Mooie migranten: verhalen

15 november 2020

Het thema van de Week van de Klassieken is migratie en dat betekent dat we het ook eens moeten hebben over oraliteit ofwel mondelinge literatuur. Of beter: mondeling doorgegeven informatie. Een voorbeeld: het verhaal dat Ovidius vertelt over Philemon en Baucis correspondeert prachtig met een van de bijbelse verhalen over Abraham en Sara. In allebei de tradities onthalen twee oude mensen enkele incognito op aarde rondreizende hemelingen en wordt een stad verwoest. Ovidius kan het verhaal niet hebben gelezen in de Bijbel, maar wat verklaart de overeenkomst dan?

Om het nog complexer te maken: er zijn tientallen, honderden volksvertellingen die frappante overeenkomsten hebben. De vis die zó groot is dat zeelieden denken dat het een eiland is en die onderduikt als Sinbad de Zeeman er een fikkie stookt, komt weer boven water in de legende van Sint-Brandaan. Zie plaatje hierboven. Het mandje waarin Mozes de Nijl afdreef, vervoerde Sargon van Akkad door het Tweestromenland, nam Romulus en Remus mee naar Rome en spoelde uiteindelijk aan bij de Kinderdijk. Het verhaal over de dood van de grote god Pan wordt eveneens verteld over de Kabouterberg bij Hoogeloon, waar koning Kyrie dood is. De lijst is eindeloos.

Wat is hier aan de hand? Van de sage van de Vrouw van Stavoren kun je misschien nog zeggen dat het een bewuste bewerking is van het Griekse verhaal over de Ring van Polykrates, maar in de andere gevallen lukt dat met de beste wil van de wereld niet. De auteur van de Brandaanlegende kan onmogelijk de verhalen van Sindbad de Zeeman hebben gelezen. Wat we hier zien, zijn de eilanden in de zee van verhalen die in de Oudheid moet hebben bestaan: mondeling doorgegeven informatie die de verhalenvertellers in gegeven situaties steeds weer anders doorvertelden. Griekse dichters putten uit dezelfde verhalenzee als hun oosterse collega’s, wat verklaart waarom er soms frappante overeenkomsten zijn – de Zondvloedmythe en de opvolging van godengeneraties zijn voorbeelden. Het motief van Abraham, die bij God gaat afdingen over het aantal rechtvaardigen dat in Sodom moet wonen om de stad van de naderende ondergang te redden, was bruikbaar voor de eerste moslims, die Mohammed lieten afdingen over het aantal gebeden dat een gelovige moest zeggen.

Verhalen migreerden. Ze sprongen over van cultuur naar cultuur. Deze simpele constatering heeft vérstrekkende gevolgen. Om te beginnen betekent het dat de geschreven bronnen atypisch zijn. Ze zijn de uitzonderingen in de antieke informatieoverdracht en moeten daarom voorzichtig worden gelezen. Je moet vooraf bedenken wat de lezer al kon weten vanuit de mondelinge traditie.

Een ander gevolg is dat we rekening moeten houden met culturele beïnvloeding die enerzijds over veel grotere afstanden plaatsvond dan we tot pakweg het midden van de twintigste eeuw aannamen – er waren duizenden en duizenden mensen die verhalen vertelden – maar dat deze beïnvloeding niet langs elke route even snel ging. We moeten vooral rekening houden met verspreiding langs rivieren en de zee, waar makkelijker grote afstanden konden worden afgelegd.

Voor zeetransport van verhalen en ideeën zou je kunnen denken aan de staatsinstellingen van de Griekse stadstaatjes. Al een eeuw geleden is geopperd dat die kunnen zijn beïnvloed door de Fenicische stadstaten: beide zeevarende volken kenden een Raad van Ouden, een Volksvergadering en een koning, die overal na verloop van tijd werd vervangen, waarbij de reële macht in handen kwam van gekozen magistraten. Een andere intrigerende hypothese is dat de Olympische Spelen een weerklank zijn van oosterse atletiektoernooien, die bekend kunnen zijn geweest door het navertellen van de Gilgamešsage. De vraag was altijd hoe de Grieken dit soort ideeën uit het oosten konden hebben leren kennen, maar inmiddels nemen we contacten als vanzelfsprekend aan en vragen we ons af hoe we die vraag ooit hebben kunnen stellen.

Een voorbeeld van riviertransport van ideeën: de opmerkelijke concentratie van Mithrasculten langs de Donau en Rijn, die lang is verklaard vanuit het veronderstelde feit dat het een soldatencultus was die in de Romeinse grensforten een logische verblijfplaats vond, kan beter worden ingeruild voor het denkbeeld dat ze zich langs deze rivieren makkelijk kon verspreiden.

Om nog even terug te keren naar de migratie van verhalen: ik schreef eerder over volksverhalen die door migranten zijn meegenomen en verwijs u, tot besluit van dit stukje, nog even naar terug naar het stukje over de sprookjesstamboom.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Een sprookjesstamboom

In 2016 publiceerden S.G. da Silva en J.J. Tehrani in Royal Society Open Science een elegant artikel met een weinig elegante titel Read more

Antieke migraties en migranten (2)

[Voor het eerste deel van deze reeks over antieke migratie: hier.] De migratie van namen Je kunt niet zeggen dat de Read more

Antieke migraties en migranten (1)

Migratie, dat mensen met een bepaalde identiteit elders gaan wonen bij mensen met een andere identiteit, is momenteel een belangrijk Read more

Oude talen, modern nationalisme

Alvorens verder te gaan met deze reeks over de eerste resultaten van het oudheidkundige DNA-onderzoek, eerst een herinnering aan mijn Read more