Het koninkrijk Commagene

De Galerij der Goden op het oost terras van Nemrud Daǧi met op de achtergrond de tumulus van Antiochus I Theos
2 december 2020

De 2.134 meter hoge berg Nemrud is gezeteld in een nationaal park in Adiyaman; een provincie in het zuidoosten van Turkije De berg geldt als hoogste piek van het noordelijke ‘Tweestromenland’ en maakt deel uit van het Taurusgebergte. Wat deze berg zo uniek maakt is de zestig meter hoge tumulus die er bovenop werd gebouwd in opdracht van Antiochus I Theos. Deze tumulus lag bovenop de heilige begraafplaats (hierothesion op z’n Grieks) van deze koning die in de eerste eeuw v.Chr. de scepter zwaaide over het koninkrijk Commagene.

Een komen en gaan van overheersers

Commagene was van oorsprong een Syrisch-Hettitisch vorstendom in het zuidoosten van Turkije en een bondgenoot van de Assyriërs. Het koninkrijk wordt voor het eerst geattesteerd in een Assyrische tekst uit de negende eeuw v.Chr. waarin melding wordt gemaakt van “Kummuhu”. Vanaf 708 v.Chr. werd Commagene door koning Sargon II ingelijfd als provincie van het Assyrische Rijk.

Omstreeks 612 v.Chr. ging er een andere wind waaien in Mesopotamië en kregen de Babyloniërs het voor het zeggen in het land van Eufraat en Tigris. Ook Commagene werd tot het Nieuw-Babylonische Rijk gerekend, maar in 539 v.Chr. kwam er ook aan dit rijk een einde met de verovering van Babylon door de Perzische koning Cyrus de Grote. In deze periode van Perzische heerschappij werd Commagene tot de satrapie Armenië gerekend.

Sargon II

In de vierde eeuw v.Chr. deed de Macedonische veroveraar Alexander de Grote zijn intrede en veroverde het Perzische Rijk tussen 334-330. Na zijn overlijden in 323 v.Chr. kregen de generaals van Alexander (de Diadochi) het met elkaar aan de stok over de verdeling van het veroverde territorium. Rond 300 v.Chr. leek men uitgevochten te zijn en was het rijk in drie hapklare brokken verdeeld: Europa, Egypte en Azië. Laatstgenoemde viel onder het gezag van de Seleuciden – vernoemd naar de eerste koning Seleucus I Nicator – en ook Commagene maakte onderdeel uit van dit Seleucidische Rijk.

Het Hellenistische koninkrijk Commagene

Het Seleucidische Rijk bereikte haar hoogtepunt rond 200 v.Chr. , maar zou daarna snel in verval raken. Begin tweede eeuw v.Chr. ondernam koning Antiochus III de Grote (r. 223-187) diverse pogingen om zijn territorium verder uit te breiden, onder andere in Thracië, maar liep tegen een muur van Romeins verzet aan. De climax van deze Romeins-Seleucidische clash vond plaats in 190 v.Chr. tijdens de Slag bij Magnesia. Koning Antiochus III trok aan het kortste eind en zag zich genoodzaakt zijn grondgebied in Klein-Azië af te staan aan het Koninkrijk Pergamon. Ook moest hij een bedrag van 15.000 gouden talenten betalen.

Antiochus III (Louvre Parijs)

Vanaf 175 v.Chr. bestierde de excentrieke koning Antiochus IV Epiphanes het Seleucidische Rijk. Hij riep de toorn van de (orthodoxe) Joden meerdere malen over zich heen door zijn daden die in het Bijbelse boek Makkabeeën zijn opgetekend. In boek I lezen we bijvoorbeeld hoe deze “zondige spruit” zich tegoed deed aan de rijkdommen in de tempel van Jeruzalem, maar ook hoe hij decreten uitvaardigde waarin het de Joden verboden werd hun religieuze praktijken uit te oefenen. Als klap op de vuurpijl werden de Joden gedwongen offers te brengen aan de heidense goden. De Joodse priester Mattathias Makkabeüs uit de stad Modin weigerde dit te doen, hetgeen zou leiden tot de Makkabese opstand in 166 v.Chr. In de tussentijd had Antiochus IV zijn handen vol aan onrusten in Armenië en in het oosten van zijn rijk waar de Parthische koning Mithridates I de boel op stelten zette.

In 164 v.Chr., na de dood van de zoon van Antiochus III, Antiochus IV, braken er verdere onrusten uit in het Seleucidische Rijk en zag satraap Ptolemaeus zijn kans schoon om de onafhankelijkheid van Commagene uit te roepen. Het territorium besloeg grofweg de Turkse provincies Adıyaman en (het noorden van) de provincie Antep. Het werd begrensd door Cappadocië, Armenië en Syrië en de oostgrens van het rijk werd getekend door de rivier de Eufraat waar tevens de hoofdstad van Commagene, Samosata, was gevestigd.

Antiochus I Theos

Ptolemaeus I van Commagene werd in 130 v.Chr.  opgevolgd door zijn zoon Sames II Theosebes Dikaios en hij op zijn beurt door zijn zoon Mithridates I Kallinikos in 109 v.Chr. die Commagene tot zijn koninkrijk uitriep. Mithridates trouwde met de Syrisch-Griekse prinses Laodice VII Thea, hetgeen als een vredesverdrag beschouwd kan worden tussen Commagene en de Seleuciden.

Antiochus I op het west terras van Nemrud Daǧi

In 86 v.Chr. kregen Mithridates en Laodice een zoon die de meest bekende koning van Commagene zou worden: Antiochus I Theos. Hij nam de scepter van zijn vader over in 70 v.Chr. en maakte in Commagene de dienst uit tot zijn dood in 31 v.Chr. Antiochus wist dankzij zijn sluwe diplomatie de onafhankelijkheid van Commagene lang te waarborgen tegen de oprukkende Romeinse macht. In zijn volledige titulatuur (Antiochus I Theos Dikaios Epiphanes Philorhomaios Philhellen) wordt hij dan ook – onder andere – ‘vriend van de Romeinen’ genoemd.

Nemrud Dagi

Antiochus is echter vooral bekend om een bijzondere bezienswaardigheid die hij in 62 v.Chr. op de berg Nemrud liet bouwen in het zuidoosten van Turkije. Om bij Nemrud Daǧi te komen, kunnen reizigers vanuit het kleine dorp Kȃhta de tocht door het dorre landschap van het nationale park, waar deze berg zich bevindt, ondernemen. De weg begint aanvankelijk vlak, maar wordt op den duur steiler en de tocht naar boven is niet zonder gevaar. Met een klein busje doorkruisten mijn medereizigers en ik het desolate landschap, zigzaggend langs ravijnen die alsmaar dieper werden.

Het desolate landschap van het nationale park met in de verte Nemrud Daǧi

Eenmaal bij de berg aangekomen kan de reiziger nog verder omhoog lopen richting een 50 meter hoge tumulus opgemaakt uit 30.000 m3 gebroken stenen met een omvang van 150 meter. Ooit was deze kunstmatige berg 60 meter hoog, echter door zowel menselijke als natuurlijke invloeden is het ingeklonken. De tumulus bevat in haar kern de laatste rustplaats van Antiochus I Theos.

[Oorspronkelijk gepubliceerd op de eigen blog van Lauren van Zoonen.]

Deel dit blog:
Prinsjesdag, Plinius, Mill en de vergelijkingstheorie

Morgen is het Prinsjesdag en dat is een mooie gelegenheid om het weer eens over vergelijkingstheorie te hebben. Het demissionaire Read more

Foto van de dag: de Alexandersarcofaag

Sidon, Alexandersarcofaag, leeuwenjacht (nu in de Archeologische Musea van Istanbul) [Meer foto’s hier.]

Foto van de dag: de Tigris

De Tigris [Meer foto’s hier.]

Foto van de dag: Theodosius en zijn zonen

De keizerlijke loge in het circus, afgebeeld op een reliëf op de basis van een obelisk in Constantinopel (Istanbul) [Meer Read more


Categoriën: Anatolië, Hellenisme