Geld, cultuur en welzijn (2)

Reconstructie van een inscriptie (op naam van Plinius de Jongere) met een schenking aan de stad Como (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)
6 december 2021

Reconstructie van een inscriptie (op naam van Plinius de Jongere) met een schenking aan de stad Como (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

[Tweede deel van een recensie, geschreven door Dirk-Jan de Vink, van Daniel Hoyer, Money, Culture, and Well-Being in Rome’s Economic Development, 0-275 CE (2018). Het eerste deel is hier.]

Te rade bij sociale wetenschappen

Een klacht van de auteur is dat kwantificerende oudhistorici en maatschappelijk georiënteerde oudhistorici langs elkaar heen werken. Om tegenstellingen te overbruggen gaat hij zelf te rade bij de sociale wetenschappen, in het bijzonder economie en politicologie. Verder maakt Hoyer – zeer beperkt – uitstapjes naar pre-industriële grootmachten als het Chinese Keizerrijk en het Indiase Mogolrijk.

De auteur betrekt nadrukkelijk het welzijn van mensen bij zijn onderzoek. Dat wil zeggen: de mate waarin zij in hun behoeften kunnen voorzien, hun gezondheid, levensverwachting, toegang tot kennis, inclusiviteit van de samenleving en de mate waarin mensen invloed hebben op hun eigen leefomstandigheden. Een interessante vraag in dat verband is: welke omstandigheden bepalen dat mensen een betere kwaliteit van leven ervaren? Door deze insteek maakt het boek een moderne indruk.

Giften als versnellers van economische groei

In het grotere plaatje dat we krijgen voorgeschoteld, gaat het Romeinse kapitaal rond in een elitaire wereld van ‘ons kent ons’. Dat is een groot verschil met de moderne tijd, waarin kapitaal vooral anoniem is. Cultureel bepaald gedrag is een belangrijke verklarende factor voor economisch succes. Denk aan de bereidheid om samen te werken, om hoge functies te aanvaarden of anderen te laten delen in je welvaart.

Hoge functionarissen en rijke kooplieden deden schenkingen aan overheden en collegia, een bonte verzameling van beroepsverenigingen en begrafenisfondsen. Als eenmalige gift in de vorm van geld, land of goederen. Of in de vorm van een fonds. De magistraten kregen de opdracht om het fonds te laten renderen, bijvoorbeeld via de opbrengst van een stuk land. Andere opties voor investering van het fondskapitaal waren de productie van bijvoorbeeld aardewerk, textiel, verfstoffen of vissaus. Schenker en ontvanger kon dezelfde magistraat zijn. In elk geval voltrok het schenken en ontvangen zich in dezelfde elitaire bovenlaag.

Kortom, de elite werd heel rijk en deed daar ostentatief iets voor terug; niet gespeend van eigenbelang. In de Keizertijd verschuift het ‘prosociale’ (een term die Hoyer graag gebruikt) naar de provincie. Allen daar is nog ruimte voor onderlinge competitie van de bovenlaag, aangezien de keizer in de hoofdstad een ongenaakbare positie innam.

Kapitaalmarkt

Bij gelddonaties moeten we eerder aan kredieten en borgstellingen denken dan aan contant geld. Dit systeem van begunstiging levert het bewijs voor het bestaan van een tamelijk geavanceerd monetair systeem, redeneert Hoyer. En voor het bestaan van een kapitaalmarkt. Wat de vooraanstaande lieden voor hun giften terugkregen waren roem, prestige en – uiteindelijk vaak – financieel gewin. Investeringen in de stedelijke infrastructuur en institutionele kaders kwamen namelijk vooral ten goede aan de elite. Zo was het cirkeltje weer rond.

Veel regelgeving rondom schenkingen was er niet. Het is denkbaar – een speculatie – dat onder het mom van giften ‘onoorbare investeringen’ werden gedaan, al of niet in eigen (geheimgehouden) ondernemingen.

Het willen scheiden van overheid en privaat, is een moderne neiging, doceert Hoyer. In het Romeinse Rijk lopen die twee door elkaar heen. Het politieke systeem heeft iets weg van een franchise, waarbij de lokale elites grote vrijheden genieten en profiteren van aanzienlijke hoeveelheden ‘free floating resources’. Urbanisatie gaat hand in hand met lage transactiekosten en economische voorspoed. De centrale overheid in de provinciehoofdstad en Rome is klein van omvang en richt zijn uitgaven vooral op de instandhouding van het militaire apparaat. In de provincie geniet de elite veel vrijheden – maar rusten er ook sociale plichten op de superrijken.

[Wordt vervolgd]

Deel dit blog:
Domitianus (21): Keizerlijke luxe

Bronzen lamp (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden) Ik maak het mezelf even niet al te moeilijk. Kijk eens hierboven, wat een Read more

Julius Caesar op avontuur

Een Romeins zeeschip (Lepcis Magna) Als ik u zeg dat het begin maart was, als ik toevoeg dat het was Read more

Het Onze Vader (3)

Reliëf met iemand in gebed (Makthar) Ik had vorige week een beginnetje gemaakt met het Onze Vader, een onderdeel van Read more

Domitianus (19): Domitia Longina

Domitia Longina (British Museum, Londen) In een eerder stukje haalde ik de harteloze woorden aan waarmee de Romeinse geschiedschrijver Tacitus Read more


Categoriën: Boek, Romeinse Keizerrijk