Klimaatverandering

Het Jerwan-aquaduct
12 november 2020

Een van de bekendste puzzels uit de oude geschiedenis is de ondergang van het Assyrische Rijk. Rond 670 v.Chr. hadden koning Esarhaddon en zijn opvolger Aššurbanipal nog Egypte onderworpen, maar niet veel later vinden we de Assyriërs op de terugtocht. Het gebied langs de Nijl werd overgelaten aan een lokale dynastie, die de Assyriërs in elk geval niet voor de voeten liep. In het oosten werden de Meden gevaarlijk, in het zuiden werden de Babyloniërs steeds onrustiger. Maar wat nu echt zorgde voor de omslag, we weten het niet. Imperial overstretch is een mogelijkheid, maar net als bij de ondergang van het Hittitische Rijk zijn de archieven vele jaren voor het einde van het rijk ten einde gekomen en missen we documentatie om écht iets te zeggen.

En nu is er deze publicatie over een dramatische klimaatomslag. Ik citeer de conclusie:

Our data suggest that climate change was an underlying causal factor, whose effects on the Assyrian imperial economy began centuries before the Empire’s collapse. Nearly two centuries of high precipitation and high agrarian outputs encouraged high-density urbanization and imperial expansion that was not sustainable when climate shifted to megadrought conditions during the seventh century BCE. Megadroughts as severe as modern droughts in the region but lasting for multiple decades likely crippled the Assyrian economy and precipitated its collapse.

Het team maakte gebruik van het gegeven dat stalagmieten langzaam groeien, laagje voor laagje, afzetting voor afzetting. Die afzettingen zijn te dateren aan de hand van radioactief verval (een uranium-thorium-datering). De onderzoekers onderzochten dit in een grot in het Zagrosgebergte en constateerden dat binnen de laagjes de verhouding tussen twee zuurstofisotopen, die een aanwijzing biedt voor de historische regenval, veranderde. Ze concludeerden dat er tussen ruwweg 925 en 550 v.Chr. twee klimaatfasen zijn geweest.

Eerst was het gedurende twee eeuwen natter dan normaal. Rond 725 v.Chr. sloeg het klimaat echter om en begon een periode van ruim anderhalve eeuw van enorme droogte. Dit is een interessant gegeven, en het past mooi bij de aanleg van het hierboven afgebeelde Jerwankanaal in deze tijd, maar ik weet niet of het heel veel verklaart. De ommekeer begon voor Assyrië namelijk rond 660, dus driekwart eeuw ná de klimaatomslag. Ik zou niet snel hebben gesproken van een “causal factor”. Het lijkt er eerder op dat er sprake is van een voorwaarde die op zich niet voldoende is om de val van Assyrië oorzakelijk te verklaren maar die het proces wel beïnvloedde. De flexibiliteit waarmee het rijk kon reageren op tegenslagen, begon af te nemen. De jargonterm hier is resilience, wat je misschien als “veerkracht” kunt vertalen.

Overigens is de conclusie niet helemaal onverwacht. De intredende droogte was al bekend van de Iraanse hoogvlakte, waar de bevolking reageerde door de aanleg van qanats. Dit zijn ondergrondse kanalen waarmee de dorpen verbonden bleven met de steeds verderop liggende watervoorraden. Hier is een doorsnede te zien.

Doorsnede van een qanat

In Iran worden deze kanalen traditioneel gedateerd rond 600-500 en er is een discussie – al heb ik de laatste schotenwisselingen niet meer gevolgd, als die er al zijn geweest – over de vraag of de Perzen de Meden wisten te overvleugelen doordat zij wél qanats aanlegden en de Meden niet, of dat het andersom was, dat de Perzische overwinning op de Meden de aanleg van qanats mogelijk maakte. Een precieze datering zou nuttig zijn maar is er bij mijn weten niet. In elk geval: droogte.

Nog een ander punt: in Syrië is het beeld omgekeerd. Op het moment dat in Assyrië een vochtige periode begon, nam de regen daar af. In de Bekaa-vallei werden nederzettingen opgegeven en het lijkt erop dat de bewoners zich vestigden langs de Fenicische kust.

Kortom, er speelt van alles. Het is makkelijk om nu, analoog aan de Eerste Hoofdwet van de Archeologie (“als je niet weet wat je hebt opgegraven, zal het wel religieus zijn”), een Eerste Hoofdwet van de Oude Geschiedenis te formuleren: er valt altijd wel een klimaatverandering te verzinnen. Dat zou echter nodeloos cynisch zijn. Hoewel ik wat vraagtekens heb bij het hier genoemde onderzoek, zijn er steeds meer interessante technieken om het paleoklimaat steeds preciezer in beeld te krijgen, rekening houdend met regionale variatie.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
De Zeevolken: meer problemen

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent Read more

De Zeevolken: de problemen

In de stukken die ik tot nu toe wijdde aan de Zeevolken vatte ik samen hoe De Blois en Van Read more

De Zeevolken: het bewijsmateriaal

In het eerste stukje over de Zeevolken – dat ook “het einde van de Bronstijd” had kunnen heten, vatte ik Read more

De Zeevolken: het klimaat

In het vorige stuk over de Zeevolken vatte ik samen wat De Blois en Van der Spek erover schreven in Read more