Dikke gladiatoren: het onderzoek

Twee gladiatoren in actie (Römisch-Germanisches Landesmuseum, Mainz)
7 juni 2021

In 2008 interviewde Andrew Curry voor Archaeology Magazine de Oostenrijkse paleopatholoog Karl Grossschmidt over diens onderzoek van de botten van gladiatoren van de begraafplaats in Efese. Grossschmidt vertelde: “Gladiatoren hadden onderhuids vet nodig”, want “zo’n vetkussen beschermt je tegen snijwonden en schermt zenuwen en bloedvaten af in een gevecht”. Hij baseerde dit op het voornamelijk vegetarisch dieet van de antieke vechters, dat bestond uit gerst en bonen. Al snel deed het idee de ronde dat gladiatoren dik waren. Hoe zit dit?

In 1993 deed het Oostenrijks Archeologisch Instituut onderzoek op de necropolis langs de processieweg die van Efese leidde naar de tempel van Artemis. Er werden vier grafstenen gevonden die uit de tweede en derde eeuw, waarvan er drie gladiatoren voorstellen en de vierde een vrouwelijke slavin met de naam Serapias. De botten van 68 individuen werden onderzocht, waarbij één individu een vrouw was (hoogstwaarschijnlijk de slavin Serapias). Van één persoon kon het geslacht niet worden vastgesteld, terwijl de andere 66 individuen mannen waren, allemaal gestorven toen ze tussen de twintig en dertig jaar oud waren.

Samen met zijn collega Fabian Kanz onderzocht Grossschmidt de botten niet alleen op sporen van wonden (antemortem, perimortem en postmortem), maar ook op stabiele isotopen (koolstof, stikstof en zwavel) en op sporenelementen (strontium/calcium). Het onderzoek van de wonden bevestigde dat de gladiatoren een goede medische behandeling hadden ondergaan. De botten vertoonden ook wonden, die werden geïdentificeerd als typisch voor bepaalde wapens, b.v. zwaardsneden, stompe verwondingen zeer waarschijnlijk veroorzaakt door schildstoten of stompe trainingswapens, en wonden veroorzaakt door de drietand van de retiarius.

Het isotopenonderzoek bevestigde wat bekend is uit historische bronnen, namelijk dat gladiatoren hoofdzakelijk granen en peulvruchten aten en dat zij een supplement van as kregen om de botten te versterken. In zijn Natuurlijke Historie beschrijft Plinius de Oudere dat gladiatoren een drank dronken gemaakt van kachel-as, die werd geserveerd na gevechten maar misschien ook na trainingen. In ditzelfde werk bespot Plinius de gladiatoren als hordearii, “gersteters”.

De door Grossschmidt  en Kanz onderzochte tanden vertoonden cariës, wat te wijten is aan een pulpachtig dieet rijk aan koolhydraten, maar ook aan “droge monden” als gevolg van fysieke en psychische stress. Over het geheel genomen verkeerden de gladiatoren van Efese echter in een goede voedingstoestand.

[Wordt vervolgd]

Deel dit blog:
Dikke gladiatoren? Besluit

Kortom: de voorbarige aanname van de onderzoekers van de gladiatorenbotten uit Efese belandde in een tentoonstellingscatalogus, die werd gepubliceerd in Read more

Dikke gladiatoren?: Kritiek

Op Ben Millers blog over alles wat te maken heeft met schermen, "Out of this Century", analyseerde gastauteur David Black Read more

Dikke gladiatoren? De eerste conclusies

Wanneer kwam dit idee van de dikke gladiatoren voor het eerst naar voren? De eerste keer dat dit wordt geopperd, Read more

Kikkererwten (2)

Ik had u ook het oude Griekenland beloofd, dus dat komt nu. Want hoe zit het met het woordje erwt? Read more


Categoriën: Romeinse Keizerrijk