Roofkunst

18 juni 2021

Ruurd Halbertsma is conservator in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik vermoed – en hieruit mag u afleiden dat ik hem ken – dat zijn hart ligt bij de Griekse collectie, maar ook over Nederland in de Romeinse tijd weet hij van de hoed en de rand. Bij de expositie over Karthago in 2014 vertelde hij enthousiast over de ontdekking van de aloude stad door Jean-Emile Humbert (1771-1839), een Nederlandse ingenieur die voor de bey van Tunis de stadsmuur verbeterde, enkele forten bouwde, de zoetwatervoorziening regelde en de haven bij Karthago aanlegde. Hoewel Tunis in de negentiende eeuw vooral een Franse stad werd, bevolkt door Italiaanse migranten, is de blauwdruk getekend door een Nederlander.

Jean-Emile Humbert

Of beter: een Hollander. Humbert is geboren in Den Haag, voelde zich na de val van de Oranjes niet thuis in de Bataafse Republiek, trad in dienst van de bey en keerde pas na de Restauratie terug naar het nieuwe koninkrijk Nederland. Daar deed hij zijn vondsten over aan Caspar Reuvens, zodat ze nog altijd in het Rijksmuseum van Oudheden zijn. Hier vindt u een wel heel summiere pagina over museumstuk H1; de H staat voor de naam van de ontdekker. Het was een van de eerste Punische voorwerpen in een West-Europees museum. Humbert identificeerde ook de voornaamste plaatsen in Karthago, zoals de havens, het waterreservoir en de Byrsa. Fascinerend figuur dus, die vroege archeoloog, en daarom een van de personages in Halbertsma’s debuutroman Roofkunst.

[Hierna komen enkele spoilers]

Achtbaan

Het boek is een achtbaan. Het is niet alleen een vertelling over negentiende-eeuwse Humbert, maar ook een in de nabije toekomst (8 februari 2025) spelend verhaal over wat zoal verkeerd kan gaan in een oudheidkundig museum met een wetenschappelijke functie. Er gebeurt van alles, de perspectieven wisselen voortdurend, het volgt allemaal snel op elkaar en er is een huiveringwekkend actuele climax die doet denken aan de aanslag op het Amerikaanse consulaat in Benghazi. Ik móest Roofkunst gewoon uitlezen, dus het werd gisteravond half een. Een page turner.

Als ik zeg “er gebeurt van alles”, is het omdat de hoofdpersoon belandt in wat ze a perfect storm noemen. Een conservator in het Rijksmuseum van Oudheden (vrij nadrukkelijk niet Ruurd Halbertsma) ontdekt plagiaat in een proefschrift, krijgt te maken met rebelse studenten, wordt geconfronteerd met een beschuldiging van grensoverschrijdend gedrag, zit opgezadeld met een directeur voor wie het museum de pauze is tussen twee job hops, en wordt beoordeeld door een vooringenomen universitaire integriteitscommissie. Er is ook nog een terroristische cel en er is vandalisme in zowel het museum als een bibliotheek. Van alle problemen ontbreekt eigenlijk alleen de handel in al dan niet echte unprovenanced oudheden.

Een van Halbertsma’s troeven is de voortdurende perspectiefwisseling. Over Humbert horen we van zowel een alwetende verteller als via de colleges die twee van de hoofdpersonen geven. We bekijken het moderne Tunis door de ogen van de Leidse conservator en door die van een mevrouw die er al wat langer woont, terwijl een alwetende verteller ergens een vuurwapen identificeert.

Satire en understatement

Onderhoudend als Roofkunst is, het is wel een debuut en het boek is (zonder dat het echt stoort) wat onevenwichtig. Terwijl Halbertsma’s beschrijving van de rebelse studenten een satirische plaagstoot is richting al te gekke woke standpunten, is zijn schets van een vooringenomen integriteitscommissie juist understated. Halbertsma introduceert elk personage met een eigen biografie van ongeveer een pagina lang, wat enerzijds bewijst dat hij niet in het wilde weg schrijft maar anderzijds een beetje overbodig is. Van een bijfiguur hoeven we niet ook te weten in welke kerk hij is getrouwd en bij welk bedrijf hij werkt. Aan het einde worden de draden wel erg makkelijk afgehecht.

En als ik in de Trajanuszaal college zou geven over Karthago, zou ik het uitbreken van de Derde Punische Oorlog niet ophangen aan de belegen en irrelevante anekdote over Cato. De Romeinse senatoren die tot de oorlog besloten waren niet dom. Numidië was te machtig geworden, Massinissa had de Senaat voor het blok gesteld, het traditionele Romeinse beleid was onmogelijk geworden.

Enfin. Voor het genot van de roman maakt het niet uit. Roofkunst is een leuk boek. Sterker: Ruurd Halbertsma schreef een roman die blijft boeien én een belangrijke kwestie agendeert. De titel is niet voor niets gekozen.

Roofkunst

Over de ethische omgang met oudheden heeft Halbertsma namelijk een hoop te vertellen. De hoofdpersonen leggen bij diverse gelegenheden de keuzes uit die er zijn bij de teruggave van oudheden. Halbertsma’s vertrouwdheid met de materie blijkt er vooral uit dat hij zulke informatie een stuk natuurlijker weet te doseren dan in romans als De Da Vinci-code. Het stoort geen moment en beklijft wel.

Het is namelijk niet zo dat alles wat Europese musea in de negentiende eeuw verwierven, is geroofd. Evenmin is het zo dat de landen van herkomst het materiaal terug willen. Karthaagse voorwerpen in een Nederlands museum zijn bijvoorbeeld in feite ambassadeurs voor Tunesië. Waar het om draait is de machtsverhouding op het moment van verwerving. Als de materie u boeit, is dit stuk iets voor u.

Wat Ruurd Halbertsma heel duidelijk maakt in Roofkunst: in museumland denkt men vrij genuanceerd over de teruggave van oudheden. Het is minder een museaal dan een diplomatiek of bestuurlijk probleem.

Deel dit blog:
Erfgoeddelicten

Kijk, het is zo ingewikkeld niet. Mensen willen allemaal verschillende dingen en als ze die dingen ook allemaal gaan doen, Read more

Vergelijkingen en relevantie

In mijn vorige stukje vertelde ik dat de Oudheid voor ons relevant kan zijn, maar wees ik er ook op dat als Read more

Continuïteit en relevantie

Sommige antieke teksten illustreren aspecten van de oude wereld die hun invloed lange tijd, soms zelfs nog steeds, hebben doen Read more

Zijn we te laat?

Nederland zucht onder extreem hoge temperaturen. Sinds de hittegolven van 1975 en 1976 is het in ons land niet meer Read more