Koolstofdatering: Pseudoscepsis

Het valse "Evangelie van de Vrouw van Jezus" (Harvard)
12 november 2020

Nu we de wetenschappelijke zelfkritiek hebben gehad, komen we als vanzelf bij de pseudosceptici, waaronder er zijn die de koolstofmethode niet zien zitten. Ik heb al enkele valkuilen vermeld: nog levende schelpen die duizend jaar oud dateren en andere afwijkingen van de oorspronkelijke aannames die aan de koolstofdatering ten grondslag lagen. Wie twijfel wil zaaien aan oudheidkundige dateringen, kan zulke voorbeelden op indrukwekkende wijze presenteren.

Dat kan met cijfers, want de afwijkingen als gevolg van bijvoorbeeld het mariene reservoireffect bedragen honderden jaren. Ook taalkundige massage is dienstig. Er zijn reële problemen, stuk voor stuk oplosbaar, maar je kunt natuurlijk zeggen dat het “wemelt van de problemen”, dat er “schokkende verschillen” zijn, dat “ongerijmdheden de methode plagen”, dat de verschillen “niet onbetekenend” zijn en dat er sprake is van “onkwantificeerbare variabelen”.

Wanneer een pseudoscepticus de oplossingen bespreekt, dan rept hij over methoden waarvan “wordt verondersteld” dat ze helpen of van “wetenschappers die claimen” dat iets werkt. En uiteraard zijn er “geen garanties”. Pas je zulke retorische trucjes goed toe, dan kun je liegen met de waarheid: alle feiten die je je publiek voorlegt, kloppen. Presentaties van pseudosceptici bevatten dan vaak opvallend veel feitelijk correcte informatie.

Cruciaal is dat een koolstofdatering in essentie een statistisch proces is met een statistische uitkomst: het geeft een periode aan waarbinnen de datering met een bepaalde zekerheidsmarge valt. In taal kun je wat wetenschappelijk is presenteren met begrippen als ”schatting” en “foutenmarge” terwijl je eist dat iets “buiten redelijke twijfel” is, of “precies”, “accuraat” of “betrouwbaar”.

Tenslotte zijn er gevallen waarbij inderdaad iets is misgegaan. Het Evangelie van de Vrouw van Jezus en de Artemidorospapyrus zijn op deze blog behandelde voorbeelden waar de wetenschap is ontspoord. Nadat oudheidkundigen eerst een koolstofdatering van het papyrusblad ten onrechte hadden gepresenteerd als datering van het moment van schrijven, volhardden ze in hun dwaling tot het bittere einde (de identificatie van de vervalser). In elke mand zitten rotte appels.

De koolstofmethode is bovendien zó vaak toegepast dat er uit de honderdduizenden verrichte dateringen wereldwijd met gemak enkele tientallen onverklaarde missers zijn te halen. Wetenschap is nu eenmaal slechts een methode om de waarheid te benaderen. Wie haar resultaten presenteert als onweerlegbare waarheid of afmeet aan absolute zekerheid, heeft gewoon niet begrepen wat wetenschap is.

[Oorspronkelijk hier te vinden op de blog van Richard Kroes]

Deel dit blog:
De eerste, de tweede en de derde lijn

Laten we het eens hebben over wetenschapscommunicatie. De opkomst van het internet heeft alles veranderd. Gold in de jaren tachtig Read more

De Nijmeegse aquaductenaffaire

1. In het oosten van Nijmegen ligt een oud Romeins aquaduct. De vijver, de geulen en de drie dammen zijn goed Read more

Koolstofdatering: Kritiek

De koolstofmethode wordt vaak gepresenteerd als keiharde, betrouwbare en succesvolle methode. En terecht. Zo raakt echter wat uit het zicht Read more

Koolstofdatering: Reiniging

Vervuiling wordt ook opgespoord met de microscoop, een standaardprocedure. Bij de lijkwade van Turijn is bijvoorbeeld gekeken naar de hoeveelheid roet in Read more