Fausta

Fausta
18 juli 2021

Over Trier heb ik al eens eerder geschreven: oppidum van de stam der Treveri, legioenkamp uit de tijd van Caesar, een Romeins fort op de Petriberg, brug over de Moezel, voornaamste nederzetting van een belangrijke Romeinse gemeente, residentie van de Gallische keizer Victorinus en van de Romeinse heerser Constantijn de Grote, ballingsoord van Athanasios van Alexandrië, woonplaats van de jonge Ambrosius, hoofdstad van Arbogast de Jongere, middeleeuwse bisschopsstad. De stad ook van Karl Marx, waar de plaatselijke krant al sinds jaar en dag de Trierische Volksfreund heet (zie ook onder Marat, Jean-Paul) en het lokale bier reclame maakt met “Das Bier von Trier”.

Twee oudheidkundige musea: het grote en wat onoverzichtelijke Rheinisches Landesmuseum, waar vondsten uit de wijde omgeving zijn te zien, en het Museum am Dom, dat voorwerpen toont die zijn opgegraven rond de grote kerk. Die gaan terug tot de Oudheid, toen in dit deel van de stad enkele prachtige huizen stonden, die ten tijde van Constantijn werden geïntegreerd in het keizerlijk paleis. (U kunt de basiliek die daar deel van uitmaakte, kennen, want het is een van de bekendste monumenten van Trier.)

Tot de fraaiste voorwerpen in het Museum am Dom behoort een fresco uit de eerste jaren van de vierde eeuw, dat ooit het plafond versierde van een vertrek in het paleis. Het plafond is recht naar beneden gevallen en lag met de beschilderde zijde in het zand, zodat het én perfect is bewaard én bestaat uit zo’n 30.000 fragmenten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het een jaar of tien heeft geduurd om deze puzzel te voltooien. De grootste verrassing was de centrale scène: een jonge vrouw, te identificeren met keizerin Fausta, de vrouw van Constantijn de Grote. Zie boven.

Het is moeilijk om de afzonderlijke scènes te identificeren. Afgezien van een paar eroten herkennen we Amor en Psyche, bekend uit het sprookje dat de Numidisch-Romeinse auteur Apuleius van Madauros opnam in zijn Metamorfosen van Lucius (de “Gouden ezel”) en personificaties van Pracht, Scholing en Elegantie, de drie kwaliteiten die volgens Constantijns propaganda typerend waren voor zijn gelukkige tijdsgewricht, de felicitas temporum. Ook zijn drie filosofen afgebeeld, waarvan er één te identificeren is als de opgemelde Apuleius. (Ik weet overigens niet waarop die identificatie is gebaseerd.)

Apuleius

Eroten, filosofen, personificaties van diverse kwaliteiten, de keizerin: de voorstellingen zijn doodnormaal. Wat wel opvallend is: de opdrachtgevers waren zeker geen christenen. Dat suggereert een datering aan het begin van Constantijns regeerperiode. Als we zeggen 307-310 zullen we er niet ver naast zitten.

Deel dit blog:
Ausonius in Trier

Een jaar of vier geleden mocht ik op deze blog een gedichtje van Leo van Zanen publiceren over de Togatus Read more

De identiteiten van Hariulf

[caption id="attachment_48" align="alignnone" width="600"] Grafschrift van de Bourgondische officier in Romeinse dienst Hariulf (Landesmuseum, Trier)[/caption] De Romeinse bronnen noemen eindeloos Read more

Domitianus en de Fiscus Judaicus

Op zondag blog ik meestal over het Nieuwe Testament en ik was blijven steken bij de Bergrede. Ineens realiseerde ik Read more

Romeinse wegen

Een boek waaraan je zelf hebt meegewerkt, dat kun je natuurlijk niet recenseren. Als je iets positiefs zegt, sta je Read more


Categoriën: Romeinse Keizerrijk