Historische excuses

Monument voor de slavenopstand van Tula op Curaçao
5 juli 2021

Wat of ik als historicus en als Amsterdammer nou vond van de historische excuses die burgemeester Halsema onlangs maakte voor het slavernijverleden? Ik had de vragensteller graag een wijs en diepzinnig antwoord gegeven, maar ik heb geen uitgekristalliseerde mening. Dat wil niet zeggen dat ik niet een paar losse, half uitgewerkte gedachten zou hebben.

Kentheorie

Om te beginnen zit er aan zo’n historisch excuus een kentheoretisch aspect. Niemand zal ontkennen dat het geweldig goed was toen Willy Brand door de knieën ging voor het monument voor de Getto-opstand in Warschau, want zowel hijzelf als de andere aanwezigen hadden de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Het maken van een excuus voor iets dat lang geleden is gebeurd veronderstelt dat er zoiets zou zijn als een overerfbaarheid in slachtofferschap en daderschap. Ik weet niet goed hoe ik zoiets zou kunnen onderbouwen.

Begrijp me niet verkeerd: er bestaan historische continuïteiten en die zijn met het sociaalwetenschappelijke instrumentarium te onderbouwen. Maar ik weet gewoon niet goed hoe ik slachtofferschap na het verstrijken van tijd nog kan documenteren. Als ik lees dat een intelligent en gewaardeerd schrijver als de Libanees Amin Maalouf oppert dat het Westen zich moet verontschuldigen voor de Kruistochten, bekruipt mij een zekere ergernis. In de eerste plaats omdat “het” Westen niet bestaat en in de tweede plaats omdat naar mijn idee de Ottomaanse periode de historische continuïteit heeft gebroken.

Het is niet dat ik geen oog zou hebben voor de problemen in het Midden-Oosten, en ik ben niet zo bot dat ik geen rekening wil houden met gevoeligheden die ik zelf ervaar als irrationeel, maar als van mij een excuus wordt gevraagd, wil ik het begrijpen kunnen. Ik zoek een bepaalde vorm van intersubjectiviteit waarbinnen ik overtuigd kan worden dat ik, als westerling, iets moet doen om het leven voor een Libanees prettiger te maken. Anders zou het excuus immers onoprecht zijn. Iets van “jij je excuus, ik m’n rust”.

Hoewel ik dus echt niet afwijzend sta tegenover historische excuses, begrijp ik niet goed hoe slachtofferschap en daderschap na een bepaalde tijd nog documenteerbaar zijn. De stelligheid waarmee sommigen erover spreken, begrijp ik niet goed. Ik heb in de academische discussie ergens een epistemologische afslag gemist.

Gevolgen

Een criterium dat ik zou kunnen bedenken is: er zijn gevolgen die nog steeds doorwerken. Dit speelt bij de discussie over het slavernijverleden. Amsterdam verdiende geld met de driehoekshandel, kon een prachtige grachtengordel aanleggen, ontvangt daarom nog steeds toeristen en verdient eraan. Omgekeerd zijn de gebieden waar de Hollanders de slaven vandaan haalden, gedestabiliseerd en ondervinden ze daarvan nog steeds de gevolgen.

Die zijn niet per se financieel. Er is weleens gewezen op het feit dat zoveel gezinnen met een Caraïbische achtergrond incompleet zijn – de vader is nogal eens met de noorderzon vertrokken – samenhangt met de incomplete gezinnen uit de slavernijtijd. Op punten als deze valt best iets recht te zetten en ik voor mij had niet het idee dat de excuses van Halsema misplaatst waren.

Maar is dat genoeg? Ik weet het niet goed. Hier speelt de problematiek van de verzoening.

Verzoening

Historische excuses zijn bedoeld om een situatie vol verstoorde verhoudingen te beëindigen. Toen Willy Brand door de knieën ging, opende hij de weg naar een dialoog. Het excuus is dus een manier om te zeggen “het onvoltooid verleden moet voltooid verleden worden”. We zitten hier in de sfeer van de transitional justice en de dilemma’s zijn dezelfde: als je kiest voor gerechtigheid, verruil je mogelijk de ene frustratie voor de andere; kies je voor rust, dan is er geen gerechtigheid.

Ik haal Maimonides weer eens aan, die heeft geschreven over de wijze waarop iemand na een kwade daad weer in de gemeenschap kan worden opgenomen. Dat extrapolerend naar gemeenschappen die weer door één deur moeten kunnen, zijn er vier dingen nodig: (a) het inzicht dat er iets verkeerd is, (b) de openlijke erkenning daarvan, (c) het ongedaan maken van de problemen en (d) dat er stappen worden gezet om herhaling te voorkomen.

Ik mis in de discussie over het slavernijverleden een visie op (d). Dat staat niet op zichzelf. Ik mis het ook bij de excuses die bewindslieden zo vaak maken: er is een “sorry”, misschien is er een betaling, en daarna moet het dan voorbij zijn. Maar zo is het niet. (c) is het wegnemen van symptomen. Oplossen doe je pas met (d). Een inspanningsverplichting om onvrijheid en gedwongen arbeid te vermijden dus. Daar zal geen weldenkend mens tegen zijn, maar ik zie nog niet zo snel consensus over, pakweg, de onvrijheid van ZZP-ers.

Tot slot

Een excuus dat is gevraagd, heeft niet de waarde van het excuus dat iemand maakt die zélf tot inzicht is gekomen. Ik ben wat sceptisch over excuses voor het slavernijverleden omdat ze tot stand komen na een campagne. Het zijn, om zo te zeggen, afgedwongen excuses. De gedragsverandering die nodig is om tot verzoening te komen, zal bij menigeen niet van harte zijn en dus leiden tot ergernis. Zoals gezegd: in situaties van transitional justice kan de keuze voor gerechtigheid er ook een zijn voor een ander soort frustratie.

Het is vleiend als mensen mij als historicus en als Amsterdammer om een mening vragen, maar ik weet het gewoon niet. En u, lieve lezers, weet het ook allemaal niet zo zeker. Dus houd de discussie over dit gevoelige onderwerp rustig.

Deel dit blog:
Factcheck: Het Afghanistan van Louise Fresco

Het is ogenschijnlijk triviaal, maar toch: de column van Louise Fresco in het Handelsblad van gisteren, daarover heb ik wat Read more

De Zeevolken: meer problemen

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent Read more

Eigenlijk zou de DNA-revolutie “hermeneutische revolutie” moeten heten

Ik heb het regelmatig over de DNA-revolutie. Dat zou momenteel het belangrijkste thema in de oudheidkunde moeten zijn. Simpel gezegd: Read more

Roofkunst

Ruurd Halbertsma is conservator in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik vermoed – en hieruit mag u afleiden dat Read more


Categoriën: Algemeen