Josephus over Johannes de Doper

Johannes de Doper: fresco uit 1380-1360, nu in het Byzantijnse Museum van Thessaloniki
21 februari 2021

De afgelopen weken heb ik op zondag geblogd over Johannes de Doper. We hebben diverse bronnen over het optreden van de mentor van Jezus van Nazaret.

  • Ik beschreef de aankondiging van Johannes’ geboorte, zoals beschreven in Lukas 1, in het stukje over de hoorn der redding.
  • Ik behandelde Marcus2-9 in de context van de joodse rituele baden, een handeling waarmee iemand steeds weer zijn rituele reinheid kon herstellen; Johannes’ doopsel leek erop maar gebeurde maar één keer.
  • Uit de bron Q is er het overzicht van Johannes’ prediking , die bekendstaat als het “first Baptist block” (Matteüs 3.7-12 || Lukas 3.7-9, 15-18). Lukas’ weergave bevat een inlas met een verrassend universalistische strekking.
  • Uit  Q komt ook Jezus’ oordeel over zijn leermeester: het “second Baptist block” (Lukas 7.18-35 || Matteüs 11.2-19)., waarover ik vorige week al schreef.
  • Het verhaal van de executie (Marcus 6.14-29) heb ik al eens behandeld in een stukje over Salome, die niet de wulpse verleidster was die Marcus ervan maakt, en in een stukje over het ongebruikelijke Latijnse woord speculator. (Ik vind dit laatste een van de aardigste stukjes die ik ooit schreef.)
  • Volgende week wil ik ingaan op de ontmoeting tussen Jezus en de Doper zoals beschreven in het evangelie van Johannes (Johannes 1.19-42), op een staartje uit het tweede Baptist Block en op de relatie tussen de leerlingen van de twee mannen nadat beide waren geëxecuteerd (Handelingen 19.1-7).

Hofintrige

De dood van Johannes wordt ook genoemd door de Joodse historicus Flavius Josephus. Dit is belangrijk bewijsmateriaal, aangezien het in feite een hofintrige is en niet over de Doper gaat. De over hem geboden informatie is meer een terzijde, waar de nadruk niet op ligt en waar de auteur vermoedelijk weinig aanleiding had om de zaken te vertekenen. Het verhaal begint met een conflict tussen de Nabateeërs, het Arabische volk dat leefde in steden als Petra in Jordanië en de Al-‘Ula-oase in Saoedi-Arabië, en de Joodse vorst Herodes Antipas, die regeerde over Galilea en de oostelijke oever van de Dode Zee.

Antipas was getrouwd met een vrouw die wordt aangeduid als Fasaëlis, wat de Griekse weergave is van een Hebreeuwse naam en vrijwel zeker niet hoe ze oorspronkelijk heette. Ze was namelijk de dochter van de Nabatese vorst Haritat IV en zal wel een Aramese naam hebben gehad. Hoe dat ook zij, Antipas bezocht op een dag zijn halfbroer Filippos, de heerser over de Golanhoogte en het zuiden van Syrië, en zijn echtgenote Herodias. In het Grieks staat er dan dat Antipas op zijn gastvrouw verliefd begon te worden – en dan wist de Griekse of Romeinse lezer voldoende. Herodotos en Appianus hebben soortgelijke verhalen. Voor een antieke koning was verliefdheid pire qu’un crime.

Escalatie

Het drama ontwikkelt zich vervolgens geheel volgens het boekje: om met Herodias te kunnen trouwen, stuurt Antipas zijn echtgenote Fasaëlis de echtscheidingsbrief,  waarop haar vader prompt de oorlog verklaart. Je vraagt je bij zulke verhalen altijd af of dit werkelijk kwam door de gekrenkte familietrots of dat er meer speelde. Er kunnen moeilijkheden hebben bestaan aan de grens. De Nabateeërs versloegen de Galileeërs, waarop Antipas een interventie vroeg van keizer Tiberius, die dit uitbesteedde aan gouverneur Vitellius van Syrië (de vader van de latere keizer). Dat liep uiteindelijk met een sisser af.

Vervolgens schrijft Josephus dat sommige Joden Antipas’ nederlaag beschouwden als straf voor de executie van Johannes, wiens doopsel diende om het lichaam te reinigen als mensen hun ziel al hadden gereinigd door rechtvaardig te leven. Omdat Antipas in Johannes’ populariteit een bedreiging zag, had hij hem gevangen laten zetten in Machaerus en laten executeren. Einde mededeling. Een en ander is te lezen in de Joodse Oudheden 18.116-119.

Het is een opmerkelijke passage, aangezien Vitellius’ interventie gedateerd kan worden in 37, bijna tien jaar na het optreden van Johannes de Doper. We mogen speculeren dat de Joden in 37 een verband legden met de gebeurtenis van zo lang geleden omdat Johannes, zoals de evangelist Marcus schrijft, kritiek had gehad op Antipas huwelijk met Herodias. Misschien is het wel zo, maar deze hypothese is dus iets dat in geen van beide bronnen staat. De ene bron noemt de kritiek maar verklaart de executie door de dans van Salome; de andere bron noemt het huwelijk maar verklaart de executie door Johannes’ populariteit.

Zoals gezegd: volgende week de ontmoeting tussen Jezus en Johannes, zoals beschreven in het Johannes-evangelie, nog een stukje over het tweede Baptist Block tot slot de betrekkingen tussen de leerlingen van de twee terechtgestelden.

Deel dit blog:
Babylon, Assyrisch hoofdpijndossier

Ik schreef onlangs dat Babylon de culturele hoofdstad van het Nabije Oosten bleef. Dat was zo nadat een Hethitische aanval Read more

Nineveh, de laatste Assyrische hoofdstad

De laatste hoofdstad van Assyrië, Nineveh, ligt op de oostelijke oever van de Tigris, op de plek waar de Khosr Read more

Hunebed van de dag: D13 (Eext)

Hunebed D13, het op vijftien na noordelijkste hunebed in Nederland, is ook een van de meest merkwaardige. Het is erg Read more

Domitianus en de joden

Ik had het vorige week over de rol van keizer Domitianus (r.81-96) bij het schisma tussen christendom en rabbijns jodendom. Read more


Categoriën: Christendom, Jodendom