De Zeevolken

Het democratische metaal ijzer: klappersteen uit Drenthe (Hunebeddencentrum, Borger)
7 augustus 2021

In de reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wil ik het vandaag eens hebben over de Zeevolken. Maar eerst iets over wat een handboek eigenlijk is: het bevat de basiskennis die een student beheersen moet voordat hij of zij zich kan verdiepen in de eigenlijke discussies. De stof wordt in het handboekcollege een beetje geproblematiseerd, en wordt daarna werkelijk bekeken door middel van literatuurlijsten en vooral werkcolleges. Zo was het althans in mijn tijd; of het nog steeds zo is, weet ik niet. In elk geval: de Zeevolken zijn typisch een thema waarover een student in een handboek leest, dat een docent bij het handboekcollege problematiseert en dat zich leent voor een werkcollege om te tonen hoe complex het is.

De Blois en Van der Spek wijzen op een reeks verschijnselen op de overgang van de Bronstijd naar de IJzertijd. Er was een “concert van mogendheden”: Egypte, Assyrië, Babylonië en de Hethieten. Het laatste rijk viel rond 1200 v.Chr. uiteen en daaruit kwamen de Neo-Hethitische staten voort. Rond het Egeïsche-Zee-gebied kwam een einde aan de Mykeense paleisburchten. Steden als Ugarit werden verwoest en verlaten.

Migranten

“Een ontwrichting van zoveel staten tegelijk wekt verbazing,” schrijven De Blois en Van der Spek, die toevoegen dat als oorzaak vaak wordt gewezen op migrerende volken, zoals de Arameeërs, die zich vestigden in Syrië, en de Chaldeeën die trokken naar de Perzische Golf. En dan zijn er dus de Zeevolken die we kennen uit de Egyptische bronnen. Koning Ramses III (r.1184-1152) zou ze hebben verslagen in de Delta.

“De herkomst van de Zeevolken blijft ongewis”, al weten we van bijvoorbeeld de Peleset, zoals een van die volken heette, wel waar ze belandden. Het zijn namelijk de Filistijnen uit de Bijbel. Een dieperliggende vraag is of de varende migranten, die we kennen uit Egyptische en Ugaritische bronnen, ook verantwoordelijk zijn geweest voor de ondergang van de Mykeense cultuur en het Hethische Rijk. En zo ja: hoe?

Een vervolgvraag is waarom ze op drift raakten. De Blois en Van der Spek noemen droogte. Tevens noemen ze de doorbraak van ijzer als veelgebruikt materiaal. De Bronstijd maakte plaats voor de IJzertijd.

Het handboekcollege

Dit is inderdaad wat een eerstejaars student zou moeten weten. Zou ik het handboekcollege hebben verzorgd, ik zou hebben opgemerkt dat het maar de vraag is of de Arameeërs zich in Syrië vestigden. Het is vermoedelijk aannemelijker dat er altijd Arameessprekenden zijn geweest maar dat hun taal niet werd opgeschreven. Pas later veranderde dat. Dit is analoog aan het Dorisch in Griekenland: een dialect dat kán zijn meegenomen door migranten rond of na 1200 v.Chr., maar evengoed altijd aanwezig kan zijn geweest. (Het is trouwens ook analoog aan het Oud-Nederlands in onze Vroege Middeleeuwen: altijd aanwezig geweest maar nooit opgeschreven.)

Ik zou tijdens een handboekcollege bovendien hebben verteld dat de opkomst van het ijzer betekende dat er een alternatief was voor brons. De grote handelsnetwerken die de diverse metaalwinnings-regio’s verbonden, waren minder vitaal voor de antieke samenleving dan in de voorafgaande eeuwen. IJzer is immers een heel democratisch metaal, dat zich overal laat winnen, terwijl brons een alliage is van koper (gewonnen in de Sinaï, op Cyprus en diverse andere plekken) en het vrij zeldzame tin (Oezbekistan, Bohemen of de Atlantische kust).

Twee diepere kwesties

Eén van de wezenlijke kwesties is: bezweek het Bronstijdsysteem doordat de handelsroutes er niet langer waren, zodat de Mediterrane handelselites wegvielen en de economie van de vier grote mogendheden in een crisis raakte, of was het andersom en verdwenen de handelsroutes doordat er in die vier koninkrijken een crisis was? Was het, met andere woorden, een kwestie van wegvallend aanbod of van wegvallende vraag?

De tweede diepere kwestie is of er eigenlijk wel migranten zijn geweest. We zagen het al bij de Arameessprekende volken in Syrië. Het is niet ondenkbaar dat de Zeevolkencrisis een negentiende-eeuws construct is, toen men nogal eens keek naar culturele instortingen keek zoals men keek naar de desintegratie van het West-Romeinse Rijk. Die zou dan – zo dacht men ten onrechte – zijn veroorzaakt door gewelddadige migranten. Ergens op de achtergrond zal hebben gespeeld dat migrerende volken ook mooi pasten bij de Hebreeën die naar Kanaän trokken. De data over de Late Bronstijd waren in de negentiende eeuw ambigu genoeg om deze interpretatie mogelijk te maken, maar is dat nog altijd zo?

Dit zouden de twee vragen kunnen zijn voor een goed werkcollege. Hiermee structureer je de problematiek voor de studenten, die kunnen ontdekken dat en waarom ze onbeantwoordbaar zijn.

[Wordt vervolgd. Lees verder het leuke boek van Eric Cline, 1177 BC. The Year Civilization Collapsed (2014) ik schreef er al eerder over.]

Deel dit blog:
De Zeevolken: meer problemen

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent Read more

De Zeevolken: de problemen

In de stukken die ik tot nu toe wijdde aan de Zeevolken vatte ik samen hoe De Blois en Van Read more

De Zeevolken: het bewijsmateriaal

In het eerste stukje over de Zeevolken – dat ook “het einde van de Bronstijd” had kunnen heten, vatte ik Read more

De Zeevolken: het klimaat

In het vorige stuk over de Zeevolken vatte ik samen wat De Blois en Van der Spek erover schreven in Read more