De Zeevolken: meer problemen

Ramses III maakt korte metten met wat Zeevolken, herkenbaar aan hun hoofddeksels.
12 augustus 2021

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent verhaal mogelijk maakt: een klimaatcrisis rond 1200 v.Chr. bracht een migratiegolf op gang van het Egeïsche-Zee-gebied richting Egypte en de Levant. Ik was begonnen uit te leggen dat het bewijsmateriaal echter zo eenduidig niet is. Het is lastig te dateren.

Het aardewerkprobleem

Een andere manier om migratie vast te stellen is kijken naar de verspreiding van deze of gene archeologische cultuur. Als we de voorwerpen die vóór 1200 v.Chr. gangbaar waren op Sardinië na een tijdje ook aantreffen in het Midden-Oosten, en als het daarbij niet alleen gaat om handelsaardewerk maar ook om keukenaardewerk, dan hebben we een aanwijzing voor migratie. Maar aardewerk is in deze periode niet alleen moeilijk te dateren, het is ook lastig te kwalificeren.

Er is heel veel gemaakt van het aardewerk van de Peleset ofwel Filistijnen, dat zou lijken op het Mykeense. Dat zou een bewijs zijn en past ook leuk bij het gegeven dat de Filistijnen volgens de Bijbel onbesneden waren en van Kreta afkomstig. Ook hun strijdwijze doet Grieks aan: het duel van David en Goliat lijkt wel wat op de tweegevechten in de Ilias. (Ik denk dat ik me herinner dat het in de oude opstelling van het Ashmolean Museum als vaststaand feit gepresenteerd was, maar het kan zijn geweest in het British Museum.) Zoals ik het heb begrepen, is die aardewerkovereenkomst echter heel omstreden.

Nogmaals de namen

Dan zijn er de in de Egyptische teksten genoemde namen van de verschillende Zeevolken. Die lijken Grieks maar zijn het niet per se. De Egyptenaren noteerden namelijk alleen medeklinkers. De letters /e/ die u ziet, zijn slechts aanduidingen voor de plaats van een onbekende klinker. Bovendien zijn de R en de L uitwisselbaar. Wat is gereconstrueerd als Shekelesh, Sherden, Teresh en Tjeker kan evengoed Šokrša, Šoldn, Twlša en Tjakol zijn en dan liggen identificaties met de bewoners van Sicilië en Sardinië, de Etrusken en de Teukroi ineens een stuk minder voor de hand.

Etymologie helpt ons niet verder. Het woord Peleset kan zijn afgeleid van Pylos maar ook van een Mykeens Grieks woord plôwistoi, “zeevaarders”. Beide woordafleidingen – en ik beken: de laatste is verdraaid elegant – duiden op Griekse migranten. Evengoed duiken de namen Palistin en Walistin op in teksten uit Aleppo, wat suggereert dat de groep al eeuwen aanwezig is geweest in de Levant.

Daarvoor pleit bovendien dat de Peleset en Tjeker nergens in verband worden gebracht met de zee. Dat hoeft niets te betekenen, want de Lukka = Lykiërs waren zeker zeevarend zonder dat er melding is van schepen. Toch maakt het duidelijk dat we er rekening mee moeten houden dat deze volken altijd hebben gewoond in het Nabije Oosten.

Incompleet bewijs

Ik heb allerlei zaken onbehandeld gelaten, zoals de vraag wanneer een verwoestingslaag duidt op geweld. Het kan immers ook een aardschok zijn of een andere natuurramp. Ook negeerde ik de iconografie van de Zeevolken: soms met helmen die ook Mykeense krijgers droegen (maar wat zegt dat?), soms op schepen en soms op wagens. Ik schrijf deze stukken dan ook niet om uit te leggen hoe het precies zit. We weten alleen zeker dat er een klimaatcrisis is geweest, dat de Bronstijdnetwerken ten einde kwamen, dat ijzer het metaal was van de toekomst en dat de samenleving drastisch verarmde. Wat ik heb willen tonen is dat het feit dat we uit het bewijsmateriaal een consistent verhaal kunnen vormen, alleen maar betekent dat het bewijsmateriaal te schaars en te ambigu is.

Tot slot

En dat is verdraaid jammer. We hebben immers te maken met een klimaatomslag die de veerkracht van de menselijke samenleving te boven ging. Ik weet dat het verleidelijk is parallellen met het heden te trekken. Los van het feit dat we over die crisis in de twaalfde eeuw veel te weinig weten, mag je mag een voorindustriële samenleving niet zomaar vergelijken met een industriële of postindustriële maatschappij.

Dus laten we ons onthouden van gratuite pogingen aan de oudheidkunde een relevantie toe te kennen die ze niet bezit en niet bezitten kan. We weten te weinig, de toenmalige samenleving was te anders. De oudheidkundige puzzel is interessant en vormt haar eigen beloning.

Deel dit blog:
De Zeevolken: de problemen

In de stukken die ik tot nu toe wijdde aan de Zeevolken vatte ik samen hoe De Blois en Van Read more

De Zeevolken: het bewijsmateriaal

In het eerste stukje over de Zeevolken – dat ook “het einde van de Bronstijd” had kunnen heten, vatte ik Read more

De Zeevolken: het klimaat

In het vorige stuk over de Zeevolken vatte ik samen wat De Blois en Van der Spek erover schreven in Read more

De Zeevolken

In de reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wil ik Read more