Filosofie in Rome 4: De midden-stoa (1)

Een antieke filosoof (Museum van Epidaurus)
5 januari 2021

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school van de volgelingen van Aristoteles. In deze serie behandelen we deze filosofische stromingen, en bekijken we hoe de filosofen zich tot elkaar verhielden. In deze reeks van vijf afleveringen: Griekse filosofie in Rome. Het eerste deel is hier.]

De filosofen die het best met dit wereldbeeld van totale fysische samenhang uit de voeten konden, waren de stoïcijnen. In het tijdperk dat we nu behandelen – de laatste eeuwen voor onze jaartelling – komen we de stoïcijnen van de zogeheten middenstoa tegen.

De bekendste onder hen waren de Grieken Panaetius en Posidonius. Hoewel van hen maar weinig geschriften bewaard zijn gebleven, wordt door Romeinse denkers na hen vaak en dankbaar naar ze verwezen.

De filosofen van de middenstoa waren minder streng in de leer dan hun collega’s van de vroege stoa. Die vroege stoïcijnen waren starre denkers, met een alomvattend model van de wereldse logica. Panaetius en Posidonius combineerden stoïcijnse theorieën echter met ideeën uit andere filosofieën.

Panaetius leefde niet lang na Carneades, aan het eind van de tweede eeuw voor onze jaartelling. Hij verwierp het idee dat de wereld telkens opnieuw zou ontstaan uit een oervuur om daar uiteindelijk na een cyclus weer naar terug te keren. Dit was een rotsvast geloof van de oude stoïcijnen, die het idee op hun beurt van Heraclitus hadden overgenomen.

De wereld is volgens Panaetius wel veranderlijk, maar kent geen ontwikkeling van een beginpunt naar een eindpunt. Hij twijfelde zelfs aan de stoïcijnse doctrine dat alles met alles samenhangt.

Wat Panaetius echter tot een typische stoïcijn maakt, is de manier waarop hij de deugden beschrijft. Hij deed onderzoek naar de eventuele mogelijkheid van het bestaan van moreel juiste daden die zeer onpraktisch zijn, en van moreel onjuiste daden die juist zeer praktisch zijn.

Geheel in de lijn van de stoa meent Panaetius dat dit soort zaken in feite niet kunnen bestaan. Moreel gedrag is gedrag dat met de wereld in overeenstemming is en daardoor uiteindelijk het meest praktisch zal blijken. En omgekeerd is volgens hem het meest praktische gedrag uiteindelijk ook het meest moreel. Moreel gedrag en praktisch gedrag zullen uiteindelijk op hetzelfde neerkomen. Een bewijsvoering formuleren voor deze gedachtegang zou dan toch niet al te moeilijk moeten zijn.

Panaetius zag het als zijn taak die redenering uit te vogelen en voor de mensheid onder woorden te brengen. Het is natuurlijk buitengewoon jammer dat al zijn geschriften verloren zijn gegaan. Daardoor zullen we nooit weten of zijn ideeën hierover ook voor ons, moderne mensen, geloofwaardig waren.

[Morgen meer. Deze serie bevat een aantal hoofdstukken van het boek: De wereld vóór God, waarin de filosofische stromingen van de oudheid, van China tot Rome, voor de leek zeer laagdrempelig maar toch vrij uitgebreid wordt uitgelegd. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit blog:
Cicero 3: eclectische staatsfilosofie

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school Read more

Filosofie in Rome 5: De midden-stoa (2)

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school Read more

De voorsocratici (12): Slotwoord

[In deze serie behandelen we de belangrijkste voorsocratische filosofen. Deze eerste Griekse filosofen worden ook wel 'de natuurfilosofen' genoemd, en Read more

De voorsocratici (11): Parmenides, Heraclitus en Boeddha

[In deze serie behandelen we de belangrijkste voorsocratische filosofen. Deze eerste Griekse filosofen worden ook wel 'de natuurfilosofen' genoemd, en Read more