Isidorus’ Etymologieën

Beeld van een hond uit Volubilis (Museum van Rabat)
16 november 2020

Isidorus van Sevilla (ca. 560-636) is weliswaar al ruim 400 jaar heilig, maar dat hij het in 2000 nog tot officiële beschermheilige van het Internet zou brengen had hij toch waarschijnlijk niet voorvoeld. Die functie heeft hij overigens te danken aan de twintigdelige encyclopedie die hij onder de titel Etymologieën publiceerde. Die naam is echt veel te beperkt, want Etymologieën is een heuse encyclopedie, waarin Isidorus over duizenden onderwerpen zijn licht laat schijnen. Maar van de meeste onderwerpen geeft hij inderdaad ook de etymologie.

Nou ja: hij geeft wat men in de Oudheid onder etymologie verstond. Want het element etymo– betekent zoveel als ‘waar, echt’. In de Oudheid ging de etymologie op zoek naar de echte betekenis van een woord, en die kon je vaak, zo meende men, opsporen door de vorm van dat woord te analyseren. Anders gezegd: de vorm van een woord is de sleutel tot zijn ware betekenis. Waarom luidt het Latijnse woord voor vriend amicus? Omdat een ware vriend een animi custos is, een ‘bewaker van je hart’. Waarom heet een raam fenestra? Omdat het fert extra: ‘(ons) naar buiten brengt’. En mijn persoonlijke favoriet: waarom noemen we een canis (hond) eigenlijk canis‘Canis a non canendo’, weet Isidorus: een hond heet canis omdat het beest ten diepste ‘niet zingt’.

Dat de herkomst van een woord iets zou zeggen over de ware betekenis ervan is een misverstand. Een woord heeft niet zoiets als een ‘echte betekenis’:  de betekenis van een woord wordt bepaald door de manier waarop dat woord wordt gebruikt. Natuurlijk, je kunt ‘echte’ gebruiken in de betekenis ‘oudste’, en de oudst aangetroffen betekenis van een woord de ‘echte betekenis’ noemen. Dat verwarrende taalgebruik – want dat is het – wordt nogal eens ingezet om een gewenste betekenis van een woord te promoten. Een goed voorbeeld daarvan is de volgende in bepaalde kringen nog steeds populaire redenering:

‘Religie’ is eigenlijk de verbinding tussen het menselijke en het goddelijke, want het Latijnse religio betekent ‘verbinding’.

Hier gaat veel fout. Allereerst is er de boven geschetste verwarring tussen echte/eigenlijke en oudste. ‘Eigenlijk’ klinkt betekenisvoller en daardoor overtuigender dan ‘oudste’.

Verder betekent religio in geen enkele Latijnse tekst uit de Oudheid ‘verbinding’. De oudste betekenis is ‘religieuze verplichting’, ‘godsdienstig voorschrift’ (en ook ‘taboe’). Taalkundig is het dan een afleiding van het Latijnse relegere, lett. ‘herlezen’. Religio betekent dan oorspronkelijk: het nalezen en naleven van religieuze voorschriften. Dat is ook precies de woordafleiding die de Romeinse staatsman en filosoof Cicero (106-43 v.) geeft.

Dat religio oorspronkelijk (en dus eigenlijk) ‘verbinding (nl. tussen de mens en God)’ zou hebben betekend vinden we voor het eerst, en niet toevallig, bij vroegchristelijke auteurs. Volgens hen komt religio van religare, ‘vastbinden’. Dat is taalkundig al onwaarschijnlijk (je zou dan *religatio) verwachten; maar ook al zou bovengenoemde etymologie toch correct zijn, dan wijst dat in voorchristelijke tijden nog steeds op de oorspronkelijke betekenis ‘verplichting’, en niet op de typisch christelijke thematiek ‘verbinding tussen God en mens’.

Nee, een hond heet niet hond omdat hij niet zingt. Maar waarom dan wel?

Deel dit blog:
Verliefd, verloren

Een noot in een publicatie van vondsten uit Thuin waarvan ik de gegevens momenteel niet bij de hand heb, was Read more

Door berg en dal met Hannibal: de Tricastijnen

Even afgezien van het feit dat de vraag waar Hannibal de Alpen overstak totaal irrelevant is en niet beantwoord kan Read more

De Arabisering van de Maghreb

Een tijdje geleden kreeg ik een vraag naar de arabisering van de Maghreb. Anders gezegd: waarom zijn de mensen in Read more

Kikkererwten (2)

Ik had u ook het oude Griekenland beloofd, dus dat komt nu. Want hoe zit het met het woordje erwt? Read more


Categoriën: Post-Romeins