getekend, heeft zich hiermee verplicht illegaal in ons land aangekomen goederen terug te geven aan het land van herkomst.

Dat klinkt logisch en is ook logisch, maar het is toch iets complexer: immers, sommige voorwerpen zijn al zó lang in onze musea dat ze eigenlijk hier horen. Het is nooit zo mooi gezegd als door een Berlijnse krant die, toen Egypte vragen stelde over het beroemde portret van Nefertite in het Neues Museum, een foto daarvan op de voorpagina plaatste met het bijschrift “Ich bin eine Berlinerin”. In de praktijk en ook de iure geldt het jaar 1970 als grens: wat voor dat jaar hier is aangekomen, mag hier blijven, wat daarna is opgedoken en naar deze of gene vondstplaats kan worden herleid, gaat terug. Toen ik een tijdje geleden bemiddelde namens een dame die graag een Babylonisch kleitablet aan een museum wilde schenken, moest ik dus verklaren dat het vóór 1970 was gekocht.

Er is dus een wezenlijk verschil tussen oudheden die voor en na dat jaar op de markt zijn gekomen. (Ik schrijf het omdat de NOS het aan het einde van dit artikel op één hoop gooit.) Is een voorwerp na 1970 op de markt gekomen, dan is er een principe waarover zo’n honderdtwintig landen het eens zijn: het moet terug. Turkije heeft bijvoorbeeld een compleet mozaïek terug gekregen omdat het kon bewijzen dat een klein hoekje dat aan dit mozaïek ontbrak, correspondeerde met een hoekje dat was opgegraven in Zeugma. Omgekeerd: Turkije zal de Tetrarchen-groep uit Venetië, waar een voet aan ontbreekt die is teruggevonden in Istanbul, niet terugkrijgen, aangezien Kruisvaarders dit kunstwerk al in 1204 hebben meegenomen geroofd uit Constantinopel. Zoals u begrijpt is dat ruim voor 1970.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Roofkunst

Ruurd Halbertsma is conservator in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik vermoed – en hieruit mag u afleiden dat Read more

Erfgoeddelicten

Kijk, het is zo ingewikkeld niet. Mensen willen allemaal verschillende dingen en als ze die dingen ook allemaal gaan doen, Read more

Vergelijkingen en relevantie

In mijn vorige stukje vertelde ik dat de Oudheid voor ons relevant kan zijn, maar wees ik er ook op dat als Read more

Continuïteit en relevantie

Sommige antieke teksten illustreren aspecten van de oude wereld die hun invloed lange tijd, soms zelfs nog steeds, hebben doen Read more