Marcus Aurelius

De late Stoa 11: Marcus Aurelius, keizer tegen wil en dank

4 mei 2021

[De stoïcijnse filosofie ontwikkelde zich van de nogal theoretische vroege stoïcijnse school in Griekenland, via de eveneens Griekse maar meer eclectische midden-Stoa ten tijde van de Romeinse republiek, naar de late Stoa uit de vroege Romeinse keizertijd, die vooral praktisch was: de laatste behandelen we in deze korte serie. Het eerste deel is hier.] 

De worsteling van de stoïcijn met zijn eigen negatieve emoties zien we vooral terugkomen in het geschrift van keizer Marcus Aurelius, die in de tweede eeuw van onze jaartelling leefde.

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk

De ondergang van het Romeinse Rijk

4 mei 2021

Een van de aardigste boeken die ik de afgelopen jaren heb gelezen, is The Fate of Rome van Kyle Harper. Ik schreef al eerder over het boek, dat groot is in een klein genre.

Een klein genre

Dat kleine genre is “ondergang van het Romeinse Rijk”. We hebben weinig geschreven bronnen, hoewel er met de gestage publicatie van papyri en Aramese teksten wel wat bij komt, en het archeologisch materiaal is nog onvoldoende verkend. De voorkeur ging lange tijd naar de klassieke periode. Ik heb weleens gewezen op de quasi-vanzelfsprekendheid waarmee de restaurateurs van het Parthenon in Athene dat gebouw terugbrachten naar de vijfde-eeuwse vorm, hoewel best te verdedigen zou zijn geweest de periode te tonen waarin het als Byzantijnse kerk dienst heeft gedaan.

Deel:
Seneca (Neues Museum Berlijn)

De late Stoa 10: zelfprogrammeren

3 mei 2021

[De stoïcijnse filosofie ontwikkelde zich van de nogal theoretische vroege stoïcijnse school in Griekenland, via de eveneens Griekse maar meer eclectische midden-Stoa ten tijde van de Romeinse republiek, naar de late Stoa uit de vroege Romeinse keizertijd, die vooral praktisch was: de laatste behandelen we in deze korte serie. Het eerste deel is hier.] 

Bij de filosofie van Seneca en Epictetus zal je wellicht gedacht hebben dat hun adviezen makkelijker gegeven zijn dan opgevolgd.

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk

Vingerwijzing

3 mei 2021

Wie ondanks corona toch in de Musei Capitolini in Rome zou komen, kan er de bronzen hand van keizer Constantijn uit circa 330 ietwat vollediger zien dan anders. Dankzij een stuk vinger uit het Louvre. Wat ooit als een deel van een teen werd gezien door iemand die weinig van anatomie wist en dus een zware vingerwijzing verdient, zijn eigenlijk de twee bovenste kootjes van een wijsvinger. Drie jaar geleden onderzocht een alerte dame aan de Seine antieke bronstechnieken en dacht bij die halve vinger aan de restanten van een reusachtig bronzen beeld in de Capitolijnse Musea (kop, linkerhand en globe – foto infra). Een ernstige vingerwijzing was de breuklijn in het brons. 3D deed de rest en dus vloog de vinger naar de Tiber voor een gelegenheidstentoonstelling. Je kan maar hopen dat die vinger nadien niet meer in een Parijse doos verdwijnt. Dan zet Constantijn misschien een vriendelijker tronie op.

[oorspronkelijk op de eigen blog van Patrick Lateur]

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk

Babylonische lamsstoofpot

3 mei 2021

Er gaan dagen, weken voorbij zonder dat ik Babylonische gerechten eet, dus ik was blij dat Manon Henzen op deze pagina tekst en uitleg geeft over een Babylonische lamsstoofpot. Manon weet alles van historisch koken en als u denkt dat dat een soort hobbyisme is, ziet u dat verkeerd. Ook in de historische gastronomie bestaan scholen en modes; tegenwoordig reconstrueren we het eten uit de Oudheid en Middeleeuwen anders dan dertig jaar geleden. Manon heeft in Nijmegen een eigen kookatelier – Eet!verleden; u vindt de pagina hier – en verzorgt de laatste tijd online cursussen zoals deze en die. Op deze blog kwam u al eens een recept tegen van ham in deegkorst. Ze maakte ook een leuk boek over brood.

Historisch koken

Het probleem met de reconstructie van antiek voedsel is, zoals altijd, datagebrek. Archeologen hebben wel pannen, schotels en bekers opgegraven en kunnen chemische analyses doen van de etensresten, maar dat helpt ons maar beperkt verder. We hebben recepten nodig en hoewel we die hebben, zijn ze niet zomaar te gebruiken. de antieke koks schreven namelijk voor hun collega’s, die voldoende professioneel waren om niet bij het handje gehouden te hoeven worden. Kookboeken als dat van Apicius (in feite een verzameling kookboeken) of de Babylonische kleitabletten zijn erg beknopt, wat het antieke voedsel voor ons moeilijk reconstrueerbaar maakt. Bedenk bovendien dat zoiets vanzelfsprekends als “laat vijftien minuten sudderen” het slingeruurwerk veronderstelt en dat er geen Christiaan Huygens is geweest in de Oudheid.

Deel:
Categoriën: Babylonië
Karl Pavlovitsj Bryullov, De laatste dag van Pompeii

De ondergang van Pompeii

2 mei 2021

De ondergang van Pompeii (79 na Chr.) vormt een uiterst dankbaar onderwerp voor verbeelding in films en op schilderijen. Wankelende zuilen, vuurbollen, vluchtende mensen in onpeilbaar diepe paniek: dat willen de toeschouwers graag zien. Armageddon, maar dan in het echt.

Vele keren is het verhaal verfilmd. De laatste, meest spectaculaire film over de verwoesting van de stad stamt uit 2014. Hier is de trailer:

Deel:
Een filosoof (Louvre, Parijs)

De late Stoa 9: Epictetus’ effectiviteit en levensgeluk

2 mei 2021

[De stoïcijnse filosofie ontwikkelde zich van de nogal theoretische vroege stoïcijnse school in Griekenland, via de eveneens Griekse maar meer eclectische midden-Stoa ten tijde van de Romeinse republiek, naar de late Stoa uit de vroege Romeinse keizertijd, die vooral praktisch was: de laatste behandelen we in deze korte serie. Het eerste deel is hier.] 

Kort gezegd: een gevecht voeren met de omstandigheden is volgens de late stoïcijnen meestal zinloos. Het is het gevecht met jezelf waar het om draait.

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Het Meer van Gennesaret

De roeping van de eerste leerlingen (2)

2 mei 2021

Als we kijken naar de tekst die ik zojuist plaatste, valt meteen op dat Lukas het verhaal van Jezus’ roeping van de eerste leerlingen, oorspronkelijk verteld door Marcus, veel sterker aanpast dan Matteüs. Lukas’ versie bevat niet alleen een wonderbaarlijke visvangst extra, maar hij verschuift ook informatie (het slotzinnetje duikt op in een ander hoofdstuk) en past de geografische informatie aan. Ik heb geen idee waarom hij Marcus’ naam “Meer van Galilea” verandert in “Meer van Gennesaret”. Meestal doet Lukas moeite om de topografie duidelijk te zijn voor zijn publiek, dat het land van Israël niet kende, maar dit keer verandert hij de naam van een vrij bekende landstreek in die van een obscuur vissersdorp. Wie een verklaring weet, mag het zeggen.

Vispartij

Dan is er de vispartij. Hier maakt Lukas een buiging naar een van oorsprong niet joods publiek. De heidense wereld kende het concept van de theios anêr, de goddelijke man. Dat is een sterveling met eigenschappen die hem boven de rest van de mensheid uittillen; tot de voorbeelden behoren de Siciliaanse slavenopstandeling Eunus, een Babylonische profeet die beweerde de uitverkorene van Nanaia te zijn, de charismatische wonderdoener Apollonios van Tyana, een filosoof die zich Peregrinus Proteus noemde en een zekere Alexander, die de slangengod Glykon introduceerde. Maar ook vorsten behoorden tot deze categorie. Dit soort mannen – volgens mij altijd mannen – hadden een lijntje met het hogere en verrichtten wonderen waarmee ze heel concreet heil bewerkstelligden. Apollonios kon een schat opsporen, keizer Vespasianus verrichtte genezingen, Jezus zorgde voor wonderbaarlijke visvangsten. Dit was een concept dat heidenen herkenden en waaraan Lukas appelleerde.

Deel:
Categoriën: Christendom, Jodendom