Het is niet altijd een gladiator (2)

Een murmillo (Efese)
18 januari 2021

Zoals in het eerste stukje beschreven, voorzien de media archeologische vondsten vaak van slagzin-achtige koppen, omdat dat die de vondsten interessanter maken voor het brede publiek. Gladiatoren zijn een dankbaar thema. In het vorige stukje kwam een vrouwelijke gladiator uit Londen aan bod die geen gladiator bleek te zijn.

De onthoofde Romeinen uit York

In 2004 en 2005 vonden opgravingen plaats in York, vlakbij het spoorwegstation. Net als in Londen vond men een begraafplaats langs een Romeinse weg naar de stad, in dit geval naar Eboracum, het Romeinse York. Dit keer trokken vooral de graven van onthoofde mannen de aandacht.

De feiten

  • Het grafveld was in gebruik van de eerste tot vierde eeuw.
  • Er waren geen grafstenen of andere markers, alleen grafheuvels, waarin de graven zich bevonden.
  • Er waren maar weinig grafgiften.
  • Het merendeel van de bijzettingen was een inhumatie ofwel begraving.
  • De helft van de doden was onthoofd; het waren allemaal mannen tussen 19 en 45 jaar.
  • Ze kwamen uit verschillende regio’s buiten Groot-Brittannië: Centraal-Europa, Noord-Afrika en Zwitserland.
  • Velen vertoonden ante- of peri-mortem traumata.
  • Sommigen vertoonden niet genezen lemmetletsels en gebroken tanden.
  • Eén individu werd begraven met zware ijzeren ringen rond de benen, maar ze waren niet verbonden met een ketting. Ook waren ze massief en vertoonden ze geen opening, dus ze moeten geruime tijd rond zijn benen hebben gezeten.
  • Een ander individu toonde bijtwonden van een grote vleeseter.

Het verhaal in de media

In juni 2010 beweerde de pers dat de Yorkse skeletten die waren van gladiatoren. Vooral de bijtwonden van de vleeseter vormde volgens een van de opgravers een aanwijzing in die richting.

Een documentaire (“Gladiators: Back From The Dead”) die in dezelfde maand werd uitgezonden op het Britse tv-station Channel 4, concentreerde zich op zes van de skeletten en legde uit waarom die van gladiatoren moesten zijn. Het individu met de bijtsporen gold daarbij als bestiarius, “beestvechter”. De andere skeletten trokken de aandacht omdat ze bepaalde verwondingen vertoonden. Op basis daarvan trokken de archeologen en documentairemakers conclusies over tot het soort vechters hier waren begraven.

Ook de rapporten van de archeologen ondersteunen de interpretatie dat het om gladiatoren zou gaan. Op de website van de York Archaeological Trust vindt u de rapporten onder het trefwoord ‘gladiator’. Er kwam zelfs een reizende expositie ‘Gladiators – Cemetery of Secrets’. Een andere tentoonstelling, ‘Gladiator – Die wahre Geschichte’ in Bazel toonde een van die skeletten omdat deze was van iemand die misschien kwam uit het Zwitserse Alpengebied.

Conclusie

Het is echter niet bewezen dat dit de begrafenissen zijn van gladiatoren. Er is meer nodig dan alleen kijken naar de verwondingen en de leeftijd van de mannen. Je kunt niet, zoals in de TV-documentaire gebeurde,  uit de aard van de verwondingen het exacte type gladiator afleiden. Zo beweerden de documentairemakers dat een man met een onderarmwond had gevochten als murmillo. Ze lieten daarbij onvermeld dat zulke gladiatoren meestal een beschermend pantser (een manica) droegen, wat letsel aan bijvoorbeeld een onderarm had kunnen voorkomen.

In het archeologisch rapport werd het ontbreken van grafstenen geïnterpreteerd alsof het zou gaan om beginnende gladiatoren, die nog niet genoeg prijzengeld hadden verdiend om een grafsteen te betalen. Dit is ook discutabel.

Eigenlijk valt bij rustige beschouwing niets echt te verklaren; noch de grote geografische spreiding van de overledenen, noch dat de helft van de skeletten onthoofd was, noch de ijzeren ringen op de benen van een van die individuen, die in elk geval geen gewone slavenvoetboeien waren. Wat in elk geval valt uit te sluiten, is dat dit de slachtoffers waren van een bloedbad dat keizer Caracalla in 211 aanrichtte. De begraafplaats was namelijk meer dan drie eeuwen in gebruik. Ook is executie niet erg waarschijnlijk, omdat alle personen met een zekere mate van zorg op een prominente plaats van de begraafplaatswaren  begraven.

Als de archeologen eerlijker zouden zijn geweest, hadden ze toegegeven dat noch het beroep van de begravenen noch de reden van de onthoofding duidelijk waren. In plaats daarvan identificeerden ze deze skeletten als die van gladiatoren, waarna de documentaire zorgde voor het gebruikelijke zand & bloed & vuil.

De Londense en Yorkse voorbeelden tonen dat het niet eenvoudig is om aan de hand van archeologische vondsten vast te stellen wie de begravene was. Vaak leidt het tot wishful thinking. De druk van de media om interessante informatie te verstrekken leidt dan tot verkeerde conclusies. Hoe spectaculairder en sensationeler, hoe beter.

Literatuur

  • Hunter-Mann, Kurt (2015). Driffield Terrace. An Insight Report. York Archaeological Trust for Excavation and Research.
  • Müldner, G., Chenery, C. and Eckart, H. (2011). The ‘Headless Romans’: Multi-isotope investigations of an unusual burial ground from Roman Britain. Journal of Archaeological Science 38, pp. 280-290.
Deel dit blog:
Het is niet altijd een gladiator (1)

De media introduceren archeologische vondsten vaak met slagzin-achtige koppen, omdat die de vondsten interessanter zouden maken voor het brede publiek. Read more

Verjaardagsfeestje

Vindolanda was een Romeins legerkamp (castra) bij de muur van Hadrianus (Engeland). Oorspronkelijk bestond het kampement uit houten gebouwen (de Read more

Waarom oudheidkunde?

Ik ken iemand die in Marokko de ruïnes bezocht van de Romeinse stad Volubilis, en een jaar later stond bij Read more

De ondergang van het Negende

Na de dood van keizer Trajanus in 117 was het zo onrustig aan de grenzen van het Romeinse Rijk dat in Schotland Read more