Physics of Society (2)

65536 coalities en hun interne frictie. Slechts twee coalities zijn stabiel.
14 november 2020

In het eerste stukje legde ik uit dat “physics of society” veronderstelt dat veel menselijke gedragingen zijn te herleiden tot een beperkt aantal regels, die je in een computerprogramma kunt simuleren. Daarmee kunnen ook onverwachte gebeurtenissen worden verklaard. Het gaat hier echter vooral om redelijk alledaagse situaties. Kun je het ook gebruiken op de menselijke geschiedenis? Het antwoord is dat er wel wat mogelijk is en dat je, door zo’n computersimulatie duizenden keren te laten draaien, zou kunnen benaderen welke factoren er werkelijk toe doen. De implicatie is dat je dan ook de toekomst kunt voorspellen en dat voelt intuïtief niet aan alsof dat klopt. Slecht verzonnen science fiction. Misschien is het ook wel zo, maar laten we eerst eens kijken naar wat mogelijk is.

Een mooi voorbeeld is het ontstaan van de allianties die in de Tweede Wereldoorlog tegenover elkaar kwamen staan, zoals deze is beschreven door de Amerikaanse onderzoekers Robert Axelrod en Scott Bennett (“A Landscape Theory of Aggregation“, 1993). Ze gingen ervan uit dat er niet één aantrekkende en afstotende kracht was, zoals in de voorbeelden uit het voorgaande stukje, maar vijf. Elk land kon zich tot een ander aangetrokken voelen (of juist niet) om economische, etnische, ideologische, religieuze en historische redenen. Dit duidden Axelrod en Bennett aan als +1 of -1. Een zesde factor waren grensconflicten, die alleen als -1 konden worden aangegeven. Daarnaast werd de macht van elk land berekend aan de hand van zaken als demografie, militaire kracht en bruto nationaal product.

Om het niet te complex te maken, is neutraliteit geen optie en bestaan enkele kleine landen (zoals de Benelux) niet. Uiteindelijk komen er zo zeventien spelers op het bord, met duidelijke voor- en afkeuren en een zekere kracht om deze uit te leven. Deze zeventien spelers konden zich op 65.536 manieren verbinden in twee coalities. De betrokken partijen zijn niet per se gelukkig met de alliantie waarin ze zijn terechtgekomen, dus er is enige frictie, die ook weer in een getal kan worden uitgedrukt. Hoe lager dit getal, hoe stabieler de coalitie.

In de afbeelding bovenaan zijn alle denkbare allianties uitgezet op een schaakbord van 256 bij 256, met langs de verticale as de mate van frictie. Het blijkt dat slechts twee coalitieparen een redelijke stabiliteit hebben, waarvan er één sterk doet denken aan de coalities die feitelijk hebben bestaan, namelijk die van de Asmogendheden en de Geallieerden: Coalitiepaar A.

Coalitiepaar A   Coalitiepaar B
Alliantie 1 Alliantie 2
Alliantie 1 Alliantie 2
Groot-Brittannië Duitsland   Sovjet-Unie Groot-Britannië
Frankrijk Italië   Joegoslavië Frankrijk
Tsjechoslowakije Polen   Griekenland Tsjechoslowakije
Denemarken Roemenië     Denemarken
Sovjet-Unie Hongarije     Duitsland
Joegoslavië Finland     Italië
Griekenland Letland     Polen
  Litouwen     Roemenië
  Estland     Hongarije
  Portugal     Portugal
        Finland
        Letland
        Estland
        Litouwen
‘Geallieerden’ ‘Asmogendheden’      

Coalitiepaar A komt heel redelijk overeen met de feitelijke coalities. De enige landen die niet in de juiste coalitie zijn terechtgekomen, zijn Polen en Portugal. Omdat de kans dat men door toeval op een zó nauwkeurige overeenkomst tussen de berekeningen en de feitelijke situatie uitkomt, minder dan een half procent bedraagt, mogen we aannemen dat de door Axelrod en Bennett geselecteerde variabelen de werkelijkheid redelijk benaderen.

Het andere coalitiepaar – heel Europa tegen de Sovjet-Unie met twee bondgenoten – is bovendien geen onwaarschijnlijk alternatief. Het is bekend dat de samenwerking tussen Churchill en Stalin bepaald niet hartelijk was en pas ontstond nadat Hitler had besloten de Sovjet-Unie aan te vallen.

De volgende illustratie toont wat er gebeurt als we de twee coalities door de tijd heen volgen. De macht van de twee coalities varieerde immers: in 1936 militariseerde Duitsland het Rijnland opnieuw en sloot het een alliantie met Italië, in 1938 vond de Anschluss van Oostenrijk plaats en annexeerde Duitsland het Sudetenland, in 1939 volgde de bezetting van de rest van Tsjechië. Ook andere landen waren met wisselend succes bezig zich voor te bereiden op een tweede Grote Oorlog. Hierdoor veranderen de getallen voortdurend en varieert de frictie (“energy”) binnen de coalities.

Coalities door de tijd heen

We zien hierboven dat in 1935 en 1936 beide coalitieparen nog mogelijk waren, maar dat ergens in 1937 een punt werd gepasseerd waarop coalitiepaar B niet langer mogelijk was. Het verdrag dat Rusland en Duitsland in de zomer van 1939 sloten, was gedoemd te mislukken. Het cruciale jaar in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog was 1937.

Mocht het u boeien: hetzelfde type redenering, waarin een bepaalde situatie wordt gevolgd en er twee mogelijke toekomsten zijn, vindt u in dit onheilspellende artikel, dat weliswaar niet gaat over geschiedenis maar dat wel de aanleiding was om nu eens over physics of society te bloggen.

[Wordt vervolgd]

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Physics of Society (3)

In het vorige stukje heb ik getoond hoe de physics of society toepasbaar zouden kunnen zijn op het historisch proces. Het is Read more

Physics of Society (1)

Geschiedenis is méér dan “het ene ding na het andere” of “vroeger zag het er hier zo uit”. Je probeert Read more

Verklaren door vergelijken (3)

In de twee eerste stukjes heb ik uitgelegd dat vergelijken een manier is om oorzaken op te sporen, al moet Read more

Verklaren door vergelijken (2)

In het eerste stukje hebben we vooral gekeken naar simpele parallellen, waarin een onderzoeker een verschijnsel verklaart door er één ding naast Read more