Palimpsesten en verkoolde boekrollen

Fragmenten van de Derveni-papyrus (Archeologisch Museum, Thessaloniki)
12 november 2020

Een oudheidkundige beschikt over ruwweg drie soorten data: teksten, archeologische vondsten en etnografische vergelijkingen. Je kunt het DNA daar als vierde aan toevoegen en er is informatie die in beide groepen valt – een opgegraven inscriptie, papyrus, munt of kleitablet is zowel tekst als vondst – maar dit is het wel zo ongeveer. Sommige databestanden groeien snel, zoals de verzameling archeologische vondsten; andere groeien wat langzamer, zoals het aantal kleitabletten; en weer andere data-categorieën zijn stabiel. Er zit althans nauwelijks groei in het aantal Griekse en Latijnse literaire teksten.

Maar toch, er zijn palimpsesten: stukken perkament waar de oorspronkelijke tekst van is afgeschraapt om het opnieuw te kunnen beschrijven, zodat er onder een goed leesbare tekst nog een oudere, minder goed leesbare tekst zit. De beroemdste recente palimpsest is de Archimedes-codex: een dertiende-eeuws gebedsboek, geschreven op bladzijden waarop twee onbekende traktaten van de Griekse geleerde Archimedes te lezen waren.

Zelfs als de teksten die we door palimpsest-studie leren kennen al bekend zijn, kunnen oudheidkundigen buitengewoon opgewonden raken. Ik heb lang geleden weleens geblogd over zo’n “dubbeltekst”: onder een goed leesbaar deel van de Misjna (een collectie rabbijnse wijsheid) bleek, afgeschraapt maar nog herkenbaar, een brief van Paulus schuil te gaan. Inhoudelijk was dit niet zo interessant, aangezien we beide teksten al kenden, maar het was wél fascinerend dat een joodse kopiist toegang had tot een tekst van de christelijke auteur Paulus. De grenzen tussen jodendom en christendom waren zo scherp dus niet.

Maar er is meer. Sommige oude teksten zijn niet meer leesbaar omdat ze zijn verkoold, zoals de fragmenten hierboven. Dit zijn geen palimpsesten maar stukjes van de zogeheten Derveni-papyrus, een allegorisch commentaar op de geboorte der goden uit de vierde eeuw v.Chr. Deze snippers zijn in 1962 gevonden in een dorpje onder de rook van Thessaloniki en worden tegenwoordig tentoongesteld in het Archeologisch Museum in die Griekse stad.

Verkoolde stukjes papyrus zijn natuurlijk moeilijk leesbaar: je hebt immers te maken met zwarte inkt op zwart schrijfmateriaal. In infrarood licht kun je echter verschillen zien en worden de woorden toch herkenbaar. Daarbij is overigens noodzakelijk dat de onderzoeker verschillende gradaties van infrarood kan benutten, want niet alle verbrande papyri zijn hetzelfde.

Inmiddels is er een nieuwe techniek, waarbij een synchrotron (een soort deeltjesversneller) elektronen tot bijna de lichtsnelheid versnelt en vervolgens loslaat op een antieke tekst. Zo werd het al mogelijk een volkomen onleesbare palimpsest uit het Catharinaklooster in de Sinaïwoestijn te analyseren: onder een tiende-eeuws boek met psalmen bleek een traktaat te zitten van de Grieks-Romeinse arts Galenos.

Maar er is nog meer. Bij Herculaneum, waar de westelijke helling van de Vesuvius de Baai van Napels bereikt, is in de achttiende eeuw een villa gevonden met een bibliotheek vol boekrollen. Fantasierijk als de opgravers waren, duidden ze dit gebouw aan als de Villa dei papiri, hoewel de ruim 1800 papyrusrollen onleesbaar waren: niet alleen waren ze verkoold, ze waren ook nog opgerold. Er is geprobeerd ze af te rollen, maar dat bleek erg moeilijk. Toch zijn zo enkele teksten ontdekt die we totaal niet kenden: geschriften van Filodemos van Gadara, een filosoof uit de traditie van Epikouros. (Ik meen dat de Giuseppe Casanova die begin negentiende eeuw de eerste tekeningen wist te maken, de broer is van Giacomo.)

Het blijkt nu mogelijk om de synchrotrontechniek te combineren met de techniek van een CT-scan waarmee in een ziekenhuis een drie-dimensioneel beeld wordt gevormd van een lichaamsdeel. De truc is dat letters maar een beperkt aantal vormen kunnen hebben, die te herkennen moeten zijn in de weliswaar opgerolde maar niet totaal vervormde bundel verkoolde papyrus. De eerste successen zijn inmiddels geclaimd.

Deze methode is gelijktijdig door drie geleerden bedacht: door de Amerikaanse computergeleerde Brent Seales, door de Italiaanse fysicus Vito Mocella en door de Italiaanse papyroloog Graziano Ranocchia. Vanzelfsprekend hebben ze ruzie: Seales beschuldigt de Italianen van plagiaat, Ranocchia meent dat Mocella hem tegenwerkt en alle drie claimen dat de anderen zich alleen maar verbeelden dat ze letters zien. Kortom, het is zo onfris als topwetenschap is, maar het lijkt erop dat we binnenkort zullen beschikken over een groep Griekse teksten die alleen vergelijkbaar is met de Dode Zee-rollen.

Ik zou bijna nog vergeten dat er in de Villa dei papiri misschien nog een tweede, Latijnse bibliotheek is.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Sapfo en Charaxos

Een van de bizarste ontwikkelingen in de aan bizarre ontwikkelingen niet arme affaire rond de Sapfo-fragmenten (overzicht) is de opstapeling Read more

Ausonius in Bordeaux

Een jaar of vier geleden mocht ik op deze blog een gedichtje van Leo van Zanen publiceren over de Togatus Read more

Ausonius in Trier

Een jaar of vier geleden mocht ik op deze blog een gedichtje van Leo van Zanen publiceren over de Togatus Read more

Ausonius aan de Moezel

Een jaar of vier geleden mocht ik op deze blog een gedichtje van Leo van Zanen publiceren over de Togatus Read more