Het ideale handboek (volgens mij dan)

Pauw in Cherchell; er is geen diepere betekenis of verband met het onderstaande, maar het is een leuk plaatje.
4 februari 2021

Ik wilde, zo kondigde ik vorige week aan, gaan bloggen over het handboek waarover ik ooit eerstejaarscolleges heb gehad. Een kennismaking met de oude wereld is zes keer geactualiseerd herdrukt dus ik zal er zeker weggezakte kennis mee opfrissen. Maar de afgelopen week bedacht ik: hoe zou ik zelf een boek schrijven waarmee eerstejaars met de oude wereld kennis zouden maken?

Opfrissen

Het zou, denk ik, moeten beginnen met een vluchtig overzicht, zoals ik zelf ooit hier heb gepubliceerd. Ik weet niet hoeveel woorden het zijn, misschien duizend, maar het geeft de hoofdlijnen, een basis die nuttig is om op voort te bouwen. Daarna zou ik uitleggen waarom de bestudering van de Oudheid een wetenschap is. Even de colleges wetenschapsleer opfrissen waarmee het eerste academisch jaar begon. Hoofdstuk één, paragraaf één: wat is een feit? Daarna een introductie tot de oudheidkundige data: iets over teksten en de uitleg daarvan, iets over vondsten en vondstinterpretatie, iets over etnografische parallellen, iets over de discussies onder historici, zoals de relatie tussen individu en proces of de aard van continuïteit. Ook nog iets over de kern van een wetenschap (de negatieve heuristiek van verboden manieren om de data te interpreteren) en de beschermende schil (de positieve heuristiek van toegestane interpretatiewijzen).

De samenhang van deze onderdelen zou in het volgende hoofdstuk aan bod komen als ik aangeef waarom we de Oudheid rond 3000 v.Chr. laten beginnen. Het is het moment waarop we niet langer alleen over archeologische vondsten en etnografische parallellen beschikken, maar er teksten bij komen. Teksten zijn wat ze in de sociale wetenschappen een container noemen, dat wil zeggen dat ze informatie opslaan die ergens anders of op een later moment kan worden geconsulteerd. Dit leidt tot een kwalitatieve verandering in de samenleving. Geen sociaalwetenschappelijke, geen archeologische reconstructie is zinvol zolang containers niet zijn verdisconteerd.

Achttien thema’s

Hierna zou ik in korte hoofdstukken diverse problemen behandelen. Hier is een overzicht van thema’s die ik de laatste tijd heb genoteerd:

  1. De eerste steden, of: hoe archeologen van vondsten komen naar processen (dit is eigenlijk een stap terug naar het vierde millennium, maar wie zegt dat handboeken strikt chronologisch moeten zijn?).
  2. Het vroege Egypte en de eeuwige negentiende eeuw: hoe wij het verleden nog steeds conceptualiseren aan de hand van oude frames – zie eventueel dit stuk over een boek van Romer.
  3. De chronologie van het Midden-Brons: de student leert wat fundamenteel onderzoek is. Tevens opfrissen van archeologisch, filologisch en andere soorten bewijsmateriaal.
  4. De instorting van het Bronstijdsysteem. De student leert wat oorzaken zijn. Zie ook het leuke boek van Eric Cline.
  5. Het imperialisme van Assyrië: meer negentiende-eeuwse obsessies
  6. Fenicië: een cultuur zonder bewijsmateriaal.
  7. Een tijd van experimenten: hoe conceptualiseren we archaïsch Griekenland?
  8. Oude Grieken, moderne ideologie: hoe kijken we naar het klassieke Athene? De student leert het onderscheid tussen methodisch individualisme en collectivisme. Ik blogde al eens over nepklassieken.
  9. Alexander de Grote: individu, structuur en proces.
  10. De opkomst van Italië: wat zijn de determinerende factoren? (economie, geografie, cultuur).
  11. De unificatie van de Mediterrane wereld onder Augustus: imperialisme (van bovenaf opgelegde eenheid) of globalisering (van onderaf gegroeide eenheid)?
  12. Twee gouden eeuwen: hoe de klimaatwetenschap nieuwe inzichten biedt.
  13. Israël: hoe een identiteit steeds verandert – wat eerst een volk is, wordt een godsdienst en daarna zelfs twee.
  14. Tussen Oost en West: visies op de Parthen en Sasanieden – oriëntalistisch, verzet tegen het oriëntalisme en de huidige herplaatsing van de Sasanieden in de Oriënt.
  15. Diverse eindes: de Crisis van de Derde Eeuw.
  16. De eerste Renaissance: de implosie van het heidendom en het ontstaan van de klassieken in de vierde eeuw n.Chr.
  17. De steppevolken: de verbindende schakel in een wereldsysteem.
  18. Het einde van de oude wereld: ieder zijn eigen visie, shoppend uit de schaarse data.

Slot

Tot slot in dit boek nog iets over de betekenis van de Oudheid voor ons. Het onderscheid tussen inspiratie en invloed: enerzijds kunstenaars die antieke vormen overnemen, anderzijds teksten die werkelijk invloed hebben gehad. Ik noemde er al eens tien. Slothoofdstuk waarin nog wat clichés worden doorgeprikt, zoals dat je van het verleden zou kunnen leren of over parallellen tussen toen en nu. Uitsmijter: ons beeld van het verleden verandert voortdurend, en dat moeten we niet slechts bête constateren, maar nemen als aansporing om er gevarieerdere data bij te nemen en de methodes te verbeteren.

Ik denk dat een boek als dit ongeveer 400 pagina’s nodig heeft en er dertig contacturen nodig zijn.

Flankerend onderwijs

Flankerende colleges over archeologie en tekstuitleg. Stevig pensum van complete boeken. Geen artikelen, want daarmee smoren we het enthousiasme van de studenten. Tevens een stevig pensum van antieke bronnen, waarbij geldt: liever veel in vertaling dan een smalle selectie in de originele talen. Dat kan later. In hun eerste jaar moeten studenten een zo breed mogelijke kennis van de oude wereld opbouwen die ze later kunnen toepassen op meer specialistische onderwerpen.

Deel dit blog:
Nog eens Regulus

Een tijdje blogde ik over de expeditie van Regulus, een Romeinse consul in 256/255 v.Chr., naar wat nu Tunesië heet. Read more

Siciliaanse scheepsrampen

Een tijdje geleden wijdde ik twee stukjes aan de expeditie van de Romeinse consul Regulus naar Tunesië. Na een vlootoverwinning Read more

Wanneer is een historicus een historicus?

Aanstaande woensdagavond is er een online-presentatie van Vincent Huninks nieuwe vertaling van de Annalen van de Romeinse auteur Tacitus. U Read more

Alpenpas gezocht

Je zou denken dat intelligente mensen alleen maar heel verstandige dingen doen en hun tijd besteden aan heel belangrijke zaken. Read more