Factcheck: Het Afghanistan van Louise Fresco

Portret van Boeddha uit Gandara (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
24 augustus 2021

Het is ogenschijnlijk triviaal, maar toch: de column van Louise Fresco in het Handelsblad van gisteren, daarover heb ik wat te zeggen. Voor het goede begrip, ze heeft vermoedelijk groot gelijk als ze zegt dat de westerse mogendheden Afghanistan met rust moeten laten en dat ze, als ze steun willen geven, samenwerking moeten aanbieden op het gebied van medische zorg, landbouw en voedsel, en mogelijk onderwijs. Daarover blog ik dus niet.

Wat me stoorde was een voor haar betoog welbeschouwd irrelevant terzijde.

In de loop van de geschiedenis hebben buurrijken zoals van de Assyriërs, Grieken, Scythen, Perzen en Mongolen delen van Afghanistan ingelijfd. Het resultaat is een mozaïek van culturen.

Au.

Assyrië

De Assyriërs zijn nooit zelfs maar in de buurt van het huidige Afghanistan geweest. Dat ze ooit heel Azië hebben beheerst, is een verzinsel van de Griekse auteur Ktesias van Knidos, die we kennen uit citaten en parafrases van vooral Diodoros van Sicilië. Het is allemaal legendevorming, samenhangend met het verhaal van koningin Semiramis. Meer over die materie vindt u in het boek van de Nederlandse oudheidkundige Jan Stronk, Semiramis’ Legacy (2017), waarover ik al eens blogde.

Maar u hoeft er de vakliteratuur niet voor in te duiken. De tienduizenden bezoekers van de recente Nineveh-expositie in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden hebben Fresco’s vergissing al herkend.

Grieken Macedoniërs

Dan de Grieken. Fresco zal hebben gedacht aan Alexander de Grote, wiens veldtocht ruimte bood aan de verspreiding van de Griekse cultuur. Probleem: hij was geen Griek maar Macedoniër, en dat onderscheid is niet irrelevant. In zijn leger waren voortdurend spanningen tussen de twee etnische groepen. Nog in de tweede eeuw ná Christus was een Appianus er trots op Macedoniër te zijn en geen Griek.

Ondertussen was van een Macedonische inlijving van delen van Afghanistan geen sprake. Het staat zo wel op historische landkaarten, die in feite staan in een traditie uit de negentiende eeuw. Dat wil zeggen dat men aanneemt dat één volk één land heeft met afgebakende grenzen, zodat op een landkaart elk land dezelfde gelijkmatige kleur heeft. Maar dat is een veel te moderne visie op de uitoefening van heerschappij. Zoals Rachel Mairs documenteert in The Hellenistic Far East (filmpje; bespreking) waren zowel de Achaimenidisch-Perzische overheersing als de Macedonische heerschappij indirect.

“Griekse” nederzettingen als Ai Khanum, Kandahar en Bagram worden inmiddels ook heel anders geïnterpreteerd dan vroeger. Het waren geïsoleerde stadstaten in Baktrië, Arachosië en Gandara, waar de bestuurstaal en de bestuurscultuur op het westen waren geënt, maar waar alles verder gewoon zijn Afghaanse gang ging.

Skythen Saken

En dan de Skythen. Op de Centraal-Euraziatische steppe was het een voortdurend clusteren en ontclusteren van tijdelijke etnische groepen en federaties. Eén van die groepen noemen we, met een Griekse naam, de Skythen. Die plaatsen we in de Oekraïne, recht ten noorden van de Krim. Dat gebied is overigens vernoemd naar een eerdere federatie, de Kimmeriërs.

De steppenomaden van Turkmenistan en Oezbekistan worden in onze bronnen de Saken genoemd. We kennen de Sakâ haumavargâ (haoma-drinkende Saken), de Sakâ tigrakhaudâ (puntmuts-Saken), de Mâh-Sakâ of Massageten (maan-Saken), de Apâ Sakâ of Pausiken (water-Saken) en nog zo wat Indo-Iraans-sprekende groepen. Die zijn inderdaad Afghanistan weleens binnengevallen en daarna Pakistan, waar ze werden geassimileerd door de bevolking van de Indusvallei. (Het is dezelfde migratie als die van de Parthen en de Yuezhi-nomaden.) Eén Afghaanse herinnering aan de Sakische doortocht is dat het zuidwesten Sakastane heeft geheten en nu Sistan.

Andere veroveraars

Afghanistan, schrijft Fresco, “is een mozaïek van culturen”. Maar dat komt niet doordat Assyriërs, Perzen, Macedoniërs en Saken gebieden inlijfden. De eersten zijn er niet geweest, de laatsten zijn er doorheen getrokken, terwijl de tweede en derde de betreffende satrapieën indirect bestuurden. Over de verwoestingen die de Mongolen aanrichtten, wil ik alleen zeggen dat het geen toeval is dat de Indo-Iraanse bevolking van Centraal-Eurazië alleen in Tajikistan heeft overleefd en in delen van Afghanistan. Literatuur: Het onbeloofde land van Bruno De Cordier.

Het is opvallend dat Fresco het volk niet noemt dat het meest in staat is geweest zijn stempel te drukken op de Afghaanse geschiedenis. Ik bedoel de Arabieren. Net als de Achaimenidische Perzen en de Macedoniërs oefenden zij hun invloed indirect uit. Het resultaat was de volkomen islamisering van een gebied dat tot dan toe zoroastrisch, boeddhistisch, joods en oostelijk-christelijk was geweest. Men leze The Great Arab Conquests van Hugh Kennedy.

Mijn punt is niet dat de strekking van Fresco’s column onjuist zou zijn. Maar een columnist wil overtuigen en dan helpt het niet als iedere bezoeker van de Nineveh-expositie, elke lezer van een boek over Alexander de Grote en iedereen met belangstelling voor de opkomst van de islam meteen herkent dat de argumentatie onvoldoende op orde is. En vooral (en dit is niet triviaal): geschiedenis is een wetenschap. Van de voorzitter is van de Raad van Bestuur van een universiteit verwacht je dat die zich daarover niet lichtzinnig uitlaat.

Deel dit blog:
De Zeevolken: meer problemen

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent Read more

Eigenlijk zou de DNA-revolutie “hermeneutische revolutie” moeten heten

Ik heb het regelmatig over de DNA-revolutie. Dat zou momenteel het belangrijkste thema in de oudheidkunde moeten zijn. Simpel gezegd: Read more

Historische excuses

Wat of ik als historicus en als Amsterdammer nou vond van de historische excuses die burgemeester Halsema onlangs maakte voor Read more

Roofkunst

Ruurd Halbertsma is conservator in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik vermoed – en hieruit mag u afleiden dat Read more