De Zuilen van Hercules (in Drenthe)

De Zuilen van Hercules, even bezuiden Groningen.
7 september 2021

Het zal u niet onbekend zijn dat de Griekse halfgod Herakles nogal een macho was, hoewel hij méér was dan alleen een krachtpatser. Het was eigenlijk een karakter dat naar believen viel in te vullen: als tragische figuur, zoals in SofoklesHerakles, of als een soort Jerommeke, zoals in EuripidesAlkestis. Ik moet altijd denken aan Batman, een personage dat in de stripverhalen worstelt op de grens van goed en kwaad, terwijl er ook een campy TV-serie is vol knap geacteerde en bizarre scènes.

Omdat ook andere volken mannetjesputtergoden vereerden, zagen de Grieken hun Herakles overal terug. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt bijvoorbeeld een Egyptische god die hij gelijkstelt aan Herakles. Het is niet helemaal duidelijk of dat Shu, Chonsu of Herisjef is. De laatste kreeg zijn offers in een stad die later Herakleopolis heette en heeft misschien de beste papieren.

Verder waren er vanzelfsprekend de Melqart van de Feniciërs, de Indra van de Indiërs, de Sandan van de Kilikiërs, de Nergal van Hatra, de Thor van de Germanen, de Bataafse Magusanus en de Ogmios van de Galliërs. De Romeinse geschiedschrijver Sallustius kent verhalen over Herakles’ dood in Iberië. De Romeinen zagen Herakles overal. Diens alomtegenwoordigheid zal niemand hebben verbaasd want de held van Twaalf Werken was een reislustig type. Hij leende zich dus ook als wereldwijde stichter van steden. En zelfs als brenger van beschaving.

De Friese Zuilen van Hercules

Kortom, het was dus alleen maar logisch dat de Romeinen een Herakles – ze noemden hem Hercules – tegen zouden komen in de Lage Landen. En inderdaad. Dit is wat de Romeinse geschiedschrijver Tacitus weet (vertaling Vincent Hunink):

De zogeheten Grote en Kleine Friezen … zitten langs de Rijn tot de oceaan. Inclusief enorme meren, door Romeinse vloten bevaren. Wij hebben ons daar zelfs op de oceaan gewaagd, waar volgens wijdverbreide verhalen nog altijd ‘zuilen van Hercules’ staan.

Tacitus, die graag poseert als rationeel denker, voegt toe:

Misschien is Hercules zelf tot daar gekomen, misschien ook is het een afspraak van ons om alle imposante verschijnselen ter wereld te verbinden met zijn heldennaam.

Dat laatste klinkt plausibel, maar wat kunnen de Romeinse soldaten hier hebben vernomen over Hercules? Analoog aan de echte Zuilen van Herakles, wat vermoedelijk slaat op twee rotsen aan weerszijden van de Straat van Gibraltar, kan het gaan om de waterloop waarmee het toenmalige Flevomeer ontwaterde op de grote zee. Dan zou het slaan kunnen op het Oer-IJ, dat bij Castricum in zee uitmondde. Alleen was dat in Tacitus’ dagen aan het verzanden. Als de uitdrukking op de monding van een meer slaat, zou ze ook kunnen slaan op de in de eerste eeuw doorbrekende Vlie. Die is in de loop der eeuwen steeds breder is geworden en scheidt tegenwoordig Noord-Holland van Friesland.

De Drentse Zuilen van Hercules

Als we de laaglandse Zuilen van Hercules willen identificeren en willen weten waar Tacitus het over heeft, zullen we eerst moeten vaststellen waar hij zijn informatie vandaan heeft. En dat is niet helemaal duidelijk. Tacitus kan een tekst hebben gelezen …

  • over de operaties in 12-9 v.Chr. van generaal Drusus (die hij onmiddellijk na de Zuilen van Hercules vermeldt),
  • over de Friese Opstand van 28 n.Chr. (waaraan hij elders veel aandacht besteedt),
  • over (de door Tacitus zeer bewonderde) generaal Corbulo na 47 n.Chr.,
  • of over Domitianus’ bezoek aan de Lage Landen in Tacitus’ eigen tijd.

Pas als we weten over welke tijd Tacitus het heeft, kunnen we kijken naar hoe het veranderende landschap er destijds bij lag. Pas daarna kunnen we een locatie gaan zoeken.

Dat het antieke landschap zonder moderne technieken nog onbekend was, heeft eerdere generaties er vanzelfsprekend niet van weerhouden de Zuilen van Hercules toch maar te gaan zoeken. Ze plaatsten die bijvoorbeeld in het hoge noorden, bij de Friezen. Op de wereldkaart van Ortelius die u hierboven ziet staan de Zuilen afgebeeld in Drenthe, ten zuiden van Groningen, niet ver van hunebed D10 bij Gasteren. In de zestiende eeuw werd het ook wel aangeduid als Duvels Cutz, wat vrijwel zeker een verwijzing is naar het geslachtsdeel van een duivelin, al blijf ik hopen dat het eigenlijk ’s duivels schaapskot is.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Deel dit blog:
Wanneer is een historicus een historicus?

Aanstaande woensdagavond is er een online-presentatie van Vincent Huninks nieuwe vertaling van de Annalen van de Romeinse auteur Tacitus. U Read more

De Opstand der Friezen

Het vierde boek van Tacitus' Annalen bestaat uit problemen voor het Romeinse Rijk in alle windstreken. We lezen over gedonder Read more

Corbulo bij de Friezen

Een van de bekendste verhalen over Romeins Nederland: Tacitus' verslag van de campagne van generaal Corbulo tegen de Friezen. U Read more

De Bergrede (6)

Vandaag even een stukje in mijn reeks over het Nieuwe Testament, meer specifiek over de Bergrede, nog meer specifiek over Read more