Johannes de Doper en het christendom

Bethanië, waar Johannes de Doper Jezus zou hebben gedoopt
28 februari 2021

Ik heb de afgelopen tijd de teksten over Johannes de Doper doorgenomen: de aankondiging van zijn geboorte, zijn prediking en het bericht van Jezus aan zijn leermeester. Verder blogde ik over de joodse rituele baden, een gebruik dat Johannes overnam en aanpaste tot een eenmalige handeling om aan geven dat iemand tot inkeer was gekomen en klaar was voor de Jongste Dag. Al eerder had ik geschreven over twee aspecten van Johannes’ executie: dat Salome niet de zwoele verleidster van de westerse traditie was en dat  speculator een interessant latinisme is. Vandaag: wat er na Johannes’ dood gebeurde.

Al tijdens Johannes’ leven verkondigde Jezus dezelfde boodschap: de eindtijd brak aan, God zelf zou de wereld persoonlijk regeren, de mensen moesten tot inkeer komen en geloof hechten aan dat goede nieuws. Anders dan zijn mentor liet Jezus de mensen niet naar de Jordaan komen, maar trok hij het land in. Een verschil was dat voor Jezus nogal wat “hoge” titels in omloop waren: “Mensenzoon” en “zoon van God” gaan vrijwel zeker op Jezus’ eigen tijd terug, en dat geldt vermoedelijk ook voor messias. Nadat ook Jezus was geëxecuteerd zetten zijn leerlingen het doopritueel voort. En nu deed zich een probleem voor.

Johannes de Evangelist

Zoals bekend presenteert de evangelist Johannes Jezus als niets minder dan het mens geworden Woord van God. Over de precieze interpretatie van die uitdrukking valt te twisten maar het is in elk geval niet gering. Bij die hoge christologie (om een vakterm te gebruiken) paste slecht dat Jezus een mentor had gehad. De vierde evangelist lost het probleem op door de Doper niet te laten dopen. Hij vertelt dat Johannes ontkende de messias of de teruggekeerde profeet Elia te zijn, dat hij zichzelf identificeerde als wegbereider (zoals ook Marcus schreef), en dat hij Jezus identificeerde als het lam van God dat de zonden van de wereld zou wegnemen. Jezus komt de volgende dag terug en neemt twee leerlingen van Johannes over. Einde verhaal. Geen doopsel.

Wat de evangelist bedoelde met het Lam Gods is door eeuwen christelijke uitleg moeilijk te achterhalen. Het kán vanzelfsprekend gaan om een offerdier, zelfs het paaslam, maar er is een andere optie. De tekst die bekendstaat als de Testamenten van de Twaalf Aartsvaders, ontstaan in de tweede eeuw v.Chr. en later door christelijke auteurs bewerkt, bevat in de niet-bewerkte, Armeense versie een visioen (Testament van Jozef 19) waarin een lam, gebaard door een jonge vrouw, allerlei wilde dieren overwint. Die beesten staan voor de joodse stromingen en het is mogelijk het Lam Gods van de evangelist Johannes te lezen is als een aankondiging dat de stroming van de Doper onder Jezus de andere stromingen terzijde zou schuiven.

Marcus en Johannes

De identificatie van Jezus als zoon van God, zoals Johannes die beschrijft, is ook de moeite waard. Hier zijn de relevante beschrijvingen in de Nieuwe Bijbelvertaling:

  • Marcus 1.10-11: Op het moment dat Jezus uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, en er klonk een stem uit de hemel: “Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.”
  • Johannes 1.32-34: Johannes getuigde: “Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen, en hij bleef op hem rusten. Nog wist ik niet wie hij was, maar hij die mij gezonden heeft om met water te dopen, zei tegen mij: ‘Wanneer je ziet dat de Geest op iemand neerdaalt en blijft rusten, dan is dat degene die doopt met de heilige Geest.’ En dat heb ik gezien, en ik getuig dat hij de Zoon van God is.”

Marcus vertelt het verhaal vanuit Jezus’ perspectief. Lukas en Matteüs variëren daarop en laat ik buiten beschouwing. De evangelist Johannes beschrijft het vanuit het perspectief van de Doper, zodat hij deze opnieuw kan presenteren als iemand die over Jezus getuigt. Johannes is hier niet degene die zijn leerling instructies gaf, maar die aangeeft dat Jezus hem overtrof.

Q-bron

Ook in het tweede Baptist Block zien we dat de eerste christenen zich wat onhandig voelden bij de figuur van Johannes de Doper. Ik heb het nu over Matteüs 11.7-19 en de parallel bij Lukas 7.24-28. Jezus spreekt over zijn leermeester.

“Waar zijn jullie in de woestijn naar gaan kijken? Naar het wuiven van het riet in de wind? Wat zijn jullie dan gaan zien? Een mens die rijk gekleed ging? Welnee, wie rijk gekleed is, verkeert in koninklijke kringen. Maar wat zijn jullie dan wel gaan zien? Een profeet? Jazeker, zeg ik jullie, en zelfs meer dan een profeet. Hij is degene over wie geschreven staat: “Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen.” Ik verzeker jullie: er is onder allen die uit een vrouw geboren zijn nooit iemand opgetreden die groter was dan Johannes de Doper; maar in het koninkrijk van de hemel is de kleinste nog groter dan hij.

Wat hier in feite gebeurt, is dat de volgelingen van Jezus hun leermeester een compliment laten geven aan de Doper (de woorden kunnen heel wel authentiek zijn), maar er wel voor zorgen dat ze zelf nog net even een tikje hoger staan.  Er zit dus opnieuw een element in van polemiek.

Handelingen

We krijgen een derde beeld in de Handelingen van de apostelen 19, geschreven door de auteur van het Lukas-evangelie. Die vertelt dat Paulus in Efese een stuk of twaalf  mensen ontmoette die door Johannes waren gedoopt maar die niet wisten dat er zoiets bestond als een heilige geest. Paulus legt uit:

Johannes doopte de mensen om hen een nieuw leven te laten beginnen en zei tegen hen dat ze moesten geloven in degene die na hem kwam, in Jezus.

Waarop het twaalftal zich laat dopen in naam van Jezus. De informatie dat de gedoopten van Johannes niet wisten dat er zoiets bestond als een heilige geest, is in tegenspraak met wat de evangelist Johannes schrijft, namelijk dat de Doper aangaf dat de geest op Jezus rustte.

We zien dus dat er in christelijke kringen verschillende visies circuleerden. Dat is voor sommige gelovigen, die één boodschap willen, wat verontrustend, maar historici vinden tegenspraken altijd prettig. Ze bewijzen dat de bronnen onafhankelijk zijn en elkaar niet hebben beïnvloed. Dat versterkt hetgeen waarover ze het eens zijn: dat Johannes Jezus vóór ging en de feitelijke stichter was van de beweging waarvan Jezus de bekendste representant zou zijn.

Familie

Laatste punt. De familie van de stichter was in joodse stromingen belangrijk. We zien het bij de sicariërs, waar het leiderschap vier generaties te volgen is. We zien het bij de farizeeën rond de familie van Gamaliël. De christelijke schrijver Eusebios, die in zijn Kerkgeschiedenis het belang van de bisschoppen benadrukt, kan tradities niet onderdrukken dat Jezus’ familie nog in de tijd van keizer Domitianus belangrijk was, terwijl Flavius Josephus het leiderschap van Jezus’ broer Jacobus bevestigt.

We weten niet zeker of Johannes de Doper werkelijk familie was van Jezus. Maar als de twee niet verwant waren, dan was het in het toenmalige jodendom noodzakelijk dat ze het waren. Het verklaart – ongeacht de feitelijke juistheid van de claim – waarom Lukas de geboorte van de twee mannen in één adem vermeldt.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Deel dit blog:
MoM | Digitale paleografie

Om met de deur in huis te vallen: ik heb uw hulp nodig – daarover straks meer. Eerst wat context, Read more

De Grafbasiliek in Jeruzalem

Zoals beloofd een stukje over de Grafbasiliek in Jeruzalem. Ik lees momenteel From the Passion to the Church of the Read more

De eindtijdverwachting van Handelingen

Misschien is het zinvol om in mijn reeks over het Nieuwe Testament eens te kijken voorbij de evangeliën en het Read more

De beproeving in de woestijn (1)

Bij de evangelist Marcus zijn het twee zinnetjes, die meteen volgen op Jezus’ doop door Johannes de Doper. In de Read more


Categoriën: Christendom, Jodendom