Pyrrhonisme

Papyrusfragment met een deel van de “Vrouwencatalogus” van Hesiodos (Neues Museum, Berlijn). Papyri als deze bevestigden dat wat geleerden meenden te weten over antieke teksten, redelijk klopte.
12 november 2020

In de Renaissance werden de teksten bekend van de Griekse auteur Sextus Empiricus, een filosoof van de zogenaamde Sceptische School, die meende dat onze kennis te onzeker was om er een ethiek op te baseren. Het was beter, zo meenden de sceptici, je oordeel op te schorten. Hoewel deze denkers de mensheid weinig zekerheden hadden te bieden, hadden ze uitgeblonken als bestrijders van schijn-weten, wat hun ideeën actueel maakte toen het middeleeuwse kennisbouwwerk dankzij de Grote Ontdekkingen schudde op zijn grondvesten. Niets was nog langer zeker. De voornaamste zestiende-eeuwse volgeling was de Franse edelman Montaigne, die in zijn essays steeds de verschillende kanten van een vraagstuk onderzocht.

Pyrrhonisme, genoemd naar de Griekse filosoof Pyrrho van Elis, is scepsis op het gebied van de geschiedvorsing. Er waren goede redenen om niet alles uit en over de Oudheid te geloven. De bronnen waren immers bekend uit manuscripten die niet ouder leken dan de negende eeuw. Hoe stelde je de grens vast tussen een vrome legende en een historisch feit? Hadden Sokrates en Homeros eigenlijk wel bestaan? Wie mocht hopen dat voorwerpen de informatie uit de teksten zouden bevestigen, werd wel uit de droom geholpen door het bestaan van vervalsingen. De relikwieënhandel is een berucht voorbeeld.

De boektitels van de pyrronisten maken wel duidelijk hoe de vlag erbij hing: François de La Mothe Le Vayer publiceerde Du peu de certitude qu’il y a dans l’histoire (1668) en Louis de Beaufort schreef een Dissertation sur l’incertitude des cinq premiers siècles de l’histoire romaine (1738). Hij plaatste bijvoorbeeld vraagtekens bij de historiciteit van de Sabijnse Maagdenroof: waarom moest Romulus in vredesnaam een vrouw schaken als hij echt zo knap was als de antieke bronnen beweerden? Ook de Britse woordenboekmaker Samuel Johnson bracht de grenzen van de historische kennis in kaart. In 1771 hield hij een toespraak waarin hij beargumenteerde dat we er alleen zeker van konden zijn dat bepaalde koningen hadden geregeerd en dat zekere veldslagen waren uitgevochten, maar dat de rest slechts versiering was en alle geschiedfilosofie neerkwam op giswerk.

Inderdaad konden de historici met de toenmalige methoden weinig méér en waren ze kwetsbaar voor pyrrhonistische verwijten. Ze beantwoordden de kritiek vaak met een grondiger onderzoek van de ooggetuigenverslagen en een systematischer onderzoek van de officiële stukken. De systematische bestudering van oude oorkonden in archieven staat bekend als “diplomatiek”. Het enthousiasme waarmee historici de betrouwbaarheid van de eigen bronnen roemden, was al aan het begin van de zeventiende eeuw het doelwit van satirici (zie het voorwoord bij de Quichot).

Voor degenen die zich bezighielden met de Oudheid, zag het er nog somberder uit. Zij hadden – althans in deze tijd – immers geen archieven die ze konden ontsluiten. Niettemin bood de bestudering van inscripties, munten en papyri (een activiteit die we aanduiden als “antiquarisme“) een stevige fundering van de bestaande kennis, en de geschiedenis van de oudheidkunde in de late zestiende, zeventiende en de eerste helft van de achttiende eeuw wordt gedomineerd door het steeds opnieuw ontsluiten van meer bewijsmateriaal. Later kwamen daar papyri bij, waaruit bleek dat reconstructies van antieke teksten zo waren als werd vermoed, zelfs al waren deze reconstructies gebaseerd op handschriften uit de negende eeuw of later.

Rond 1750 twijfelde dus niemand meer aan de hoofdlijnen van de reconstructie van het verre verleden. Daarna kwamen Winckelmann, Gibbon en Wolf en ontstond de oudheidkunde als wetenschap.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
De sceptici 3: Latere sceptici

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school Read more

De sceptici 2: Niets vaststellen, niet oordelen

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school Read more

De Griekse kolonisatie

Een vaasje uit Taucheira (Archeologisch Museum, Tocra) Taucheira was een havenstad in het deel van het huidige Libië dat Cyrenaica Read more

Valt te weten waar de Drususgracht lag?

In mijn komende boek Hannibal in de Alpen behandel ik een topografisch probleem: hoe bepaal je de locatie van een Read more