Kwantificerende numismatiek

Antiochus X Eusebes (Archeologisch Museum van Antakya)
13 november 2020

Numismatiek is de deftige naam voor de bestudering van munten. Eeuwenlang bleef deze activiteit beperkt tot wat in feite kunstgeschiedenis was: kijken naar de afbeeldingen. Dat is een waardevolle activiteit. Zo slaagden oudheidkundigen er tijdens de Renaissance in de muntportretten te identificeren met sculptuurportretten, wat het vervolgens mogelijk maakte antieke beeldhouwkunst te dateren. In de zeventiende en achttiende eeuw bewezen oudheidkundigen, zich baserend op munten, dat sommige koningen echt hadden geregeerd en in de negentiende en twintigste eeuw werden munten gebruikt om de propaganda van de heersers te reconstrueren. Je kunt munten echter ook tellen.

Een munt wordt geslagen met twee stempels. De ene, met de afbeelding die op de voorkant van de munt komt, rust op het aambeeld. De andere, met de keerzijde, wordt over de eerste gelegd en vangt de klap van de hamer op. De bovenstempel slijt sneller dan de onderstempel. Dat levert steeds weer andere combinaties (“stempelkoppelingen”) op, die numismaten gebruiken om de volgorde te reconstrueren waarin munten zijn geslagen. Zie het plaatje hieronder.

Onderstempel A werd eerst gecombineerd met bovenstempel a en toen die versleten was met bovenstempel b. Die was nog niet op toen onderstempel A aan vervanging toe was, zodat bovenstempel b nog even werd gebruikt met onderstempel B, die later werd gebruikt met de bovenstempels c en d. Zo krijg je dus combinaties als AaAbBbBcBd enz.

In 1984 werd voor het eerst geprobeerd met stempelkoppelingen het antieke geldvolume te bepalen. Je kunt het aantal bekende voorzijdes immers vermenigvuldigen met het aantal munten dat gemiddeld per stempelkoppeling werd geslagen. Dit leidde tot interessante ontdekkingen. Doordat numismaten nu grove uitspraken konden doen over de totale hoeveelheid munten die in omloop was, konden ze voorzichtig vaststellen dat de antieke heersers hebben geprobeerd de economie enigszins te reguleren door veel of weinig munten aan te maken. Het zou te ver gaan te zeggen dat de toenmalige autoriteiten een heus stimuleringsbeleid voerden, maar ze stonden niet helemáál met lege handen.

Interessant was ook de conclusie dat de burgeroorlogen na de dood van Alexander de Grote ten einde kwamen toen al het edelmetaal was gemunt dat de Macedoniërs op de Perzen hadden buitgemaakt. Anders gezegd, de slag bij Ipsos in 301 v.Chr. was beslissend omdat daarna het geld op was.

Minstens even fascinerend is de constatering dat van enkele Seleukidische koningen, bijvoorbeeld Antiochus X Eusebes, te veel stempelkoppelingen bekend zijn om te passen in hun verondersteld korte regeringsduur. Zulke heersers moesten langer hebben geregeerd dan tot dan toe was aangenomen, wat leidde tot een herziening van de chronologie van de periode tussen 121 en 64 v.Chr.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Hellenistisch Babylon

Beeldje van een kind uit Babylon, eerste of tweede eeuw n.Chr. (Louvre, Parijs) Alexander de Grote had het Perzische Rijk, Read more

Charax, een stad van Alexander de Grote

Een waterkering in Charax In het voorjaar van 324 v.Chr, stichtte Alexander de Grote een nieuwe stad op een kunstmatige Read more

Hannibal op zoek naar wraak

[Dit is het laatste van vier stukjes over het leven van de Karthaagse veldheer Hannibal. Het eerste was hier.]De economie Read more

Pretendenten

In het vijfde boek van Zosimos’ Nieuwe geschiedenis, die u hier online kunt lezen in een Engelse vertaling, is het wonderlijke verhaal te lezen Read more