Olifanten en olifanten

Deze foto van een op Sicilië geslagen Karthaagse munt is niet helemaal scherp, maar dit is duidelijk een savanne-olifant.
3 februari 2021

In zijn beschrijving van de slag bij Rafia (217 v.Chr.) vertelt de Griekse historicus Polybios dat de Indische olifanten uit het Seleukidische leger effectiever zouden zijn geweest dan de krijgsolifanten in het Ptolemaïsche leger, omdat die kleiner waren. Dat is een wat vreemde constatering, aangezien de Afrikaanse olifant (Loxodonta africana) groter is dan de Indische (Elephas maximus indicus). Al sinds de jaren vijftig lossen oudhistorici deze kwestie op met de aanname dat de Ptolemaiën gebruik maakten van de Afrikaanse bos-olifant (Loxodonta cyclotis), die inderdaad kleiner is.

Dan moet de bos-olifant natuurlijk wel bereikbaar zijn geweest voor de Ptolemaiën. De aanname was dat dit beest, dat tegenwoordig vooral leeft in het tropisch regenwoud van bijvoorbeeld Kameroen, destijds ook voorkwam in Eritrea en Soedan, waar de Ptolemaiën hun olifanten vandaan haalden. Deze aanname valt nu te testen door naar het mitochondriaal DNA te kijken.

Als er in Eritrea bos-olifanten hebben gewoond, zouden we verwachten dat er in het DNA van de daar tegenwoordig wonende savanne-olifanten ook sporen waren van bos-olifanten-DNA. (Dit verschijnsel, admixture, kennen we ook van de Homo sapiens, die in Europa veelal wat neanderthaler-DNA heeft.) Aangezien deze voorspelde sporen ontbreken, is de conclusie onontkoombaar dat de bos-olifant nooit in Eritrea heeft gewoond en dat de Ptolemaïsche koningen dus savanne-olifanten inzetten.

Maar die zijn dus groter dan Indische olifanten. De conclusie is onvermijdelijk dat Polybios zich heeft vergist. De meest plausibele verklaring is dat hij op het verkeerde been is gezet door het gangbare Griekse vooroordeel dat alles in India groter was.

Er was nog een plaats waar olifanten graasden: Noord-Afrika. Dit zal voor de Karthagers een belangrijke plek zijn geweest om olifanten te bemachtigen. Op de Wikipedia wordt driftig gespeculeerd dat daar een uit de Fayyum bekende, uitgestorven soort bosolifant (Loxodonta africana pharaohensis) zou hebben gewoond, maar dat krijgt van biologen weinig steun. De vegetatie van het Atlasgebergte, met zijn open bossen, is er ongeschikt voor. Die lijkt namelijk minder op het tropische regenwoud dan op de savanne. Dat suggereert dat hier savanne-olifanten hebben geleefd.

Dat de Karthagers dit dier kenden, blijkt ook uit de Punische munten, geslagen in Akragas en Iberië, waarop de olifanten altijd staan afgebeeld met naar voren gepunte slagtanden en ietwat hoekige oren – heel anders dan de bosolifant, wiens slagtanden naar de grond zijn gericht en die ronde oren heeft. Numidische munten bevestigen dit.

Maakt dit alles veel uit? Nou, ja, eigenlijk. Anders dan de kleinere bos-olifanten konden savanne-olifanten worden uitgerust met houten torens van waaruit krijgers met speren neerwaarts konden steken. Het impliceert een totaal andere tactiek tijdens een veldslag.

Literatuur

Deel dit blog:
Hannibal op zoek naar wraak

[Dit is het laatste van vier stukjes over het leven van de Karthaagse veldheer Hannibal. Het eerste was hier.]De economie Read more

Hannibal: van Cannae tot Zama

[Dit is het derde van vier stukjes over het leven van de Karthaagse veldheer Hannibal. Het eerste was hier.]Ondanks de Read more

Foto van de dag: Theseus en de Minotaurus

Theseus en de Minotaurus op een mozaïek uit Thuburbo Maius [Meer foto’s hier.]

Curio in Africa

In het eerste stukje schreef ik dat Gaius Scribonius Curio in de zomer van 49 v.Chr. Sicilië verzekerde voor Caesar. Read more