Het beleg van Marseille begint

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de tijd van Caesar
6 april 2021

Als ik u zeg dat het de vierde dag was van mei, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 4 april 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag eergisteren 2069 jaar geleden?”

Antwoord: hij begon met de belegering van Marseille. Zoals ik in de eerdere afleveringen vertelde, had hij vrij snel Italië onderworpen. De Senaat en zijn generaal Pompeius waren naar Griekenland gevlucht, Caesar had de Lex Roscia laten aannemen die hem toestond mensen uit de provincie tot Romeins burger te maken en als legionairs te rekruteren, en was daarop naar het westen gegaan, waar Pompeius troepen had liggen. Zij het zonder generaal, want die was met een groot aantal senatoren in Griekenland.

Terwijl Caesars ondercommandanten de weg door Illyrië verzekerden en Sicilië bezetten, liep Caesar zelf vast bij Marseille, een stad die hij controleren moest omdat anders zijn aanvoerlijnen afgesneden konden worden. Aanvankelijk onderhandelde Caesar nog met de Massilioten, maar een belegering werd onvermijdelijk toen zij de steun kregen van Lucius Domitius Ahenobarbus.

Hevig verontwaardigd voerde Caesar drie legioenen naar Massilia. Hij liet torens en schutdaken aanrukken ter belegering van de stad en in Arelate twaalf oorlogsschepen bouwen.

Toen deze schepen dertig dagen na het kappen van het hout gebouwd, uitgerust en naar Massilia gebracht waren, stelde hij ze onder commando van Decimus Brutus en belastte zijn legaat Gaius Trebonius met de belegering van Massilia. (Caesar, Burgeroorlog 1.36; vert. Hetty van Rooijen)

Het is wat curieus dat het even duurde voordat de belegering begon, hoewel Caesar en Domitius toch al twee weken in de buurt van Marseille waren. De verklaring is vrijwel zeker dat Caesar weliswaar troepen bij zich had, maar die nodig had in Spanje. Daar vinden we straks de legioenen VII, VIIII, X en XI, veteranen die al tien jaar met hem vochten, en de wat jongere eenheden VI Ferrata en XIV. Het was wachten op de aankomst van versterkingen die het beleg konden overnemen.

Die waren eergisteren 2069 jaar geleden voldoende aanwezig. Caesar kon verder met zijn veteranenlegioenen. Waar de aflossing vandaan kwam, is niet helemaal duidelijk, al is de Po-vlakte in de tweede helft van de eerste eeuw een enorm reservoir aan manschappen geweest en de voor de hand liggende kandidaat. Het gaat in elk geval om nieuw gelichte legioenen, met de nummers XVII, XVIII en XIX. (Het is mogelijk dat dit de eenheden waren die ruim een halve eeuw later ten onder gingen in de gevechten in het Teutoburgerwoud, al zijn er diverse legioenen geweest met deze nummers.)

Hoe lang geleden deze soldaten waren gerekruteerd, voor of nadat Caesar de praktijk met de Lex Roscia legitimeerde, valt niet uit te maken. Feit is dat deze soldaten nog geen routiniers waren. Ze kregen hun vuurdoop bij Marseille.

***

In de reeks Oog op de Oudheid is vanavond het woord aan Margreet Steiner, wier boeken ik hier en daar heb besproken, en aan Nico Roymans, over wie ik hier en daar heb geblogd. Ze hebben het over de relatie tussen de twee voornaamste categorieën bewijsmateriaal van de oudheidkundige: tekst en vondst. Ofwel: ze hernemen het minimalisme-debat uit de jaren tachtig. Schrijf u hier in en kijk.

Deel dit blog:
Ambiorix

Cassius Dio was een voorname senator uit de vroege derde eeuw n.Chr., afkomstig uit een van de oostelijke provincies. Hij Read more

Het Germaanse vorstengraf bij Mušov

De hierboven getoonde stukken komen uit het museum in het Tsjechische Mikulov, waar een paar zaaltjes in een mooi kasteel Read more

Caesar dictator

Als ik u zeg dat het ergens in oktober was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Read more

De Zuilen van Hercules (in Drenthe)

Het zal u niet onbekend zijn dat de Griekse halfgod Herakles nogal een macho was, hoewel hij méér was dan Read more


Categoriën: Romeinse Republiek