Gabriël en Maria

20 december 2020

Het mooiste gevelsteentje van Amsterdam is ook een van de oudste: het dateert uit 1571, bevindt zich aan de buitenzijde van de Oude Kerk, ziet uit over de Bierkaai en stelt de Annunciatie voor, het moment waarop de engel Gabriël in Nazaret aan Maria komt melden dat ze in verwachting is. Ik had graag hierboven de foto geplaatst die ik ooit bij de Oude Kerk heb gemaakt, maar ik kan die niet vinden, dus u moet genoegen nemen met bovenstaande Cypriotische icoon.

De lezers van het Lukasevangelie zullen er niet van hebben opgekeken dat Gabriël Maria groet met Χαῖρε, chaire, “wees blij”. Een standaardgroet die je ook in inscripties tegenkomt en werd gebruikt om bijvoorbeeld de keizer te groeten (Ave Caesar). Ook het vervolg, ὁ Κύριος μετὰ σοῦ, “de Heer is met je”, was een standaardformulering, die bijvoorbeeld ook de engel gebruikt die zich richt tot Gideon. En net zoals Gideon, die zo zijn bedenkingen heeft, weet ook Maria niet goed wat ze ermee aan moet. Hoe zal zij, een maagd toch, een kind kunnen krijgen? De engel legt uit dat “de Heilige Geest over haar zal komen” en dat “de kracht van de Allerhoogste” haar zal overschaduwen. Zie nogmaals de icoon hierboven.

Haar kind, vervolgt Gabriël, zal “zal groot zijn en zoon van de Allerhoogste genoemd worden”, ja zal zelfs “zoon van god” heten. Dat laatste was een volstrekt gebruikelijke term om aardse heersers aan te duiden: koning David is een voorbeeld maar de tijdgenoten van Maria zullen ook hebben gedacht aan keizer Augustus, die zich presenteerde als zoon van de vergoddelijkte Caesar. Het eerste, “groot” en “zoon van de Allerhoogste” zijn, komt letterlijk voor in het Dode-Zee-rol-fragment dat bekendstaat als 4Q226, waarin de “zoon van god” eveneens opduikt. De ontdekkers meenden dat de tekst rond 100 v.Chr. is gecomponeerd, maar het handschrift is veel recenter en in feite hebben we geen idee hoe oud het is. Het is zeker niet uit te sluiten dat ook 4Q226, net als Lukas, de taal van de Romeinse overheerser benut om een punt over een messias-achtig figuur te maken.

De volgende scène brengt ons naar Jeruzalem, waar Maria haar familielid Elisabet komt opzoeken, die hoogzwanger is van Johannes de Doper. (Of Johannes en Jezus feitelijk familie zijn geweest of dat de eerste christenen het prettig vonden Jezus’ mentor als familie te presenteren, valt niet uit te maken.) Het gesprek tussen de twee aanstaande moeders gaat over in een loflied, de eerste van vier vroegchristelijke gezangen die Lukas in zijn evangelie heeft opgenomen. (De drie andere zijn het lied van Zacharias, het lied van de engelen en het lied van Simeon.)

Maria’s lied, ook wel aangeduid als het Magnificat, is gemodelleerd op het lied van Hannah, de moeder van de profeet Samuël. In beide teksten wordt God gepresenteerd als degene die de machtigen vernedert en de machtelozen verheft. In het Lukasevangelie:

Heersers ontneemt Hij hun troon,
maar Hij verheft de geringen.
Die hongeren overlaadt Hij met gaven,
en rijken zendt Hij heen met lege handen.

Ofwel: de evangelist kondigt hier door de mond van Maria aan wat de kern zal zijn van Jezus’ boodschap, dat de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zullen zijn. Het is zeker denkbaar dat het Magnificat, omdat het een samenvatting biedt van de vroegchristelijke leer, oorspronkelijk een rol speelde in de christelijke eredienst. Ook de rest van de tekst valt zonder al te grote aanpassingen te lezen als een vroegchristelijk lied dat Lukas in de mond legt van de eerste gelovige.

[Het bericht Gabriël en Maria verscheen oorspronkelijk op Mainzer Beobachter.]

Deel dit blog:
De familie van Jezus

Het Nieuwe Testament bevat twee kerstverhalen. In het evangelie van Mattheüs komt Jezus ter wereld in Bethlehem (in Judea) en Read more

Twee Armeense duiven

Dit wonderlijke reliëf komt uit Koghb in het uiterste noorden van Armenië. Het ligt dichter bij de Georgische hoofdstad Tblisi Read more

Lukas en de voorouders van Jezus

Jezus … was, zoals algemeen werd aangenomen, de zoon van Jozef, die de zoon was van Eli, de zoon van Read more

De beproeving in de woestijn (1)

Bij de evangelist Marcus zijn het twee zinnetjes, die meteen volgen op Jezus’ doop door Johannes de Doper. In de Read more


Categoriën: Christendom, Jodendom