Het Aramees: de eerste wereldtaal

Een papyrus uit Elefantine met een deel van de tekst van de Behistuninscriptie, vertaald in het Aramees (Neues Museum, Berlijn)
14 april 2021

De oudste wereldtaal is het Aramees. Of eigenlijk is het niet één taal, maar een familie van talen. Het aardige is dat het Aramees al drie millennia te volgen is. Aanvankelijk was het de taal van – u raadt het al – de Arameeërs in Syrië, maar later was het de kanselarijtaal van het Perzische Rijk en toen dat ten onder was gegaan, bleef het Aramees in gebruik in het gehele Nabije Oosten. In het Romeinse Rijk en het Parthisch/Sasanidische Rijk ontstonden joodse, samaritaanse en mandese varianten.En ook christelijke, trouwens, die nog altijd worden gesproken in een paar dorpen ten noorden van Damascus. Ik weet niet of dat nog steeds de situatie is want tijdens de Syrische Burgeroorlog is stevig geplunderd in die regio en ik sluit niet uit dat ook de bewoners het hard te verduren hebben gehad. Mogelijk is het Aramees sinds kort geen levende taal meer.

Hoe dat ook zij: voor oudheidkundigen is het Aramees een heel belangrijke taal. Na het Grieks, dat de uitgebreidste literatuur van de antieke wereld bezit, en het Akkadisch en het voorchristelijk Latijn, die op grote afstand volgen, komen het Sumerisch, het Egyptisch en het Aramees als uitgebreidste van alle oude talen. Een Duitse oudheidkundige heeft dat rond 2000 voor het eerst uitgeknobbeld, compleet met de aantallen overgeleverde woorden erbij.

Ik heb er al vaker op gewezen dat de DNA-revolutie ons dwingt bij de analyse van antieke taaluitingen verder te kijken dan de onmiddellijke context (Grieks-Aramees voorbeeld hier). Het Aramees zal de komende jaren daarom eerder belangrijker worden dan naar de achtergrond verdwijnen en eigenlijk zou elk oudheidkundig instituut een arameïst moeten hebben.

Dat is ook wat Holger Gzella denkt, de auteur van een reeks inspirerende columns in het Leidse universiteitsweekblad Mare en – meer ter zake – van een geweldig boek over het Aramees, De eerste wereldtaal. Zelf zal hij voor de Leidse universiteit de noodzakelijke arameïst niet meer zijn, aangezien hij daar onlangs is weggegaan. Dat is een klap voor de Nederlandse oudheidkunde, maar we houden aan zijn verblijf in ons land in elk geval een prachtboek aan over.

Mijn goede vriend Richard Kroes besprak het boek al eerder; u bestelt het hier en ik wijdde er het tweede filmpje aan in mijn reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”.

Deel dit blog:
Pytheas

Ik wou een blogje schrijven maar het werd niet goed. Een filmpje dus maar: het geestige boek van Barry Cunliffe Read more

Perzen, Grieken en pseudohistorici (2)

Er is veel te zeggen voor de stelling dat Herodotos van Halikarnassos geen historicus is in onze zin van het Read more

Het einde van de Bronstijd

De Late Bronstijd! Ik had retorisch willen vragen welk oudheidkundig thema toch fascinerender kon zijn, maar dan gaat u natuurlijk Read more

The Rise of Civilization

Nog maar eens een filmpje in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”: Charles Redmans Read more


Categoriën: Boek, Christendom, Levant