Karkinos

Mozaïek van een acteur en een dichter, Hadrumetum, Huis van de Maskers
14 augustus 2021

Onze kennis over de Griekse toneelschrijver Karkinos komt voornamelijk uit twee bronnen. En dan nog is het niet veel. De eerste bron is de Suda, een kolossale Byzantijnse encyclopedie uit de tiende eeuw n.Chr. (Suda is Byzantijns Grieks voor ‘magazijn’, een opslagplaats voor wetenswaardigheden dus.) ‘Karkinos’ is in de Suda een van de 30.000 trefwoorden.

We lezen daar, dat hij ‘op z’n akmê was tijdens de honderdste Olympiade’. Dat is een typische manier van Griekse historiografen om iemand te dateren: ‘akme’ betekent ‘toppunt’, ‘rijpheid’ en verwijst naar een leeftijd van ca. veertig jaar, als iemand geacht werd op het hoogtepunt van zijn creatieve vermogens te zijn. Karkinos’ akmê viel dus in de honderdste Olympiade, d.w.z. in het honderdste viertal jaren na de allereerste Olympische Spelen. Volgens de legende vonden die plaats in 776 v.Chr., en dat betekent dus dat Karkinos volgens de Suda ongeveer veertig geweest moet zijn in de periode 380-376/375 v.Chr. Verder memoreert de Suda dat Karkinos weliswaar 160 toneelstukken op zijn naam had staan, maar dat hij er slechts met één daarvan ooit een prijs won. Dat is aanzienlijk sneuer dan misschien lijkt, want Griekse toneelstukken werden altijd voor een wedstrijd geschreven en slechts in competitieverband opgevoerd.

Onze tweede bron is Aristoteles, wiens leven (384-322 v.Chr.) dat van Karkinos deels overlapte. In zijn Peri poiêtikês (‘Literaire kunst’) beschrijft hij hoe een competent toneeldichter te werk moet gaan:

Als de dichter de plot construeert en die uitwerkt met bijpassende tekst, moet hij ernaar streven de scènes zo duidelijk mogelijk voor ogen te zien. Op die manier, als hij zich alles met de grootst mogelijke levendigheid voorstelt als ware hij toeschouwer bij zijn eigen toneelstuk, zal hij ontdekken wat meest passend is, en inconsistenties kunnen vermijden. Dat is belangrijk, getuige de blunder van Karkinos. Want die liet Amfiaros [de held uit een gelijknamig toneelstuk, GMK] opkomen vanuit de tempel, een fout die de auteur zich bij het schrijven niet had gerealiseerd. Maar bij de opvoering flopte het stuk omdat het publiek daardoor not amused was.

Wat precies Karkinos’ blunder inhield kunnen we niet meer reconstrueren, maar dat hij Amfiaros uit de verkeerde deur had laten komen is helder. Foutje.

Heel veel meer weten we niet van Karkinos. Hij kwam uit een Atheense toneelschrijversfamilie, bezocht meermalen het hof van Dionysius II in Syracuse op Sicilië. Van zijn 160 toneelstukken kennen van slechts elf de titel, en er is niet meer dan handjevol korte fragmenten van overgeleverd.  Dat is alles.

Aristoteles schrijft ook nog dat Karkinos in zijn toneelstuk Medea de bekende mythe een ongebruikelijke draai had gegeven. We kennen die mythe van Medea vooral in de versie van het gelijknamige drama van Euripides (ca. 480-406 v.Chr.), waarin Jason vanuit Colchis (in het huidige Georgië) niet alleen het Gulden Vlies heeft meegenomen, maar ook de buitenlandse koningsdochter Medea. Terug in Korinthe krijgen ze meerdere kinderen, maar dan legt Jason het aan met de lokale koningsdochter Glaukê en stuurt vervolgens Medea weg: drie is te veel. Medea’s wraak is gruwelijk: ze vermoordt Glaukê én de kinderen die zij (Medea) bij Jason had. Maar in de versie van Karkinos wordt Medea, aldus Aristoteles, er na het doden van Glaukê weliswaar van beschuldigd haar – op dat moment onvindbare – kinderen te hebben vermoord, maar verdedigt ze zich: ze zijn niet vermoord, zegt ze, maar ze heeft ze slechts weggestuurd, uit angst dat Jason zich niet slechts op haar, maar ook op hen zou wreken. We kunnen niet anders dan Aristoteles’ bewering maar voor kennisgeving aannemen; de tekst van de Karkinos’ Medea hebben we nu eenmaal niet meer.

Maar. In 2004 werd een papyrusfragmentje (ca. 13×12 cm) ontcijferd dat al een eeuw in het Louvre lag. Het fragment, op grond van de schriftstijl te dateren in de tweede eeuw n.Chr., is erg beschadigd maar het is duidelijk wat erop staat. Het zijn een paar regels uit een toneelstuk, waarin Medea (wier naam expliciet valt) in gesprek is met iemand die we wel met Jason mogen identificeren.

Jason zegt: “Als het waar is wat je beweert, dat je de kinderen niet hebt omgebracht, laat ze dan zien!”, waarop Medea antwoordt: “[Wat betreft de kinderen] die ik aan jou heb gebaard: ik zweer dat ik niet heb gedood wie ik het leven heb gegeven.” Een derde, onbekend, personage zegt dan tegen Jason: “Deze goddeloze Medea geeft toe Glaukê te hebben vermoord. Ze heeft haar kinderen omgebracht. Waarom aarzel je nog? Dood die buitenlandse vrouw, Jason, vanwege die moorden!”

Het is duidelijk. We hebben een stukje van de Medea van Karkinos terug. En minstens zo leuk is dat er op dat papyrussnippertje, boven de regels, ook nog Oudgriekse muzieknotatie staat. Want in Griekse toneelstukken werd de tekst niet gesproken, maar gezongen. Soms gereciteerd, maar altijd op muziek.

En zo hebben we meer terug dan we beseften kwijt te zijn.

Deel dit blog:
Kort Irakees (6): Koninklijke Weg

Ik schreef al eens eerder over de Koninklijke Weg in het Perzische Rijk. Die kenden we lange tijd vooral van Read more

Het einde van Athene (4)

[Het laatste deel van een reeks over de Dekeleïsche of Ionische Oorlog, ofwel de ondergang van Athene. Het eerste deel Read more

Het einde van Athene (3)

[Het derde, wat lange deel van een reeks over de Dekeleïsche of Ionische Oorlog, ofwel de ondergang van Athene. Het Read more

Het einde van Athene (2)

[Het tweede deel van een reeks over de Dekeleïsche of Ionische Oorlog, ofwel de ondergang van Athene. Het eerste deel Read more


Categoriën: Griekenland