Physics of Society (3)

14 november 2020

In het vorige stukje heb ik getoond hoe de physics of society toepasbaar zouden kunnen zijn op het historisch proces. Het is maar al te begrijpelijk dat mensen dit niet beschouwen als echte geschiedwetenschap, maar de kritiek is niet altijd even terecht. Zo wordt weleens beweerd dat de variabelen zó worden gekozen dat alleen de juiste uitkomst eruit kan komen. Ik hoop dat mijn beschrijving van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog duidelijk maakt dat dat verwijt niet juist is. Wat vermoedelijk wél waar is, is dat de auteurs het zojuist beschreven artikel vermoedelijk niet gepubliceerd zouden hebben als ze de plank spectaculair misgeslagen zouden hebben.

Een oudheidkundig voorbeeld dateert uit 2013 en is afkomstig van een team waarvan Peter Turchin de bekendste is (“War, space, and the evolution of Old World complex societies”). De onderzoekers verdeelden Afrika, Azië en Europa in vakjes van 100×100 kilometer en wezen aan de diverse vakjes kengetallen toe die de hoogte en het terreintype representeerden, dus of het een steppe, woestijn of landbouwgrond was. Hierbij gold overigens dat woestijnvakjes waar een rivier doorheen stroomde, gold als landbouwgrond. Dit was, om zo te zeggen, het speelbord, met die kanttekening dat het landbouwgebied in de gesimuleerde tijd (1500 v.Chr. – 1500 n.Chr.) langzaam groeide.

Op elk vakje woonden mensen aan wie twee eigenschappen werden toegekend: het technologisch peil en het vermogen tot samenwerking in grotere gemeenschappen, wat de onderzoekers aanduidden als ultrasociality. Hieronder zijn enkele kenmerken verstaan die aanwezig waren of niet en die met 1 of 0 werden aangegeven. De dynamiek van het model zit in de verspreiding van deze kenmerken.

Stel nu dat een zo’n vakje wordt overgenomen door een naburig vakje. De simulatie begint volkomen random maar er zijn wel enkele regels. Een hooggelegen vakje is lastiger over te nemen dan een steppe-vakje, om eens iets te noemen, want bergen zijn nu eenmaal moeilijk begaanbaar. Na verovering ontstaat een nieuwe gemeenschap, twee vakjes groot, waarbij het vakje met het laagste technologische peil klimt naar het hogere, wat de macht van het geheel vergroot en dus ook de kans dat een derde vakje wordt veroverd. Tegelijk moeten de bewoners van het vakje samenwerken en dat gaat, afhankelijk van de factoren die de ultrasociality bepalen, wel of niet heel goed. Zo zijn er allerlei factoren in het spel.

Het zojuist genoemde verwijt klopt dit keer wel: door met de instellingen van de simulatie te rommelen, konden verschillende factoren belangrijker en onbelangrijker worden gemaakt. Het bleek dat als militaire kracht een stevige factor was, de uitkomsten voor ongeveer twee derde overeenkwamen met wat werkelijk is gebeurd. Hier is een filmpje dat toont hoe complexe samenlevingen zich over de wereld zouden hebben moeten verspreiden volgens de simulatie en hoe het in het echt gebeurde.

Als de onderzoekers militaire kracht minder belangrijk maakten en bijvoorbeeld technologische innovatie meer, dan waren de overeenkomsten een stuk minder. Ze concludeerden dat militaire kracht dus een doorslaggevender factor in de geschiedenis was. De observatie “je past de factoren aan zodat het klopt” is dus weliswaar terecht, maar eigenlijk niet ter zake: het doel van Turchins exercitie is juist vast te stellen wat nu eigenlijk de belangrijkste factoren zijn.

De crux is namelijk dat hij het verleden benut om vast te stellen wat in de geschiedenis de drijvende krachten zijn. Eén implicatie is dat als je, honderden wetenschappelijke artikelen verderop, werkelijk ontdekt welke factoren dat zijn, je de toekomst zou kunnen voorspellen en ik heb niet het idee dat veel historici dat een fijne gedachte vinden. Het staat immers haaks op enerzijds het idee dat mensen een vrije wil hebben en anderzijds op het feit dat het historisch proces minimaal mede door individuen wordt gemaakt – ik verwijs nog maar eens naar de discussie over methodisch individualisme en methodisch collectivisme.

Toch is het te makkelijk om experimenten als die van Turchin terzijde te schuiven als onwetenschappelijk. Door met de brute rekenkracht van computers diverse scenario’s te toetsen, kunnen we toch wat interessante dingen zien. Als u het filmpje bekijkt, ziet u dat het computerprogramma rond 330 v.Chr. geen cultureel contact toestaat tussen de complexe samenlevingen van Griekenland en India. Dat dit wel is gebeurd, toont de invloed van Alexander de Grote. Caesars verovering van Gallië is daarentegen, zoals al wel eerder vermoed, volkomen volgens het boekje en dat geldt ook voor het feit dat de simulatie correct aangeeft op welke plaatsen complexe samenlevingen zijn ontstaan.

Hoewel ik de beperkingen van deze wijze van verklaren herken, en me ook weleens afvraag of dit wel geschiedenis is, volg ik dit met belangstelling. Je mag je zeker afvragen of dit nog geschiedvorsing is. Tegelijk is dit wel een van de interessantere ontwikkelingen in wat zo lelijk de “digital humanities” wordt genoemd, omdat dit een echt nieuwe visie biedt op verklaringen, en méér is dan bestaand onderzoek op een grotere schaal.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Physics of Society (2)

In het eerste stukje legde ik uit dat “physics of society” veronderstelt dat veel menselijke gedragingen zijn te herleiden tot een beperkt Read more

Physics of Society (1)

Geschiedenis is méér dan “het ene ding na het andere” of “vroeger zag het er hier zo uit”. Je probeert Read more

Verklaren door vergelijken (3)

In de twee eerste stukjes heb ik uitgelegd dat vergelijken een manier is om oorzaken op te sporen, al moet Read more

Verklaren door vergelijken (2)

In het eerste stukje hebben we vooral gekeken naar simpele parallellen, waarin een onderzoeker een verschijnsel verklaart door er één ding naast Read more