Nineveh, de laatste Assyrische hoofdstad

De (inmiddels verwoeste) Nergal-poort van Nineveh
18 oktober 2021

De laatste hoofdstad van Assyrië, Nineveh, ligt op de oostelijke oever van de Tigris, op de plek waar de Khosr erin uitmondt. Dit riviertje verdeelt de oude stad in een noordelijke en een zuidelijke helft. Beide hebben een citadel dicht bij de westelijke muur: de zuidelijke heuvel heet Nebi Yunus (“profeet Jona”) naar het oude islamitische mausoleum op die plaats, terwijl de noordelijke heuvel Kuyunjik heet.

Over de alleroudste resten van Nineveh blogde ik al: neolithisch aardewerk uit het zevende millennium v.Chr. Maar ook al is dat erg mooi, er is maar weinig bekend over deze periode.

Nineveh in de Bronstijd

Fast forward naar het tweede millennium v.Chr. Nineveh was toen al een stad van belang, met een heiligdom voor de godin Ištar. Bij de vondsten uit die tempel is een beroemd portret van een Akkadische koning, vaak geïdentificeerd met Sargon van Akkad (ca. 2300 v.Chr.), maar in feite zijn zoon Maništušu (ca. 2250 v.Chr.).

Koning Maništušu van Akkad; kopie van een in de Ištartempel in Nineveh gevonden portret. Het origineel is in Bagdad; deze kopie komt uit het British Museum in Londen.

De stad lag aan de grote weg die Elam, Babylonië en Mât Aššur (het land van de god Aššur) verbond met Anatolië. Omdat de handel door ging, zal het late tweede millennium ook wel een tijd van bloei zijn geweest. Er zijn aanwijzingen voor omvangrijke bouwwerken door de Assyrische koningen Šalmaneser I (r.1263-1234) en Tiglath-pileser I (r.1114-1076).

Sanheribs hoofdstad

In die tijd was Aššur nog de hoofdstad van Assyrië. Later werd dat Kalhu (het huidige Nimrud). Koning Sargon II (r.721-705) stichtte in plaats daarvan Dur-Šarrukin (Khorsabad), en zijn zoon en opvolger Sanherib (r.704-681) verplaatste het administratieve centrum naar Nineveh. Sanherib beschrijft zijn bouwactiviteiten in een stele, die tegenwoordig is te zien in de Archeologische Musea van Istanbul:

Ik maakte de marktstraten breed genoeg om te dienen als koninklijke weg en deed het plaveisel schitteren als de dag. Zorgvuldig liet ik de muur en de stadswal bouwen tot ze zo hoog als een berg waren. …

Om ervoor te zorgen dat de koninklijke weg in de toekomst niet smaller zal worden, liet ik steles tegenover elkaar plaatsen. Zo gaf ik de breedte aan van de koninklijke weg, tweeënvijftig el, helemaal tot aan de poort bij het park. Als een van de stedelingen een oud huis zal slopen en een nieuw zal bouwen, en als de fundering van dat nieuwe huis de straat versmalt, moeten mijn opvolgers hem in dat huis spiesen.

De bakstenen muur rond Nineveh had een omtrek van twaalf kilometer en omringde een gebied van 720 hectare. Er waren vijftien poorten. Om te zorgen dat er voldoende water was, werd een aquaduct gegraven van vijfennegentig kilometer lang. Resten zijn te zien bij Jerwan, zo’n 65 kilometer stroomopwaarts van Nineveh. De stad van Sanherib telde wellicht zo’n 100.000 inwoners.

Paleizen

Op de Kuyunjik (ten noorden van de rivier Khosr) bouwde Sanherib zijn “paleis zonder weerga”. Het heet ook wel het “zuidwestelijke paleis”. Het was ongeveer 500×250 meter groot was en telde zo’n tachtig vertrekken. Er waren allerlei reliëfs, waaronder een dat de inname van Lachis in Juda in 701 v.Chr. toont. Ik blogde er al eens over.

Sanheribs belegering van Lachis. Reliëf uit Nineveh, nu in het British Museum (Londen)

Op de andere heuvel, Nebi Yunus, zou Sanheribs zoon en opvolger Esarhaddon (r.680-661) een arsenaal bouwen, dat over een ander paleis heen gebouwd lijkt te zijn. Dit oudere bouwwerk is in 2017 ontdekt en lijkt momenteel onderzocht te worden. Als het arsenaal echter over een paleis heen is gebouwd, moet het dateren uit de regeerperiode van Sanherib of nog ouder zijn.

Esarhaddons opvolger Aššurbanipal (r.668-631) bouwde een tweede paleis op Kuyunjik, dat gewoonlijk het “noordelijke paleis” wordt genoemd. Het verving een ouder paleis, dat tot dan toe door de kroonprins bewoond was geweest en daarom “huis van de opvolging” heette. Dit noordelijke paleis is beroemd om de reliëfs van de leeuwenjacht.

De leeuwenjacht van Assurbanipal (detail; British Museum, Londen)

De al even beroemde “Bibliotheek van Aššurbanipal” is een verzameling van meer dan 30.000 tabletten, gevonden op verschillende plaatsen. Ze vormen dus niet één bibliotheek. Het belang is immens: deze collectie bood negentiende-eeuwse geleerden een eerste glimp van de Mesopotamische literatuur. Hier is het Zondvloedtablet gevonden.

Ondergang van Nineveh

In 612 v.Chr. plunderde een coalitie van Babylonische en Medische troepen Nineveh. De gebeurtenis staat beschreven in de kroniek die bekendstaat als ABC 3. Het moet een zware campagne zijn geweest, want de Assyrische hoofdstad viel niet te benaderen vanuit het westen, waar de Tigris haar beschermde, terwijl aan de andere zijden de stadsmuur lag: de “muur waarvan de pracht de vijand overweldigt”, zoals de Assyriërs dit bolwerk noemden. Het mocht niet baten: de stad viel.

De laatste verdedigers van Nineveh

De bijbelse profeet Nahum is de enige bron die vreugde documenteert over de val van de stad. Voor het overige lijken de onderworpen volken niet meteen enthousiast over de opkomst van Babylon te zijn geweest.

De nabloei van Nineveh

Het einde van het Assyrische Rijk was vanzelfsprekend niet het einde van Nineveh. In 401 v.Chr. verbleef de Griekse huurlingenleider Xenofon in een plaats genaamd Mespila, Zijn beschrijving is voldoende nauwkeurig om die stad als Nineveh te identificeren.

Grafvondsten documenteren bewoning in de Parthische tijd. Strabon vermeldt de stad. In de derde eeuw n.Chr. weet de Griekse auteur Filostratos dat Damis, een metgezel van de filosoof Apollonios van Tyana (eerste eeuw n.Chr.) afkomstig was uit Nineveh. (Ik blogde er al eens over.) In 627 n.Chr. vond in Nineveh een belangrijke veldslag plaats tussen de Byzantijnen en de Sasanidische Perzen. De stad is verplaatst naar de andere oever, waar Mosul nu de naam van Mespila voortzet, na de Mongolenstorm van de dertiende eeuw. In de negentiende eeuw wist Layard Nineveh te identificeren.

Grafmasker, tweede eeuw n.Chr. (British Museum, Londen)

Vier jaar geleden was er een expositie over Nineveh in het Rijkmuseum van Oudheden in Leiden. Ik blogde er destijds veel over. Die stukjes vindt u hier. De expositie eindigde met de reconstructiewerken nadat de zogenaamd Islamitische Staat er had huisgehouden. Die zijn nu in volle gang. Zo is er onderzoek bij de Adad-poort en zijn er archeologen bezig om een metaalwerkplaats te onderzoeken.

Opgraving van een metaalwerkplaats

En tot slot de foto die u wist dat zou komen.

Jona in Nineveh
Deel dit blog:
Kalhu ofwel Nimrud

De afgelopen dagen had ik het over het oude Babylonië. Assyrië, het noorden van het huidige Irak, maakte deel uit Read more

Het einde van Athene (4)

[Het laatste deel van een reeks over de Dekeleïsche of Ionische Oorlog, ofwel de ondergang van Athene. Het eerste deel Read more

Het einde van Athene (3)

[Het derde, wat lange deel van een reeks over de Dekeleïsche of Ionische Oorlog, ofwel de ondergang van Athene. Het Read more

Foto van de dag: Rotswoningen in Cappadocië

De ook door Xenofon beschreven rotswoningen van Cappadocië. [Meer foto’s hier.]


Categoriën: Assyrië