Een stamboom voor Vergilius

Vergilius (Bardo-museum, Tunis)
14 april 2021

Wanneer een oudheidkundige een tekst van Vergilius wil raadplegen, kan hij of zij naar zijn of haar boekenkast of naar een bibliotheek gaan en een editie tevoorschijn halen. Het is echter niet zo eenvoudig als het op het eerste gezicht lijkt: er bestaat namelijk helemaal geen eenduidige uitgave van Vergilius’ werk. Afgezien van het feit dat Vergilius vermoedelijk nog niet klaar was met de Aeneis toen hij stierf: Er is er geen originele tekst uit zijn tijd bewaard gebleven. En dit geldt voor de gehele oudheid en nog lang daarna: er zijn geen originele teksten uit de tijd van de auteur, en zeker geen auteursexemplaren.

Overschrijffouten

Alle teksten uit de oudheid zijn alleen bewaard gebleven omdat zij steeds opnieuw werden overgeschreven, vooral in kloosterbibliotheken. En daar beginnen de problemen: als je overschrijft, ontstaan er fouten. Stel dat een kopiist één fout per bladzijde maakt, maar 10% van de fouten van zijn voorgangers corrigeert. In een tekst van 100 bladzijden heeft het eerste exemplaar 100 fouten, het tweede 190, en het derde al 271.

Renaissancedrukken

Toen de humanisten begonnen met het publiceren van oude teksten in druk, namen zij gewoonlijk een betrekkelijk recent handschrift en lieten het met enkele correcties drukken. Deze correcties waren vaak hun eigen vermoedens of lezingen uit een ander handschrift die beter leken. De humanist Angelo Poliziano en anderen raadpleegden echter de oudste handschriften, met het idee dat alle latere waren afgeleid van het oudste manuscript. Pas later ontstond het idee dat alle manuscripten zouden kunnen afstammen van een verloren gegaan exemplaar, het zogeheten ‘archetype’.

Archetype

Een moderne uitgever probeert de oorspronkelijke tekst zo dicht mogelijk te benaderen door de fouten te elimineren. Dit klinkt makkelijker dan het is. Eigenlijk is het niet mogelijk om de originele tekst uit de oudheid exact te reconstrueren. Het doel is dus het archetype te reconstrueren, het exemplaar waarvan alle overgebleven exemplaren zijn afgeleid. De oorspronkelijke tekst en het archetype kunnen heel dicht bij elkaar liggen in de tijd, maar er kan ook 1000 jaar tussen zitten. Het archetype kan er nog zijn, maar vaak is het verloren geraakt.

Stamboom

Om te weten hoe de overgeleverde handschriften met elkaar verbonden zijn, is het praktisch om een stemma op te stellen, d.w.z. een stamboom van alle handschriften. Op deze manier kan men alle handschriften uitsluiten die slechts kopieën zijn van oudere manuscripten, maar met meer fouten.

Hier is een fictief stemma: we hebben zeven handschriften (A-D, O, Y en Z). Handschrift Y en Z zijn afgeleid van A en kunnen dus worden uitgesloten. Dan blijven A, B, C, D en O over. De manuscripten A en B, alsmede C en D, vertonen dezelfde soort fouten, zodat zij tot een familie kunnen worden samengevoegd: α en β. Overgeleverde manuscripten zijn doorgaans geschreven met Romeinse hoofdletters, gereconstrueerde families met Griekse letters. Manuscript O kan veel jonger zijn dan Y of Z. Als een manuscript jonger is, is het dus niet noodzakelijk minder interessant. Een gevaar zijn fouten die verschillende keren onafhankelijk van elkaar kunnen zijn ontstaan, vooral typische schrijffouten. Dan lijken handschriften verwant die het niet zijn.

Het is belangrijk te benadrukken dat een stemma niet de werkelijke overleveringsgeschiedenis weergeeft. De meeste manuscripten zijn verloren gegaan. Het is meer een klein takje van een boom waar vele zijtakken aan ontbreken.

Comtaminatie

Een groot probleem met een stemma is contaminatie. De manuscripten zijn niet netjes van elkaar gescheiden gebleven. Een kopiist van manuscript Z kan ook manuscript O hebben gezien en enkele correcties in zijn kopie hebben aangebracht. Er is dan een kruisverband tussen Z en O.

Kritische apparaat

Een uitgever noteert de verschillende lezingen die hij of zij heeft gevonden, in het zogenaamde kritische apparaat onderaan de bladzijde van de eigenlijke tekst. Zo kan een lezer zijn keuzes begrijpen en eventueel besluiten dat de tekst anders moet worden gereconstrueerd. De uitgever geeft echter meestal niet alle lezingen uit alle handschriften weer, vooral niet wanneer het om tientallen of honderden handschriften gaat. In dergelijke gevallen is het meestal voldoende te verwijzen naar de lezingen van de andere families.

Kritiek

De romanist Joseph Bédier had veel kritiek op deze methode. Het was hem onder meer opgevallen dat stemmata vaak dichotomisch zijn, d.w.z. dat de takken zich steeds weer in maar twee takken splitsen. Dit lijkt wel al te toevallig te zijn. Voor hem leken de stemmata dus een arbitraire keuze van de uitgever. Hij gaf de voorkeur aan een editie op basis van één goed handschrift. Het probleem van een stamboom is waarschijnlijk bijzonder groot voor romanisten, omdat er vaak enorm veel manuscripten van een werk bestaan, die ook nog eens veel contaminaties hebben, zodat ze zeer moeilijk in een stamboom te plaatsen zijn. Maar je hebt nog steeds een soort stamboom nodig om het beste manuscript te vinden.

Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de heiligenlevens, die vanaf de oudheid en gedurende de gehele middeleeuwen zeer populair waren. Deze werden steeds opnieuw gekopieerd, maar ook weer ingekort en uitgebreid, vaak door verschillende manuscripten met elkaar te vergelijken. In dergelijke gevallen wordt een stemma vrijwel onmogelijk. In het geval van veel teksten uit de klassieke oudheid is deze methode echter succesvol gebleken.

Deel dit blog:
Interpolationenforschung

Een van de fundamenteelste vormen van oudheidkundig onderzoek is de tekstconstitutie: het zo goed mogelijk benaderen van de oorspronkelijke tekst Read more

De vier families van de Koran

Ik heb al vaker geblogd over de Lachmannmethode: de methode waarmee de vervaardigers van een tekstuitgave door middel van schrijffouten of Read more

Conjecturen en kritische apparaten

De Lachmannmethode is de methode waarmee filologen vaststellen hoe antieke teksten, die we vooral kennen uit middeleeuwse handschriften, er precies Read more

De Lachmannmethode: Herodotos

Hoe weten wetenschappers nou wat ze weten? Wat maakt oudheidkunde tot een wetenschap? Ik denk dat het belangrijk is dat we Read more