Kunnen we een Madoc maken?

Byzantijns manuscript van het Evangelie van Johannes (Byzantijns Museum, Athene)
13 november 2020

Ik heb de laatste tijd met verbijstering gekeken hoe de papyrologie (de bestudering van antieke tekstfragmenten dus) door schandalen ten onder gaat. Het begon in 2012 met de rel rond het Evangelie van de Vrouw van Jezus: het stond meteen vast dat dit een vervalsing was maar desondanks ging de ontdekster, een Harvard-onderzoeker, ermee naar het lab, alsof dat echtheid kon bewijzen. Anderhalf jaar later waren er de Sapfo-fragmenten. De ontdekker legde rookgordijnen over de herkomst en er werden onwaarheden verspreid over zogenaamd dateerbare inkt. Het enige wat we tot op heden weten is dat de ontdekker, een Oxford-geleerde, inmiddels geldt als dief (wat hij via zijn advocaten tegenspreekt). Verder zijn er vier gevallen waar vervalsingen voor echt zijn aangezien. De financiële schade van dit oudheidkundige gestuntel loopt in de miljoenen en de werkelijke schade aan onze kennis valt niet te begroten.

En ik snap het gewoon niet. U verdient tien punten als u mij kunt vertellen hoe weinig je hoeft te weten om een baan te krijgen in Harvard. U verdient ook tien punten als u me vertelt wat een medewerker in Oxford (onafhankelijk, goed loon, pensioenopbouw…) beweegt papyri te gaan stelen. U verdient vijf bonuspunten als u me zegt waarom het keurige Zeitschrift für Papyrologie und Epigraphik materiaal uitgaf waarvan wordt vermoed dat het is gestolen. En ik heb zaterdagavond zitten piekeren over nog een andere vraag: waarom hebben we deze problemen wel bij antieke teksten en niet ook bij middeleeuwse?

Oudheidkundigen en mediëvisten

Er zijn verschillende antwoorden en het meest verontrustende is dat middeleeuwse vervalsingen wel bestaan maar niet zijn herkend. Dit is  een oude complottheorie en het is niet overwegenswaard. De meeste middeleeuwse teksten worden al sinds de negentiende eeuw bestudeerd en ons inzicht in de middeleeuwse talen is sindsdien met reuzensprongen vooruitgegaan. Zelfs zonder laboratoriumonderzoek zou een vervalsing zijn herkend.

Een ander antwoord is dat classici, nieuwtestamentici en andere filologen wellicht makkelijker slachtoffers zijn dan mediëvisten. Dit is helaas geen complottheorie. De opleidingen zijn immers te kort en we zagen de afgelopen jaren steeds opnieuw dat filologen te weinig wisten, dat ze meenden dat de gedragscodes niet voor hen golden en dat de collegiale kritiek eerder collegiaal was dan kritisch. Ik vermoed dat mensen die zich niet bewust zijn van hun kennislacunes makkelijk voor de gek zijn te houden.

Is er dus een reden om je als vervalser wél op de Oudheid te richten, er is ook een reden om je niet te richten op de Middeleeuwen. Het is moeilijker een middeleeuwse tekst te vervalsen. De bestudering van middeleeuwse handschriften, codicologie, is iets anders dan papyrologie.

Papyrologie en codicologie

Om te beginnen heb je een schrijfmateriaal nodig dat een koolstofdatering doorstaat. Met andere woorden, je moet over perkament beschikken dat stamt uit de Middeleeuwen. Daar valt aan te komen maar niet zo simpel als aan antiek papyrus. Een snelle verkenning van eBay leert dat daar wel middeleeuws perkament wordt aangeboden maar dat het is voorzien van teksten. Je zult die dus moeten verwijderen (een “razuur”), maar zoiets is meteen zichtbaar, vermoedelijk zelfs zonder microscoop. Anders dan onbeschreven antiek papyrus is geschikt middeleeuws schrijfmateriaal niet makkelijk te verwerven.

Vervolgens heb je inkt nodig die spectroscopisch onherkenbaar blijft. Voor antieke inkt is dat simpel: roet, water en Arabische gom. Middeleeuwse inkt is echter gemaakt van zure gal, ijzervitriool en Arabische gom. (De laatste component dient om de inkt kleverig te maken, zodat hij aan de pen van de schrijver blijft hangen.) De twee andere componenten leveren een mooie, diepzwarte kleur op en het zure karakter zorgt ervoor dat de inkt zich vastzet in het perkament. Het voordeel is dat de tekst watervast wordt.

Het nadeel is dat het perkament erdoor wordt aangetast. Het is een vorm van vraat die vroeg of laat herkenbaar wordt. Kijk maar:

Byzantijns manuscript van het Evangelie van Johannes, detail (Byzantijns Museum, Athene)

Dit was het bovenste deel van de foto waarmee ik dit stukje opende. Als u goed kijkt herkent u bovenaan nog wat tekens. De inkt heeft zich van de achterzijde door het perkament gevreten en begint nu op de voorzijde zichtbaar te worden.

Vermoedelijk kan ook ijzervitriool reacties aangaan. Anders gezegd: middeleeuwse inkt veroudert en daarbij treden spectroscopisch herkenbare chemische veranderingen op. De scheikundige die ik om toelichting vroeg vertelde me echter dat deze verouderingsreacties nog niet goed worden begrepen. In elk geval: ik vermoed dat we zelden horen over vervalst middeleeuws materiaal omdat een dergelijke vervalsing te gemakkelijk herkenbaar is.

Kortom, als u besluit het slechte pad op te gaan, vervals dan de dagboeken van Adolf Hitler of schrijf Suetonius’ Fysieke gebreken van de man. Maar probeer geen Madoc te maken, want mediëvisten zullen een vervalsing meteen herkennen.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Krokodillentranen

Er schijnt een spreekwoord te zijn – al heb ik het maar één keer gehoord en toen ook nog met Read more

Geschiedenis van de Nederlandse papyrologie

Vorig jaar publiceerde ik mijn boekje over papyrologie, Bedrieglijk echt. Ik schreef het niet op een achternamiddag, want ik was Read more

Het Geheime Evangelie van Marcus

Als één ontdekking de titel “bizarste oudheidkundige vondst van de twintigste eeuw” moet krijgen, dan is het Geheime evangelie van Read more

De dag waarop de oudheidkunde een robuustere wetenschap werd

Je hebt twee soorten nieuws. Enerzijds de dingen die dit jaar actueel zijn en straks vergeten zijn. Vijf jaar geleden Read more