De aardse en goddelijke vrouwen van Locri Epizephyrii (1)

Pinax uit Locri met daarop afgebeeld de Ontvoering van Persephone (© Wikimedia Commons, user Sailko) 
24 januari 2021

In 2007 studeerde ik af aan de Vrije Universiteit van Amsterdam voor de opleiding Oudheidkunde. Voor mijn scriptie deed ik onderzoek naar verschillende Griekse steden, waaronder enkele Griekse koloniën die in het zuiden van Italië (Magna Graecia) waren gesticht. De focus lag hierbij op de beoefende religie in deze onafhankelijke steden (apoikiai) in de zesde en vijfde eeuw voor Christus. Een van de vijf grootste steden van “Groot-Griekenland” was Locri Epizephyriigelegen in Calabrië. In deze stad genoten vrouwen een bijzondere status, zo blijkt uit diverse archeologische vondsten die hier werden gedaan begin twintigste eeuw, maar ook uit overleveringen van antieke schrijvers zoals Strabo.

Griekse kolonisten in Zuid-Italië

Zo rond de achtste eeuw voor Christus begaven reislustige Grieken uit moederland zich naar het zuiden van Italië waar zij onafhankelijke steden (apoikiai) stichtten. Het gebied waar zij zich settelden werd door de Romeinen Magna Graecia genoemd, oftewel “Groot Griekenland” en omvat – grofweg – de provincies Campanië, Apulië, Basilicata, Calabrië en tevens ook Sicilië. Enkele bekende apoikiai van Magna Graecia zijn Syracuse, Cumae, Poseidonia, Croton, Rhegium en Tarente.

Kaart van Magna Graecia (Publiek domein)

De Grieken vestigden zich veelal langs de kustlijn en kregen bij aankomst te maken met de inheemse volkeren die al in deze gebieden woonden. Archeologische vondsten, waaronder grafgiften en offeranden aan de goden, tonen aan dat de Grieken en hun buren vermoedelijk op goede voet stonden en bepaalde elementen van hun culturen ook uitwisselden en overnamen.

Antieke bronnen vullen het verhaal van de Griekse kolonisering van Zuid-Italië verder aan, maar moeten we met een stevig korreltje zout nemen. Zo dateren de meeste bronnen uit een veel latere periode en zijn zij derhalve een product van die tijd. Een belangrijke bron voor het verhaal van Magna Graecia is de Griekse geograaf en historicus Strabo, die circa 64 voor Christus – 24 na Christus leefde. In zijn Geographika geeft Strabo uitgebreide geografische informatie over de volkeren van Azië, Europa en Afrika in zijn tijd. Hij maakt echter ook historische en mythologische uitstapjes. Zo lezen we in boek VI.1-2 – over Magna Graecia – waar de Griekse kolonisten vandaan kwamen en waar zij zich settelden in Italië, maar lezen we ook over cryptische adviezen van het Orakel van Delphi en de geleverde strijd tussen de Grieken onderling en/of hun inheemse buren.

De stichting van Locri Epizephyrii

Een van de vijf grootste koloniën van Magna Graecia was Locri Epizephyrii in de punt van de ‘Italiaanse laars’. Volgens Strabo was deze kolonie vernoemd naar de streek Lokris op het Griekse vasteland, waar de kolonisten vandaan kwamen. Er zijn echter twee streken aan te wijzen die de naam Lokris dragen en ze liggen praktisch naast elkaar in Midden-Griekenland: Opuntisch Lokris – vernoemd naar de belangrijkste stad Opus – en Ozolisch Lokris aan de Golf van Korinthe. De groep kolonisten zou geleid zijn door een man die de naam Evanthes droeg (Strabo Geographika VI.1.7).

De Griekse historicus Polybios (circa 203 – 120 voor Christus) vertelt in zijn Historiën dat hij van de Italische Locriërs zelf heeft vernomen hoe de stichting van hun stad tot stand is gekomen en dat dit verhaal in overeenstemming is met een eerder verslag van de befaamde filosoof Aristoteles (vierde eeuw voor Christus). Volgens de Locriërs zouden de mannen van Lokris de Spartanen te hulp zijn geschoten tijdens de (Eerste of Tweede) Messenische Oorlog. De vrouwen die alleen waren achtergebleven, wierpen zich in de armen van hun slaven om vervolgens samen op de vlucht te slaan. Ze verzeilden in Zuid-Italië waar ze de stad Locri stichtten en waar de nobele lijn der “Honderd Huizen” voortleefde via de matrilineaire lijn (Polybius, Historiën XII.5).

De Locriërs van de Westenwind

Volgens Strabo werd Locri kort na Crotone (710 voor Christus) gesticht en de vroegste archeologische vondsten uit Locri dateren uit de laat achtste eeuw voor Christus. De kolonisten vestigden zich in eerste instantie bij Kaap Zephyrion (van het Griekse Zephyros wat ‘Westenwind’ betekent) nadat zij hier toestemming voor hadden gekregen van de inheemse stam der Siculi. Volgens Strabo was er hier een bron aanwezig die de naam Locria droeg en de kolonisten die hier hun kamp opzetten, noemden de plek Locri Epizephyrii, vrij vertaald: “de Locriërs van de Westenwind” (Geographika VI.1.7).

Door de sterke wind bij Kaap Zephyrion zagen de Grieken zich na enkele jaren genoodzaakt om hun stad 20 kilometer ten noorden van de kaap te verplaatsen op de heuvel Epopsis. De antieke stad Locri lag tussen twee rivieren in, de Sagra in het noorden en de Halex in het zuiden. Deze rivieren vormden de natuurlijke grenzen met hun buren, respectievelijk de Griekse koloniën Caulonia en Rhegium. Volgens de Griekse geschiedschrijver Polybios had de verhuizing van de Grieken ook gevolgen voor de Siculi die verder landinwaarts werden gedreven (Historiën XII.6.3) en archeologen hebben ook sporen van vernieling aangetroffen in de necropoleis (begraafplaatsen) van de Siculi bij Canale en Ianchina.

Eerste archeologische opgravingen

Archeoloog Paolo Orsi (1859 – 1935) was de eerste die in Locri onderzoek deed en hij leidde in totaal negen opgravingen. Hij was met name geïnteresseerd in de begraafplaatsen en tempels van Locri. Zo verrichtte hij opgravingen in de Lucifero begraafplaats ten noordoosten van de stad. Hier legde zijn team 1.675 graven bloot, waar objecten aan het licht kwamen uit de Laat-Archaïsche (circa 550 – 490 voor Christus) en Klassieke Periode (circa 490 – 323 voor Christus). Tot hun verrassing bleken deze grafgiften meegegeven te zijn aan vrouwen en kinderen; in de graven van de mannen werden nauwelijks grafgiften aangetroffen. Mogelijk wijst dit op de belangrijke positie van vrouwen in Locri en de matrilineaire lijn waar Polybios over spreekt (Historiën XII.5).

Paolo Orsi (Publiek domein)

Het schathuis van het Persephoneion

Er zijn in Locri vijf tempels gevonden waarvan wordt aangenomen dat zij gewijd waren aan Zeus, Athena, Demeter en Aphrodite (twee stuks). Volgens de Griekse geschiedschrijver Diodorus Siculus, die in de eerste eeuw voor Christus leefde, was de tempel van Persephone in Locri de meest befaamde tempel van Italië (Bibliotheca Historica XXVII.4.2). Het Persephoneion is (nog) niet gevonden, maar de plek waar deze tempel zich bevond wel, namelijk buiten de stadsmuren aan de noordwestelijke zijde van de stad. Deze aanname is gebaseerd op een vondst die Paolo Orsi deed tijdens opgravingen tussen 1908 – 1909.

De tempel van Persephone stond in de Oudheid al bekend om zijn prominente schathuis (thesauros) waar kostbare offeranden aan de godin werden bewaard. In 1906 stuitten lokale boeren op enkele scherven wat aanleiding was voor Orsi en zijn team om nader op onderzoek uit te gaan in het zogeheten Mannella district van de stad. Orsi, die op zoek was naar het schathuis van de tempel, stuitte op een klein gebouw en dacht de jackpot te hebben gewonnen.

Het gebouw bleek echter een ‘stortplaats’ te zijn voor offeranden. Verondersteld wordt dat de tempel van Persephone halverwege de vijfde eeuw voor Christus van haar meest waardevolle giften was ontdaan en dat minder waardevolle offeranden opzettelijk werden gebroken en laag voor laag begraven werden op deze plek.

Orsi legde een greppel van 30 bij 7 meter bloot en trof in de onderste lagen beeldjes en scherven aardewerk aan.  De lagen hierboven bevatten duizenden fragmenten van pinakes (enkelvoud: pinax), waarvan het merendeel uit de vroege vijfde eeuw voor Christus dateert. Deze pinakes zijn kleitabletten waarop scenes in reliëf zijn aangebracht (en soms beschilderd). De scenes op deze pinakes tonen de godheid aan wie zij geofferd werden en het lijkt om de godin Persephone te gaan, “Koningin van de Onderwereld”.

De ontvoering van Persephone

Alvorens de verschillende scenes op de pinakes nader uit te diepen, moet de lezer eerst kort iets weten over Persephone. In de Griekse mythologie was zij de dochter van Demeter, godin van de landbouw. Op een dag was de jonge maagd bloemen aan het plukken in een veld, toen Hades, God van Onderwereld, in zijn strijdwagen uit een kloof tevoorschijn kwam. Hij stoof op het meisje af greep haar vast en nam haar mee terug naar zijn donkere gewelven. Een diep bedroefde Demeter zocht tevergeefs stad en land af naar haar dochter. Helios, de zonnegod, had echter alles gezien en vertelde de verontruste moeder hoe de vork in de steel zat.

Demeter en Persephone (Glyptothek, Munchen)

Demeter werd overmand door haar verdriet en er groeide niks meer op aarde. Er brak een hongersnood uit en een verontruste Zeus trachtte zijn broer tot rede te brengen en pleitte dat hij Persephone vrij zou geven aan haar moeder. Hades bleek toeschietelijk en vroeg slechts dat het meisje nog één avondmaaltijd bijwoonde met hem. Tijdens deze maaltijd at zij zes zaadjes van de granaatappel: genoeg om haar in gevangenschap te houden. Wie immers in de Onderwereld had gegeten, verliet deze nooit meer. Elk pitje representeerde een maand die zij in de Onderwereld moest doorbrengen. Zo geschiedde dat Persephone een half jaar bij haar moeder op aarde verbleef en de andere helft van het jaar bij haar man Hades in de Onderwereld.

De Thesmophoria

Terug naar de pinakes die in Locri zijn ontdekt. De scenes die op de kleitabletten zijn aangebracht, lijken veelal episoden uit bovenvermelde mythe uit te beelden. De drie meest voorkomende scenes zijn:  “Persephone als maagd”, “Persephone die ontvoerd wordt door Hades” en “Persephone als Koningin van de Onderwereld”.

Pinax uit Locri met daarop afgebeeld de Ontvoering van Persephone (© Wikimedia Commons, user Sailko)

Opvallend is dat haar moeder, Demeter, op geen van de pinakes is afgebeeld. Wel is er in de jaren zestig van de vorige eeuw een tempel in het Parapezza district (aan de oostkant van de antieke stad) gevonden waarvan wordt aangenomen dat deze gewijd was aan Demeter. Deze aanname is gebaseerd op bepaalde vondsten die hier werden gedaan door een team archeologen onder leiding van Marcella Barra Bagnasco van de Universiteit van Turijn. Zo vond men een inscriptie met daarin het woord Thesmophorion.

De Thesmophoria waren een van de belangrijkste Griekse festivals die ter ere van Demeter Thesmophoros en haar dochter Persephone werden gehouden. Het feest werd gevierd door vrouwen en diende ter bevordering van de vruchtbaarheid van mens en aarde. Het feest duurde (in Attica) circa vier tot vijf dagen en elke dag kende een specifiek ‘programma’ met activiteiten die veelal teruggrepen op de mythe van Demeter en haar ontvoerde dochter Persephone.

Op de derde dag van de ThesmophoriaKalligeneia genoemd, haalden de vrouwen vergane overblijfselen van biggetjes tevoorschijn die in ondergrondse kelders (megara) waren opgeslagen. De biggetjes symboliseerden het aantal zwangere zeugen dat aan Demeter was geofferd gedurende andere festivals. In de buurt van de tempel van Demeter in Locri werden verschillende offeranden ontdekt die aan de Thesmophoria gelinkt kunnen worden, waaronder een terracotta beeldje van een vrouw die een biggetje draagt.

Interpretatie van de pinakes

Terug naar de pinakes. Er zijn verschillende theorieën in omloop over de betekenis van de scenes op deze tabletten. In 2003 bijvoorbeeld schreef James M. Redfield het boek The Locrian Maidens; Love and Death in Greek Italy, waarin hij ingaat op de bijzondere rol van vrouwen in Locri. Zo zouden zij afstammen van de nobele families der “Honderd Huizen” die in Locri voortleefden via de matrilineaire lijn (aldus Polybios). Vrouwen van Locri werden gezien als statussymbool en het huwen van een van deze vooraanstaande dames was dus van grote betekenis.

Redfield interpreteerde de pinakes als offeranden die jonge bruiden aan de godin Persephone schonken alvorens in het huwelijksbootje te stappen. De scenes waarop Persephone wordt weergegeven als “Koningin van de Onderwereld” tonen volgens Redfield de transformatie die jonge meisjes ondergingen als zij getrouwd waren: van jonge maagd tot heerseres over het eigen huishouden.

Pinax uit Locri met daarop afgebeeld Persephone en Hades zittend op een troon (© Wikimedia Commons, user AlMare)

Redfield gaat echter nog een stapje verder. Zo ontwaarde hij verschillende nuances in de scenes die de “Ontvoering van Persephone” weergeven. De houding van Persephone is met name opvallend: in de ene scene zien we een gelaten maagd die zich mak mee laat voeren door Hades. In andere is de angst en het verzet van het meisje te zien terwijl zij wordt ontvoerd. Volgens Redfield zou de gekozen scene op de pinax de ware gevoelens van de bruid over haar partner en aanstaande verbintenis prijsgeven.

De volgende keer

Uiteraard zijn er ook andere theorieën op de pinakes losgelaten en ook is er een serieuze twijfel of alle pinakes wel voor Persephone bestemd waren. Een andere belangrijke godin van Locri was namelijk Aphrodite, godin van de liefde. Er zijn in Locri maar liefst twee heiligdommen gevonden die aan deze godin gewijd waren en tevens ook een Stoa waar bepaalde praktijken mogelijk plaatsvonden ter ere van deze liefdesgodin. Meer hierover morgen in deel II van De aardse en goddelijke vrouwen van Locri Epizephyrii.

Deel dit blog:
Foto van de dag: Akragas

Een van de Griekse tempels van Akragas, het huidige Agrigento op Sicilië. [Meer foto’s hier.]

Foto van de dag: Struisvogel

Mozaïek van een man met een struisvogel uit Piazza Armerina, Sicilië [Meer foto’s hier.]

Foto van de dag: Paestum

Het graf van de zwemmer, Paestum [Meer foto’s hier.]

Foto van de dag: het Forum Romanum

Het Forum Romanum [Meer foto’s hier.]


Categoriën: Griekenland, Italië