Hedonisme 2: Aristippos’ idee van vrijheid

Portret van een filosoof (Archeologisch Museum van Thessaloniki)
18 december 2020

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school van de volgelingen van Aristoteles. In deze serie behandelen we deze filosofische stromingen, en bekijken we hoe de filosofen zich tot elkaar verhielden. In deze tweede reeks van vijf afleveringen: de Hedonisten. Het eerste deel is hier.]

Geld stinkt niet

Aristippos gebruikte zijn spitsvondigheden en wijsheden om geld te verdienen en genotvolle ervaringen op te doen. Dit werd hem door andere volgelingen van Socrates hoogst kwalijk genomen. Socrates zette zich immers af tegen de sofisten, met het verwijt dat ze zich lieten leiden door geld in plaats van wijsheid.

Maar Aristippos wees erop dat ook Socrates zich door rijkere vrienden liet onderhouden. Goed, was het antwoord: Socrates kreeg soms wat aangeboden, maar dat is iets anders dan aan de deuren staan rammelen. Waarom kloppen filosofen als Aristippos dan wel aan bij huizen van rijke mensen, en is het niet andersom? Omdat filosofen weten wat zij nodig hebben, en rijke mensen niet, antwoordt Aristippos.

Slavernij

Hij vroeg hoge tarieven voor zijn onderricht, volgens eigen zeggen om zijn leerlingen bij te brengen hun geld aan verstandige dingen te besteden. Bij het vernemen van zijn tarief riep een rijk man ooit tegen hem: ‘Wat? Voor dat geld kan ik een slaaf aanschaffen!’ Waarop Aristippos zei: ‘Doe dat, dan heb je er voor die prijs gelijk twee.’

Een slaaf is volgens Aristippos namelijk iemand die afhankelijk is van aangeleerde zaken als eerzucht en schaamte. Zonder het onderricht van Aristippos zou de zoon niets meer dan een slaaf blijven. Het doel van het leven is genot, en zaken als taboes en sociale conventies staan dat alleen maar in de weg. Alleen degene die bevrijd wordt van eerzucht en schaamte is werkelijk vrij. In die zin kan een slaaf zelfs meer vrij zijn dan zijn meester.

Vernedering is niet erg

Aristippos verving schaamte en eerzucht door kalmte en waardigheid: die eigenschappen hielpen hem veel beter zijn genot na te streven. Naast die kalmte en waardigheid beschikte Aristippos ook over een gevat soort humor. Toen Dionysios aan Plato een boek gaf en aan Aristippos geld, werd daar besmuikt om gelachen. Men vond het namelijk vernederend voor Aristippos. ‘Waarom?’ vroeg Aristippos hierop. ‘De dictator geeft ons gewoon wat we tekort komen: ik heb geld nodig, en Plato boeken!’

Geld stinkt niet, volgens Aristippos. Maar buigen voor geld deed hij nooit. Toen een rijk man met een slechte reputatie indruk op hem probeerde te maken door hem rond te leiden door zijn prachtige huis, spoog hij de man onverwacht midden in het gezicht. Toen de man vroeg waaraan hij dit had verdiend, antwoordde Aristippos dat hij nu eenmaal een fluim kwijt moest, en welopgevoed als hij was, koos hij de plaats in het huis die het minst waard was.

Vrijheid

Geld helpt ons om genot na te streven, maar wie verslaafd raakt aan geld, is zijn doel voorbij gestreefd. De filosofie van Aristippos draait om vrijheid. Volgens Aristippos leert de filosofie ons niet alleen hoe wij geen slaaf worden van conventies, ook hoort de filosofie ons te leren hoe we gebruik kunnen maken van genotsmiddelen zonder er een slaaf van te worden.

Aristippos koos in alle opzichten voor emotionele vrijheid. Wij dienen ons volgens hem niet te hechten aan het object of de situatie waardoor het genot ontstaat. Genot, en datgene wat genot in de eerste plaats veroorzaakt, zijn namelijk twee heel verschillende zaken.

Als wij verslaafd raken aan de door ons begeerde objecten of situaties, leidt dat ons af van het genot zelf, en worden we even onvrij als wanneer we ons laten domineren door sociale conventies.

Consumptie, maar geen verslaving

Het gaat volgens Aristippos in het leven niet om geld, om lekker eten, of om drank. Het gaat zelfs niet om onze geliefden. Wij mogen ons aan die zaken niet onderwerpen. Wij maken er slechts gebruik van, ten gunste van ons eigen genot.

Dat geldt uiteraard voor consumptiemiddelen, en zeker voor verslavende middelen, maar zelfs tegenover onze beminden mogen wij ons dus niet afhankelijk opstellen. Over een geliefde zei hij ooit: ‘Zij is soms van mij, maar zij bezit mij niet.’ Een goede relatie is volgens Aristippos een relatie waarin men onafhankelijk is van elkaar, en waarbij de geliefden niet de illusie hebben elkaar te bezitten.

[Morgen meer. Deze serie bevat een aantal hoofdstukken van het boek: De wereld vóór God – Filosofie van de Oudheid. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit blog:
Aristoteles 5: Deductie en inductie

[Aristoteles staat bekend als de wetenschapper-filosoof. De invloed van zijn filosofie in de oudheid is enorm, op de eigen peripathetische Read more

Aristoteles 3: Oordelen

[Aristoteles staat bekend als de wetenschapper-filosoof. De invloed van zijn filosofie in de oudheid is enorm, op de eigen peripathetische Read more

Plato 13: Dualisme

[Een korte serie over Plato: Plato wordt als filosoof vooral gekend om zijn leer van de 'vormen', de naar hem Read more

Plato 12: de liefde van Alcibiades

[Een korte serie over Plato: Plato wordt als filosoof vooral gekend om zijn leer van de 'vormen', de naar hem Read more


Categoriën: Hellenisme