Een molensteen en wat dat betekent

Molensteen uit Ezinge (Museum Wierdenland, Ezinge)
12 november 2020

De Tweede Hoofdwet van de Archeologie luidt “wat een archeoloog ook vindt, hij zal het belang altijd groter voorstellen dan het is, zelfs als hij rekening houdt met de Tweede Hoofdwet van de Archeologie”. Een treffend voorbeeld is de Amerikaanse archeoloog Lewis Binford, die in de jaren zestig een New Archaeology propageerde.

Overdrijving één: zo nieuw was de Nieuwe Archeologie nou ook weet niet. Europese archeologen als Grahame Clark waren Binford al voorgegaan op de door hem voorgestelde weg. Overdrijving twee is vandaag waar het om gaat: de claim dat aan de materiële cultuur voldoende informatie viel te onttrekken om n’importe welke vraag te beantwoorden. In zijn intellectuele autobiografie, An archaeological perspective (1972), schreef Binford:

It is highly improbable that the multiple, independent variables which determined the form of any item or distribution of items should be restricted to only one component of a cultural system. This means that data relevant to most, if not all, the components of a past sociocultural system are preserved in the archaeological record.

De latere ontwikkeling van de archeologie heeft deze overspannen claim gelogenstraft, maar toch is het ergens wel begrijpelijk. De foto hierboven toont een molensteen die is opgegraven in de wierde van Ezinge, ten noordwesten van Groningen. Als we alleen dat zouden hebben, konden we al veel zeggen over het “past sociocultural system”.

Om te beginnen: de mensen waren boeren. Ze maalden immers graan. Hieruit volgt onmiddellijk een batterij andere conclusies. Ze leefden in vaste woonplaatsen. Ze bouwden boerderijen. Er moeten graanschuren zijn geweest. Ze walgden van ratten en muizen. Hun leven werd gedomineerd door de seizoenswisseling. Ze hadden een kalender die was gebaseerd op het zonnejaar.

Verder: er was een vorm van handel. De molensteen is namelijk gehouwen uit basalt en de dichtstbijzijnde plaats waar men destijds dat gesteente won was in Hessen. Er moet in Ezinge iets zijn geproduceerd dat verhandelbaar was. Dat kan graan zijn geweest of zuivel, maar ook vis. Het kan zijn gegaan om de doorvoer van barnsteen. Eventueel kan een dienst zijn geleverd: een krijger uit Ezinge streed voor een vorst uit een ander gebied en kreeg als beloning voor bewezen diensten een molensteen. In alle gevallen geldt: Ezinge maakte deel uit van de grotere wereld en dat wil zeggen dat de mensen onderscheid moeten hebben gemaakt tussen een “wij” en een “zij”.

Iets minder zeker is dat er aardewerk was. Dat valt niet af te leiden uit de molensteen, maar de uitvinding van aardewerk volgt in veel samenlevingen snel op het ontstaan van de landbouw. Maar als er aardewerk is, zijn er pottenbakkersovens geweest. Dat zegt weer iets over de temperaturen die men wist te halen – het gaat dus over het technologisch peil dat een samenleving had bereikt. Kon men potten bakken, dan kon men ook brood bakken.

En zo voort. Zó slecht had de New Archaeology het dus niet gezien.

Deel dit blog:
Hunebed van de dag: D6 (Tynaarlo)

Het op vijf na noordelijkste hunebed in Nederland, hunebed D6, was het eerste dat ik zag. Althans als volwassene. Ik Read more

De Warka-vaas

Ik blogde al over de grote stad Uruk, tegenwoordig Warka, waar de overgang van Neolithicum naar geschiedenis is gedocumenteerd in Read more

Hunebed van de dag: D1 (Steenbergen)

Hunebed D1, het op vier na noordelijkste hunebed in Nederland, bleek in gebruik als klimrek voor kinderen. Althans toen wij Read more

De Dame van Simpelveld

De sarcofaag van de Dame van Simpelveld is een van de mooiste vondsten uit de Nederlandse archeologie. Gemaakt in de Read more