De Oudheid uitleggen: vier adviezen

28 oktober 2020

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, is “de Oudheid uitleggen” mijn vak en zou ik willen dat we de mensen beter bereikten. Ik denk momenteel concreet aan een groepsblog, zodat tenminste de informatie die bij elkaar hoort, bij elkaar te vinden is. Bijkomend voordeel is dat journalisten een punt hebben waar ze zich kunnen informeren.

Toevallig verzorg ik binnenkort ook een college over mijn werk, waarin ik vier adviezen zal geven. Ik zet ze hieronder neer. Voor een deel van de lezers zal dit weinig nieuws zijn, maar niets dwingt u hier te blijven. Bekijk anders deze of die pagina!

1. Wees generalist

Een oude observatie: als ik een lezing verzorg over TacitusGermanenteksten, krijg ik gegarandeerd een vraag over veenlijken. Als ik spreek over veenlijken, zal iemand vanuit de zaal vragen stellen over Tacitus. Anders gezegd, wanneer het gaat over archeologie komen er vragen waar een classicus het beste raad mee weet en als het gaat over een klassieke tekst komen er vragen die een archeoloog beter kan beantwoorden. Nog anders gezegd: geïnteresseerde mensen kunnen weinig beginnen met de verdeling die in de wetenschappelijke opleidingen bestaat. Het gaat het publiek om de inhoud. Terecht combineert het Drents Museum Tacitus en archeologie in de presentatie van het Meisje van Yde.

Dit was één voorbeeld uit duizenden. Het publiek begint met zoeken naar informatie met een algemeen karakter en die zoekvraag moet (althans als je wil dat mensen je informatie vinden) je uitgangspunt zijn. Wie als uitgangspunt een academisch specialisme neemt, zet zijn licht onder de korenmaat. Voorlichting is een generalistenactiviteit. Vandaar dat we nu dus werken aan een groepsblog, zoals Over de muur voor geschiedenis in het algemeen, Neerlandistiek voor allerlei vormen van Nederlandse taal- en letterkunde en Stuk rood vlees over politieke , wetenschappen, terwijl op Sociale vraagstukken de actualiteit de diverse sociale wetenschappen ontmoet.

2. Gebruik een versterker

Sommige mensen hebben een lage informatiebehoefte. Je trekt hun aandacht, je legt het uit, ze kijken ernaar, ze vinden het leuk of niet en ze lopen verder. Een tweede groep raakt daarentegen geïnteresseerd en wil méér weten. Deze groep is voor een goede voorlichting cruciaal.

Ze kan namelijk optreden als versterker en helpen je thema uit te leggen. Schrijf bijvoorbeeld een goed artikel en zij kopen het tijdschrift om het andere geïnteresseerden cadeau te doen. Maak een goede expositie, zij zullen anderen aanraden ook naar het museum te gaan. Sterker nog, ze leveren hun vrienden en kennissen advies op maat – bijvoorbeeld dat die tentoonstelling ook geschikt is voor kinderen.

Bedenk hierbij echter dat mensen met een hoge informatiebehoefte ook in staat zijn tot een negatief oordeel. “Die Mary Beard claimt dat het vroege christendom zijn ontstaansgeschiedenis heeft herschreven maar legt niet uit hoe ze dat weet”. Als mensen met een hoge informatiebehoefte eenmaal hebben geconcludeerd dat je maar wat staat te roepen, concluderen ze dat je maar weinig te bieden hebt. Dat brengt ons bij het volgende punt.

3. Geen eerste lijn zonder tweede lijn

Uit het bovenstaande volgt dat een goede voorlichting bestaat uit minimaal twee delen. Nadat je de aandacht hebt getrokken is er een eerste lijn waarin je uitlegt wat je uitleggen wilt. In het voorbeeld van zojuist: dat de christenen hun ontstaansgeschiedenis hebben herschreven. Vervolgens leg je – en dit is de tweede lijn – aan belangstellenden uit waarom je dat weet. Je vertelt bijvoorbeeld wat Eusebios beoogde met zijn Kerkgeschiedenis en geeft aan waarom sommige martelarenakten niet zijn wat ze lijken. Dit betekent bovendien dat je het proces van tekstuitleg zélf moet uitleggen.

Wat geldt voor teksten, geldt mutatis mutandis voor andere oudheidkundige bloedgroepen. Ook archeologen zullen, als ze de Oudheid uitleggen, moeten aangeven hoe ze weten wat ze weten. Als ze zich beperken tot het tonen van voorwerpen en het doen van claims zonder onderbouwing, zal het publiek zich kritisch betonen en zich tegen de wetenschap keren. Een goed boek over de archeologische theorievorming in de Lage Landen is al jaren een desideratum en de scepsis in de archeologische adviespraktijk is het onderwerp van het stukje hier.

De tweede lijn, liefst inclusief toegang tot de wetenschappelijke literatuur, dient te bestaan vóór scepsis optreedt. Als je gaat uitleggen waarom je weet wat je weet op het moment dat mensen al kritisch zijn, zal hunscepsis zich alleen maar uitbreiden naar je uitleg van de methode. Dit is het beruchte backfire-effect.

Overigens is een tweede lijn een manier om te breken met de heilloze twee frames die nu zo vaak worden benut: enerzijds jubelverhalen en anderzijds wetenschapsscepsis. Toon de puzzel, toon het eigenlijke wetenschappelijke proces en je brengt mensen in een staat van vertrouwelijkheid met de wetenschap.

4. Weet wat je niet weet

Mensen met een hoge informatiebehoefte zijn niet alleen cruciaal omdat ze als versterker optreden, ze geven ook feedback. Bovendien zijn het vaak hoogopgeleide mensen, die vanuit hun vakgebied nuttige aanvullingen geven. Ik heb weleens geblogd over de wijze waarop een vriendelijke meneer me corrigeerde bij een Perzisch reliëf van een stier en een leeuw. Ook op deze blog pik ik regelmatig nieuwe dingen op. (Daarom doe ik bij het bloggen vaak lekker stellig, want zo lok ik discussie uit.)

Ik denk dat het belangrijk is te profiteren van de inzichten van het publiek. De opleidingen zijn immers te kort. Archeologen leren sinds de jaren tachtig geen Latijn meer; historici denken dat ze met wat colleges Mediterrane archeologie genoeg weten over de materiële cultuur; classici gaan nogal frivool om met de sociale wetenschappen en oude geschiedenis. Juist het grote publiek kan mensen die de Oudheid uitleggen duidelijk maken wat ze te weinig weten.

En verder

Hierbij laat ik het. Er is meer te vertellen. Bijvoorbeeld over het belang van internet, waar bad information drives out good. Of over de verwarring die is ontstaan toen de limes-organisaties een infrastructuur opzetten die parallel liep aan de bestaande infrastructuur. Over de derde lijn. Over TV als versterker, waar een goede spreker niet zomaar mensen voor je verhaal kan winnen, maar heel erg veel mensen op de hoogte kan brengen van wat je wil vertellen. En omgekeerd: waar een ondeskundige spreker mensen wegjaagt.

Maar ik heb al veel woorden geschreven, en voor de vaste lezers van deze blog is dit bekende materie. Het is voor vandaag mooi geweest.

[Het bericht De Oudheid uitleggen: vier adviezen verscheen eerst op Mainzer Beobachter.]

Deel dit blog:
Ancient History Magazine: nu los te koop

[Ancient History Magazine is vanaf vandaag verkrijgbaar bij de AKO Boekhandel bij u op de hoek. Dit keer geen Brexitperikelen, Read more

Factcheck: Het Afghanistan van Louise Fresco

Het is ogenschijnlijk triviaal, maar toch: de column van Louise Fresco in het Handelsblad van gisteren, daarover heb ik wat Read more

Persbericht: Ancient History Magazine

[Ik ben even niet bereikbaar. Maar ik heb voor vandaag wel een leuk berichtje.]Ancient History Magazine bij de AKO Boekhandel Read more

De Oudheid in het nieuws

Straks begint Oog op de Oudheid, het evenement waartoe Timo Epping van het Rijksmuseum van Oudheden en ik, destijds namens Read more

Tags: