Reconstructie van een gebouw

13 november 2020

Het is weleens gemeten: wanneer op TV woorden ancientold of the past vielen, vermindert bij de meeste kijkers de belangstelling. Dat is weleens anders geweest. Nog geen halve eeuw geleden had de Oudheid nog prestige. Tegenwoordig is het Romeinse Rijk op zijn best een verdienmodel, is de “boreale cultuur” de truc waarmee een politicus de aandacht afleidt van inhoudsloosheid, en geldt de Oudheid in brede kringen als intellectueel oninteressant.

Ter verklaring van die ontwikkeling zijn verschillende factoren te noemen en één daarvan is richtingloze voorlichting. Net als in het onderwijs dient er bij voorlichting een opbouw te zijn. Je trekt eerst de aandacht, levert dan wat eerste informatie, levert geïnteresseerden vervolgens wat aanvullende informatie en brengt mensen zo steeds meer in een staat van vertrouwdheid, waarbij ze het beschouwen als iets van henzelf. Musea doen dat prima: denk maar aan de grote borden bij de ingang van een zaal, de middelgrote borden bij de vitrines en de kleine bordjes bij elk voorwerp. Iedereen kan zo kennis nemen op zijn of haar eigen niveau.

Elders laat de voorlichting over de Oudheid – denk aan boeken, vlogs, websites, erfgoedpresentatie en wat dies meer zij – deze opbouw vaak achterwege. Zeker de limesvoorlichting is, door steeds dezelfde primaire informatie te herhalen, een schoolvoorbeeld van junk news, dat de geïnteresseerde doet concluderen dat oppervlakkige informatie alles is wat er is, dat er geen verdieping bestaat en dat het dus niet de moeite waard is. Zo jaag je mensen weg, en ik heb bij mijn mail elke maand wel wat mensen die het voor gezien houden.

Omdat verdieping cruciaal is, vind ik filmpjes als dit belangrijk. Karen Jeneson van het Thermenmuseum in Heerlen, een van de grootste Romeinse ruïnes benoorden de Alpen, nam tijdens de recente vernieuwingswerkzaamheden de tijd om enerzijds uit te leggen hoe ze zo’n restauratie doen en anderzijds hoe archeologen weten hoe de dingen die ze niet opgraven, zoals het dak, eruit hebben gezien.

Sprekend over Heerlen: daar is in “De Vondst” nu het Limburgse Provinciaal Depot gevestigd en ook het restauratie-atelier Restaura. Het zit allemaal vlakbij elkaar en dat levert synergie op. Maar er is nog iets te zeggen. Ooit, in de negentiende eeuw, definieerden historici steden als nederzettingen met stadsrechten. U kent de grapjes wel dat Bronkhorst met zijn 150 inwoners een stad is en Den Haag met ruim een half miljoen niet. Geen historicus die dat zo nog ziet natuurlijk: de verlening van een privilege is niet het ontstaan van een stad.

Oudhistorici in de negentiende eeuw namen het over: er moest zoiets hebben bestaan als Romeins stadsrecht en in onze contreien zouden Voorburg, Nijmegen, Xanten, Keulen, Tongeren en Bavay steden zijn geweest. Alle andere nederzettingen zouden dan de status van vicus hebben gehad, dorp. Het is echter onzin. Elke vrije mannelijke inwoner (of landbezitter) van zo’n bestuursdistrict had dezelfde rechten en het onderscheid tussen stad en dorp bestond niet. Een eigentijdser definitie van “stad” kijkt naar economische functies en inwoneraantallen. Zo bezien is Heerlen, waarvan steeds duidelijker wordt dat het een enorme nederzetting moet zijn geweest met stevige pottenbakkersnijverheid, een van de voornaamste steden van de Lage Landen geweest. Het woord vicus ter aanduiding van Heerlen is echt te bescheiden.

Deel dit blog:
Foto van de dag: Coriovallum

Het Romeinse badhuis in Heerlen (Thermenmuseum) [Meer foto’s hier.]

Het nieuwe Thermenmuseum

Voor wie het Thermenmuseum in Heerlen nog niet mocht kennen: het is gewijd aan een van de grootste Romeinse ruïnes Read more

Lucius en Amaka

Voor mij, ga ik u eens lekker inwrijven, gaan de deuren open die voor u onlangs gesloten werden. Een kleine Read more

Het badhuis in Heerlen

Een tijdje geleden liet het Thermenmuseum in Heerlen in een hijgerig persbericht weten dat was vastgesteld dat het beroemde Romeinse badhuis het oudste gebouw Read more