Een vroege hunebedvorser

Picardt, Vergeten Antiquiten
21 april 2021

Laat ik eerlijk zijn: ik verwacht niet serieus dat u de recente herdruk van Johan Picardt‘s Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten, het achtste boek dat ik behandel in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”, werkelijk zult gaan lezen. Wie geïnteresseerd is in het prehistorische verleden van Drenthe, kan daarover beter iets recents lezen dan het in 2008 herdrukte zeventiende-eeuwse boek. Neem, als de Prehistorie van Drenthe uw belangstelling heeft, liever Een paleis voor de doden van Herman Clerinx of de Gids voor de hunebedden in Drenthe en Groningen van Wijnand van der Sanden. Eerstgenoemde behoeft in deze blog geen introductie, laatstgenoemde was tot voor kort conservator van het Drents Museum in Assen en hielp ook bij de heruitgave van de Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten.

Picardts verleden

Het boek van Johan Picardt is eerder in zichzelf interessant dan dat het nog relevant is. De auteur was dominee in Coevorden – ik ben weleens omgefietst om zijn kerk te bekijken – en heeft het een en ander gedaan om de regio te moderniseren. Er is nog steeds een naar hem vernoemd kanaal, net over de Duitse grens. In zijn boek over de Drentse oudheden geeft hij er blijk van te begrijpen dat er delen van de Oudheid zijn geweest die én kenbaar waren én niet stonden beschreven in de antieke bronnen.

Dat is een intellectuele sprong van betekenis. In aanzet is nog een tweede sprong aanwezig: Picardt probeerde uitspraken te doen over de oude samenleving. Archeologie heette destijds alleen in Latijnse teksten archeologie (hoewel het een Grieks woord is), maar het vak was bij Picardt al meer dan een “plaatje bij een praatje”.

Op de schouders van reuzen

Picardts reconstructies, tja. Hij zal niet hebben gedacht dat de Papeloze Kerk, waar je langs komt fietsen op weg naar Coevorden, werkelijk een kerk zonder priesters was, maar reuzen maakten wel deel uit van wat Picardt beschouwde als het verleden. Zijn Bijbel noemde Enakskinderen en niet ver van de Papeloze Kerk hadden ooit Ellert en Brammert gewoond, waarover Picardt als eerste schrijft. Hunen behoorden bij zijn wereld.

Vanuit ons standpunt bezien staat er dus een hoop flauwekul in de Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten. Toch is het boek interessant omdat Johan Picardt, die leefde in een tijd waarin stenen pijlpunten nog golden als elvenwapens, een van degenen is geweest die ons heeft geholpen die ideeënwereld te ontgroeien. Hij is een van de reuzen op wier schouders wij staan – en ik hoop dat men ooit, in het jaar 2382 of daaromtrent, ook ons zal willen nageven dat er tussen al onze dwaasheden aanzetten waren tot iets beters, iets verlichters, iets humaners.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Deel dit blog:
Asterix & Co

Er zijn twee soorten stripverhalen over de oude wereld, namelijk stripverhalen over de oude wereld die gaan over de oude Read more

Pytheas

Ik wou een blogje schrijven maar het werd niet goed. Een filmpje dus maar: het geestige boek van Barry Cunliffe Read more

Perzen, Grieken en pseudohistorici (2)

Er is veel te zeggen voor de stelling dat Herodotos van Halikarnassos geen historicus is in onze zin van het Read more

Het einde van de Bronstijd

De Late Bronstijd! Ik had retorisch willen vragen welk oudheidkundig thema toch fascinerender kon zijn, maar dan gaat u natuurlijk Read more