Er is teveel aandacht voor aardewerk

Scherven uit Enkomi
12 november 2020

Er ligt een lezersvraag:

Waarom hebben archeologen het zo vaak over aardewerk? Is dat niet wat al teveel?

Ja. Er is teveel aandacht voor keramiek. En ook nee, maar eerst waarom er zo veel aandacht is voor aardewerk.

Ja, er is teveel aardewerk

De reden is dat aardewerk niet stuk gaat. Het kan weliswaar breken en is daarmee meestal gebruiksonklaar, maar het is dan nog niet vernietigd. Aardewerk kan eindeloos onder water liggen zonder dat het kapot gaat – zie de amforen in scheepswrakken – en het overleeft brand. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld ijzer, dat smelt als het te heet is en in een vochtig milieu compleet weg kan roesten. Of denk aan hout, dat kan verbranden. De jargonterm hier is “N-transformatie”: veranderingen in het natuurlijk milieu die ervoor zorgen dat de vondsten die we doen geen één-op-één weergave zijn van de antieke materiële cultuur. Aardewerk is daar redelijk immuun voor.

Daarnaast hebben we C-transformaties: culturele handelingen die ervoor zorgen dat een deel van de antieke materiële cultuur beter is overgeleverd dan andere delen. Niemand zal, als een stad in brand staat, zijn leven wagen om een paar kruiken terug te vinden. Als het echter gaat om goud of zilver, zijn er waaghalzen genoeg. (Dat hoeft trouwens niet eens een plunderaar te zijn geweest in de Oudheid: vandalisme is van alle tijden.) Opnieuw is aardewerk, goedkoop als het is, redelijk immuun en heeft het een grote kans de eeuwen tussen toen en nu te overleven.

En dus ligt er in de musea veel aardewerk. Het is beter dan andere vondstcategorieën bestand tegen de werking der elementen en het is, zeker in gebroken vorm, waardeloos genoeg om niet door mensen te worden weggehaald. Het is dus niet zo dat aardewerk oververtegenwoordigd is ; het is meer dat andere categorieën materiaal zijn ondervertegenwoordigd. Het zou verhelderend zijn een expositie in te richten waarbij de omvang van de vitrines aangeeft hoeveel er ooit is geweest – daarvan zijn schattingen te maken – en ze verder leeg te laten om te tonen wat door natuurlijke en culturele processen verloren is gegaan. Dat te tonen, dat lijkt me gaaf voor een museum.

[Wordt vervolgd]

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Skythen in een gebied zonder landkaarten

Een dezer dagen neemt Jean Bourgeois afscheid van de Gentse universiteit. Hij is in Nederland niet zo bekend, maar hij Read more

Het Ur der Chaldeeën

Van alle steden uit het oude Nabije Oosten zal “het Ur der Chaldeeën” na Babylon wel het bekendste zijn. Volgens Read more

Hunebed van de dag: D6 (Tynaarlo)

Het op vijf na noordelijkste hunebed in Nederland, hunebed D6, was het eerste dat ik zag. Althans als volwassene. Ik Read more

De Warka-vaas

Ik blogde al over de grote stad Uruk, tegenwoordig Warka, waar de overgang van Neolithicum naar geschiedenis is gedocumenteerd in Read more