Jezus’ voorouders

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellinus, Rome)
21 november 2020

Een tijdje geleden kondigde ik een reeks aan over het Nieuwe Testament, waarbij ik de nadruk erop wilde leggen dat zowel de meeste personages als de auteurs Joden waren. Ik behandelde toen de proloog van het Johannes-evangelie. Vandaag het begin van het Matteüs-evangelie: de geslachtslijst, een van de stukken die elke weldenkende lezer overslaat. Er is echter meer aan te ontdekken dan je zou verwachten.Ik werk met de tekst in de Willibrordvertaling omdat die nu eenmaal simpel te downloaden is, maar ik zou willen dat ik dat kon doen met de Nieuwe Bijbelvertaling; in die nieuwe en dus betere vertaling vindt u dezelfde tekst hier.

Mattheüs 1.1

Geslachtslijst van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.

De twee woorden die hier zijn weergegeven als “geslachtslijst”, βίβλος γενέσεως, vormen een woordspeling op de naam van het eerste boek van de Wet van Mozes, Genesis. Daarmee maakt de auteur van het Mattheüs-evangelie hetzelfde punt als zijn collega Johannes, die zijn evangelie begint met de woorden “in het begin”. De strekking is duidelijk: voor de volgelingen van Jezus was er een nieuw begin voor de wereld.

Het woord Christus (ofwel: messias) laat ik even onbehandeld, maar u kunt eventueel hier terecht. Mij gaat het vandaag om de stamboom van Jezus, die dus een afstammeling is van koning David en van Abraham. De verwijzing naar David viel te verwachten: “zoon van David” is immers de eretitel van de messias. De verwijzing naar Abraham is intrigerender. Hij was immers de voorvader van de Joden, wat zou kunnen betekenen dat Mattheüs schreef voor een Joods publiek. Abraham gold echter ook als de eerste bekeerling tot het monotheïsme, wat weer een niet-Joods publiek suggereert. Deze twee opties sluiten elkaar vanzelfsprekend niet uit.

En nu wordt het interessant.

Mattheüs 1.2-3

Abraham was de vader van Isaak, Isaak van Jakob, Jakob van Juda en zijn broers; Juda was de vader van Peres en Zerach, die uit Tamar geboren werden; Peres was de vader van Chesron,

De lijst gaat meestal van vader op zoon en je zou “Juda van Peres, Peres van Chesron” hebben verwacht. Dat staat er echter niet: Peres’ moeder Tamar krijgt ook een plek. Ze is niet de enige vrouw.

Mattheüs 1.3-6

Chesron van Aram, Aram van Amminadab, Amminadab van Nachson, Nachson van Salmon, Salmon van Boaz, die uit Rachab geboren werd; Boaz was de vader van Obed, geboren uit Ruth; Obed was de vader van Isaï en Isaï van David, de koning.

Hier komen we Boaz’ moeder Rachab tegen en Obeds moeder Ruth.

Mattheüs 1.6

David was de vader van Salomo, die geboren werd uit de vrouw van Uria;

Die vrouw van Uria kennen we bij naam: Batseba.

Tamar kwam uit een plaats die Timna heet, wat haar maakt tot een Kanaänitische. In de rabbijnse traditie was ze een vondelinge die zich tot het Jodendom had bekeerd. Ook Rachab was een Kanaänitische, terwijl Ruth afkomstig was uit het IJzertijdkoninkrijk Moab in het huidige Jordanië. Batseba’s afkomst is niet bekend maar haar echtgenoot was een Hittiet. Het moge duidelijk zijn dat Mattheüs eraan herinneren wil dat het Jodendom in de oudste tijden had opengestaan voor niet-Joden, wat in zijn tijd (het einde van de eerste eeuw n.Chr.), een belangrijk thema was voor de eerste christenen. Op de feitelijke vraag – onder welke voorwaarden? – geeft Mattheüs overigens geen antwoord.

Er speelt nog iets anders. Alle vier waren niet van onbesproken seksueel gedrag maar golden als mensen met een hoogstaand karakter. Je hoeft geen heel dirty mind te hebben om te vermoeden dat Mattheüs hier in feite de mantel der liefde legt over de geruchten over Jezus’ moeder. Maria was immers, zo zal Mattheüs even verderop aangeven, al zwanger voordat ze omgang had gehad met Jozef. (In de latere joodse polemiek tegen het christendom zal de soldaat Pantera gelden als Jezus’ vader.)

Getalmystiek

Nu volgt nog een lijst namen: de koningen van Juda. Salomo, Hizkia, Manase, Josia – er passeren er nogal wat, al blijft de lijst incompleet. Dan is er een vermelding van de Babylonische Ballingschap, vervolgens komen er weer wat namen en tot slot zijn daar Jakob en “Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus werd geboren, die Christus genoemd wordt”. En dan:

In het geheel zijn er dus van Abraham tot David veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap ook veertien geslachten …

… mits je een paar koningen overslaat …

… en van de Babylonische ballingschap tot de Christus eveneens veertien geslachten.

Dit is opnieuw een woordspelletje. Omdat in het Hebreeuws de klinkers niet werden geschreven, spelde men de naam David d-v-d. Deze letters hebben ook een getalwaarde: 4+6+4 ofwel de 14 die hierboven staat genoemd. Met Jezus komt dus een einde aan de derde cyclus van veertien en begint iets nieuws. Zie hier voor dezelfde pointe, maar dan bij Lukas, die nog meer namen nodig heeft.

Deel dit blog:
De werken van Barmhartigheid

Afgelopen week ging ik naar Gent om het gerestaureerde Lam Gods te bekijken. Tijdens de uitleg die men gaf, viel Read more

De Bergrede (6)

Vandaag even een stukje in mijn reeks over het Nieuwe Testament, meer specifiek over de Bergrede, nog meer specifiek over Read more

De Bergrede (5): de lichtmetafoor

Tijd om het weer eens over de Bergrede te hebben, en dan meer in het bijzonder over de lichtmetafoor. Die Read more

Bergrede (4)

De Bergrede, waarover ik al enkele keren eerder blogde (een, twee, drie, vier), bestaat uit een proloog van zaligsprekingen, gevolgd Read more


Categoriën: Christendom, Jodendom