Het moderne Mohammed-onderzoek: ups en downs

1 augustus 2021

Het biografische materiaal over Mohammed (sīra) in zijn geheel is zo omvangrijk en verscheiden dat er geen coherent beeld van de profeet uit kan worden verkregen. Kan het wel worden gebruikt voor een betrouwbare biografie van Mohammad, of als bron voor de geschiedenis van de vroege islam? Moslims stellen zo’n vraag gewoonlijk niet; het is typisch een vraag van oriëntalisten. Negentiende-eeuwse geleerden als Ernest Renan (1823–93; ‘De islam ontstond in het volle licht der geschiedenis’), Julius Wellhausen (1844–1918), Ignaz Goldziher (1850–1921) en anderen waren nog vol vertrouwen. Zij verwierpen veel teksten als onbetrouwbaar, maar geloofden dat het mogelijk was, met de rest het historische verleden te reconstrueren ‘zoals het werkelijk was geweest’.
Dit geloof werd ondergraven tijdens de eerste golf van scepticisme, waarvan de hoofdvertegenwoordigers Leone → Caetani (1869–1935) en Henri → Lammens (1862-1937) waren. Caetani deed in zijn Annali niets anders dan de toen beschikbare bronnen in Italiaanse vertaling naast elkaar te zetten, waardoor de discrepanties dadelijk zichtbaar werden. Volgens Lammens leunde de hele biografie op de koran en was daarom niet betrouwbaar als bron voor geschiedschrijving. Na de Eerste Wereldoorlog was de kritische geest weer weg en werd de queeste naar de ‘historische waarheid’ hervat. Een aantal wetenschappelijke biografieën werd geschreven, met als hoogtepunt het omvattende werk van W. Montgomery →Watt.
Een tweede golf van scepticisme kwam op in de zeventiger jaren van de twintigste eeuw. John → Wansbrough paste ‘bronnenscheiding’ toe op sīra teksten, zoals het tevoren gedaan was op bijbelteksten, en analyseerde de diverse literaire genres met hun functies en doelstellingen. Patricia → Crone en Michael Cook zetten in hun Hagarism de literaire benadering voort; bovendien brachten zij de tot dusverre verwaarloosde niet-Arabische bronnen onder de aandacht en hadden een scherp oog voor de materiële, economische en geografische realia in Arabië.
Op het ogenblik gaan de meningen onder niet-islamitische geleerden sterk uiteen. Aan de ene kant is er een neiging terug te keren naar de traditie. Een zekere nostalgie naar de ouderwetse biografie van de profeet wordt aan de dag gelegd door Gregor → Schoeler, Charakter en Harald → Motzki, Murder). F.E. Peters is zich wel bewust van de aard van de bronnen, maar schreef toch een biografie. De aanvankelijk zo sceptische Patricia → Crone († 2015) was laat in haar leven van mening dat we veel weten van Mohammad en door nader onderzoek nog meer te weten kunnen komen, maar zij had geen gelegenheid meer om te laten zien wát dan precies. Tilman → Nagel schreef een dikke geleerde biografie alsof er nooit scepticisme had bestaan.
Andere geleerden proberen de vroege islamitische geschiedenis compleet te herschrijven en twijfelen zelfs of Mohammed ooit heeft bestaan of beweren dat Mohammed geen eigennaam is maar een adjectief, dat betrekking heeft op Jezus (Nevo & Koren; de zog. Inârah-groep; Ohlig en Puin; Luxenberg in → Ohlig & Puin; ook vermeld bij → Jansen). Een zekere postmoderne onverschilligheid tegenover de historiciteit van de de biografie is aan te treffen bij → Rubin and → Schöller.
Welk gezichtspunt men ook inneemt, het in de afgelopen decennia gewonnen inzicht dat de biografische texten literatuur zijn kan niet meer ongedaan worden gemaakt. Vele van die teksten behoren tot literaire genres met hun eigen conventies, een flinke portie fictionaliteit en heel wat intertextualiteit. Hoe meer intertextualiteit er in een verhaal te ontdekken is, des te onbruikbaarder is het voor de geschiedschrijving. Teksten die gebaseerd zijn op de bijbel of andere joodse of christelijke literatuur, of op de koran, of naar het patroon van een legende zijn opgebouwd, of stukken heilsgeschiedenis, kunnen wel gebruikt worden voor de geestesgeschiedenis van de periode van hun ontstaan, maar niet voor die van de gebeurtenissen die daarin worden beschreven. Omdat we nu meer bronnen ter beschikking hebben dan Caetani zien we nog duidelijker de discrepanties tussen de bronteksten. Bovendien kan nauwelijks enige biografische tekst gedateerd worden vóór 693, en hoe later de bronnen zijn, des te meer beweren zij te weten over de profeet.

Terugblik
Als datgene wat men over Mohammed wetenschappelijk meent te kunnen weten over een periode van anderhalve eeuw zo varieert, dan ligt er maar één conclusie voor de hand: dat we blijkbaar niet veel zeker weten. Waaraan ligt het, dat de meningen van wetenschappers zo variabel zijn? Die vraag kan ik niet beantwoorden; hoogstens wil ik hierover enige overwegingen ten beste geven.
– De persoonlijkheid van de onderzoeker speelt altijd een rol: is hij conservatief, ‘gelooft’ hij graag, of is hij juist gretig om iets nieuws te ontdekken? (Ik had een collega die persoonlijk diep geschokt was door het moderne kritische onderzoek, zoals een moslim dat zou kunnen zijn. Maar hij was geen moslim, nee helemaal niet.)
– Ook het tijdsgewricht speelt een rol. Na de Eerste Wereldoorlog had blijkbaar niemand zin of energie om de veelbelovende kritische onderzoekingen van ± 1900 voort te zetten. De Tweede Wereldoorlog en de grauwe tijd daarna maakten het niet beter. Pas in de jaren zeventig durfden jonge onderzoekers weer moed te scheppen en zich te bevrijden van de grijze stoffigheid van hun leermeesters. Er was geld, er was een algemeen gevoel van op te breken naar nieuwe oevers. Vanaf ± 2000 breekt er weer politiek pessimisme door. De Chinezen staan voor de deur, de universiteiten geraken vrijwel overal in een financiële en existentiële crisis; de algemene stemming wordt eerder conservatief. Dat heeft invloed op het onderzoek, of op het ontbreken daarvan.
– Vanaf de zestiger jaren zijn er moslims in ons gezichtsveld gekomen. Dat leidde bij sommige geleerden tot politiek-correcte reacties (‘daarmee kan ik toch mijn moslim-vrienden niet onder ogen komen?’); anderen wilden graag onderzoek doen, maar bemerkten dat zij dat niet gefinancierd kregen door overheden, die vooral rust in de tent wilden en niets wilden steunen wat moslims onprettig vinden. Na 9/11 sloeg dat om en zagen weer andere geleerden hun kans schoon om hun anti-islamitische en/of racistische sentimenten wetenschappelijk verpakt op de markt te brengen. Met geen van die politiek en financieel bepaalde houdingen is de wetenschap gediend, maar ze spelen wel degelijk een rol. Ik ga maar geen namen noemen.

Biografieën die door moslims zijn geschreven zijn in elk geval heel anders; daarover een apart stuk hier.

Bibliografie
– Tor Andræ, Die person Muhammeds in lehre und glaube seiner gemeinde, Stockholm 1917.
– Leone Caetani, Annali dell’ Islam, i–ii, Milano 1905–7.
– Patricia Crone and Michael Cook, Hagarism. The making of de Islamic world, Cambridge 1977.
– Patricia Crone, What do we actually know about Mohammed? (gepubl. 31.08.2006).
– Toufic Fahd (uitg.), La vie du prophète Mahomet. Colloque de Strasbourg (23–24 octobre 1980), Paris 1983.
– Ibn Warraq, The Quest for de Historical Muhammad, ed. with translations by Ibn Warraq, Amherst (NY) 2000.
– Hans Jansen, De historische Mohammed, Amsterdam/Antwerpen: De Mekkaanse verhalen 2005, De verhalen uit Medina 2007.
– Henri Lammens, ‘L’Âge de Mahomet et la chronologie de la Sîra,’ in Journal Asiatique [2nd ser.] 17 (1911), 209-50 (vert. als ‘The age of Muhammad and the chronology of the sira,’ in Ibn Warraq, Quest, 188–217).
– idem, ‘Caractéristique de Mahomet d’après le Qoran,’ in Recherches de science religieuse 20 (1930), 416–38.
– idem, Fāṭima et les filles de Mahomet. Notes critiques pour l’étude de la Sīra, Rome 1912. (vert. als ‘Fatima and the daughters of Muhammad,’ in Ibn Warraq, Quest, 218-329).
– idem, ‘Qoran et Tradition. Comment fut composée la vie de Mahomet,’ in Recherches de science religieuse 1 (1910), 26–51 (vert. als ‘The Koran and tradition. How the life of Muhammad was composed,’ in Ibn Warraq, Quest, 169–87).
– Harald Motzki (ed.), Biography of Muḥammad. The issue of the sources. Leiden 2000.
– idem, ‘The murder of Ibn abī l-Ḥuqayq. On de origin and reliability of some maghāzī-reports,‘ in idem, Biography, 170–239.
– Tilman Nagel, Mohammed. Leben und Legende, München 2008.
– Yehuda D. Nevo and Judith Koren, Crossroads to Islam : the origins of the Arab religion and the Arab state, Amherst (NY) 2003.
– Albrecht Noth and Lawrence I. Conrad, The early Arabic historical tradition. A source-critical study, Princeton 1994.
– Karl-Heinz Ohlig & Gerd-R. Puin, Die dunklen Anfänge: neue Forschungen zur Entstehung und frühen Geschichte des Islam, Berlijn 2006.
– F. E. Peters, Muhammad and the origins of Islam, New York 1994.
– idem, ‘The quest of the historical Muhammad,’ in IJMES 23 (1991), 291–315 [herdrukt in Peters, Muhammad].
– Wim Raven, ‘Sīra and the Qurʾān’in Encyclopaedia of the Qur’ān.
– Ernest Renan, Études d’histoire religieuse, Paris 61863 (het beroemde citaat staat op blz. 220).
– Maxime Rodinson, ‘A critical survey of modern studies on Muhammad,’ in Merlin Swartz, Studies on Islam, New York/Oxford 1981, 23–85.
– Uri Rubin, The eye of the beholder. The life of Muḥammad as viewed by de early Muslims. A textual analysis. Princeton 1995.
– idem, ‘Muḥammad,’ in Encyclopaedia of the Qur’ān.
– Gregor Schoeler, Charakter und Authentie der muslimischen Überlieferung über das Leben Muhammad’s, Berlin/New York 1996.
– Marco Schöller, Exegetisches Denken und Prophetenbiographie. Eine quellenkritische Analyse der Sīra-Überlieferung zu Muḥammads Konflikt mit den Juden. Wiesbaden 1998.
– John Wansbrough, The sectarian milieu. Content and composition of Islamic salvation history, Oxford 1978.
– W. Montgomery Watt, Muhammad at Mecca, Oxford 1953.
– idem, Muhammad at Medina, Oxford 1956.
– idem, ‘The reliability of Ibn Isḥāq’s sources, in Fahd, La vie, 31–43.

Terug naar Inhoud         Bijgewerkte versie, eerst verschenen 2011

Deel dit blog:
De uitroeiing van de Joodse stam Qurayza (vertaling)

Vertaalde tekst:Volgens wat al-Zuhrī mij heeft verhaald kwam omstreeks het namiddaggebed Djibrīl bij de Profeet, het hoofd bedekt met een Read more

Moderne islamitische biografieën van Mohammed

Onlangs publiceerde ik hier een tekst over het werk van niet-islamitische geleerden over de biografie van Mohammed. Maar de auteurs Read more

Hellestraffen

Volgens de islamitische overlevering heeft Mohammed een reis door hemel en hel gemaakt. In een vorige blog bood ik de Read more

Mohammeds nachtreis en hemelvaart

Hemelvaarten hoorden erbij in de Oudheid. Henoch, Mozes, Elia, Jesaja, Jezus, Paulus en nog anderen, ook in Perzië, zijn ten Read more


Categoriën: Arabië