Mondelinge literatuur

Marcus Curtius
21 juni 2021

Het alfabet is een democratischer schrift dan de hiëroglyfen, het spijkerschrift of lettergrepensystemen als het Lineair-B. Twee dozijn alfabettekens uit het hoofd leren en presto, je kunt lezen en schrijven. Toen het alfabet eenmaal de oudere schriftsoorten had vervangen, varieerde de mate van geletterdheid in de oude wereld tussen de 10% in de meeste streken en de 35% in een democratische stadstaat als Athene. Voor Judea, met zijn boekengodsdienst, is een vergelijkbaar percentage genoemd: tweederde van de volwassen mannen. Wie in een antiek dorp kwam, kon altijd wel iemand vinden die kon lezen en schrijven.

Face to face

De vraag naar analfabetisme is dan ook verkeerd gesteld. De feitelijke vraag is hoe de informatie circuleerde. Ook mensen die konden lezen en schrijven, vernamen de meeste informatie mondeling. De antieke samenleving was een face-to-face society. Daardoor is de meeste informatie, ook in Athene en Judea, voor ons voorgoed ontoegankelijk. We hebben alleen toegang tot de geschreven teksten – zij vormen eilanden in een zee van mondeling overgeleverde verhalen, ideeën en tradities. Het ongeschrevene is lastiger te kennen, maar vergelijkingen met andere voorindustriële samenlevingen hebben oudheidkundigen wel geholpen te begrijpen hoe informatie circuleerde in de oude wereld. Er is veel geschreven over wat mondelinge literatuur heet. (Ik ervaar de term als een oxymoron.)

Een van de grondleggers van deze kijk op informatie was de Pruisische diplomaat Johann Georg von Hahn, die er in 1876 in zijn postuum gepubliceerde Sagwissenschaftliche Studien op wees dat de Griekse heldenverhalen allerlei parallellen hadden met de sagen en heldenliederen in andere Indo-Europese talen.

Plots, motieven en structuur

Verhalen hebben steeds dezelfde plot. In drakendoderssagen wordt de held altijd op een bijzondere manier verwekt en geboren, wordt zijn jeugd bedreigd, toont hij als jongeling al opmerkelijke kwaliteiten, verwerft hij een speciaal wapen, verslaat hij een draak, verwerft hij een schat en een bruid, en komt hij uiteindelijk op een bijzondere manier aan zijn einde. Ik blogde er al eens over.

Sommige motieven komen steeds terug. Het verhaal van Ploutarchos over de dood van de grote god Pan heeft parallellen in een half dozijn andere culturen. De mand die Sargon van Akkad over de Eufraat voerde, droeg Mozes over de Nijl, transporteerde Romulus en Remus over de Tiber en zette ook nog eens een baby af aan de Kinderdijk. De eilandvormige vis van de Ierse heilige Brendan veroorzaakte ook problemen voor Sinbad de Zeeman. De kloof op het Forum Romanum waarin Marcus Curtius sprong, lag ook bij het paleis van koning Midas. Het motief van goden die de aarde bezoeken voorafgaand aan de vernietiging van een zondige stad is niet alleen de achtergrond van het bijbelverhaal over Sodom en Gomorra, maar ook van Ovidius’ verhaal over Philemon en Baucis. En de Veluwse sage over het Solse Gat.

Ook bepaalde structuurelementen komen steeds terug. Wanneer we bijvoorbeeld lezen dat de Atheense leider Peisistratos tweemaal een staatsgreep probeerde en de derde keer slaagde, moeten we erkennen dat “derde keer geluk” een standaardmotief is. Natuurlijk is de alleenheerschappij van Peisistratos een historisch feit, maar de twee eerdere mislukkingen zijn verdacht. Iets dergelijks geldt voor scènes, zoals herkenningen tussen mensen die elkaar uit het oog zijn verloren.

Zinnen, locaties en chunks

Dan zijn er nog bepaalde stereotype zinswendingen, zoals “en ze leefden nog lang en gelukkig”, en zelfs bepaalde locaties. Als de Griekse onderzoeker Herodotos de Medische residentie Ekbatana beschrijft als een stad met zeven muren, is dat een typisch sprookjesmotief, dat een parallel heeft in de Middelnederlandse Walewein.

Een andere weggever dat we in een geschreven tekst te maken hebben met een mondelinge traditie is de herkenbaarheid van zogeheten chunks. Een zinnetje als “Ziet, de leliën des velds, hoe ze bloeien” is een drietrapsraket van informatie, waarin eerst de aandacht wordt gevraagd, dan wordt aangegeven waarvoor de aandacht is vereist en tot slot wordt aangegeven wat er dan te zien is. Typische spreektaal, die taalkundigen prima kunnen documenteren.

Belang

Tot slot: ontleningen kunnen heel ver gaan. Het Babylonische scheppingsverhaal Enuma Elisj lijkt de filosofie van Thales te hebben beïnvloed, terwijl oosterse wortels zijn gesuggereerd voor de Olympische Spelen. Er moet een ware oceaan van mondelinge informatie zijn geweest.

In feite zijn onze geschreven bronnen dus atypisch voor de informatie die destijds circuleerde. Ze vormen hooguit een aanwijzing voor wat ooit bekend is geweest. We moeten dus altijd kritisch blijven: onze geschreven teksten zijn niet representatief voor de informatie die er ooit was, juist omdat het geschreven teksten zijn.

Deel dit blog:
De Olympische Spelen

O ja, de Olympische Spelen, die zijn er ook nog. Er zullen de komende dagen wel weer commentatoren zijn die Read more

De wereldkaart van Ptolemaios

Vorige week was ik in Mainz en we bezochten het Gutenbergmuseum. Als u het niet kent, moet u er zeker Read more

Curio in Africa

In het eerste stukje schreef ik dat Gaius Scribonius Curio in de zomer van 49 v.Chr. Sicilië verzekerde voor Caesar. Read more

Curio in Italië

Als ik u zeg dat het 20 augustus was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus Read more