De Zeevolken: het bewijsmateriaal

Ramses III in actie (Medinet Habu)
10 augustus 2021

In het eerste stukje over de Zeevolken – dat ook “het einde van de Bronstijd” had kunnen heten, vatte ik het handboek samen van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld. Ik legde uit waarom de auteurs terughoudend zijn: ons beeld is onvoldoende scherp en er zijn allerlei complicaties. Die zijn in twee groepen in te delen: enerzijds de oorzaak van de crisis en anderzijds de vraag of de beschikbare data niet wat al te makkelijk zijn geplaatst in een negentiende-eeuws sjabloon over de ondergang van de beschaving. Veel gegevens waren destijds ambigu en lieten zich passen in elk narratief; een deel van de gegevens is nog altijd voor meerderlei uitleg vatbaar.

Wat betreft de oorzaak: we hebben inmiddels zoveel gegevens dat wél duidelijk is dat rond 1200 v.Chr. in het oostelijk bekken van de Middellandse Zee een periode aanbrak van droogte. Ik blogde er al over. Dat leidde tot een crisis en het wegvallen van de vraag naar tin, zodat de handelsnetwerken ook verdwenen, waarna men overschakelde van brons naar het overal vindbare ijzer. Alvorens te bezien of een consistent verhaal mogelijk is, moeten we het bewijsmateriaal eens bekijken.

Teksten

In de eerste plaats: uit Egypte zijn teksten uit de tijd van koning Ramses III die melding maken van “volken van overzee” die zich aan Egypte wilden vergrijpen maar door de koning terug werden geslagen. Deze teksten en de bijbehorende reliëfs zijn te vinden in de tempel in Medinet Habu. De Zeevolken in kwestie zijn de Peleset en de Tjeker (in jaar 5), waar drie jaar later de Shekelesh, Denyen en Weshesh bij komen. Ze waren afkomstig uit Syrië en bij de krijgsgevangenen waren ook mensen uit die contreien. In jaar twaalf waren er gevechten met dezelfde vijf groepen. Verder is er de Harris Papyrus, die Ramses’ eigen campagne naar een eiland vermeldt, waar hij de Denyen versloeg.

Uit Ugarit zijn kleitabletten met vermeldingen van de “Shekelesh die op schepen leven” en van een wanhopige eindstrijd. De havenstad is uiteindelijk verbrand.

De teksten uit Egypte en Ugarit lijken betrekking te hebben op dezelfde golf van zee-aanvallen, maar we zitten met een dateringsprobleem. Eric Cline dateert de eerste zeeslag van Ramses III in 1177/1176 maar het kan ook tien jaar eerder zijn gebeurd. En het is niet zo eenvoudig om Ugarit en Egypte op elkaar af te stemmen.

Naamkunde

Een ander probleem is de herkomst van deze Zeevolken. De namen zijn vrijwel allemaal te herleiden tot Mykeens-Griekse namen, maar we weten niet of dit niet al te fantasierijk is. Eigenlijk is alleen de identificatie van de Lukka met de Lykiërs uit zuidwest-Turkije onomstreden. De Peleset ofwel Filistijnen kwamen misschien wel en misschien niet uit Pylos (later meer). Wellicht is de naam Weshesh dezelfde als die van (W)arsiwa, een koninkrijk in westelijk Anatolië dat ook wel Assuwa heet.

De Tjeker kunnen de Teukroi zijn, een naam die in de homerische epen verbonden is met Troje. Ik wil geloven dat de Denyen geen anderen zijn dan de Danaoi van Homeros en dat de Ekwesh, nog zo’n volk dat in deze tijd opduikt in Egyptische teksten, identiek zijn aan de eveneens homerische Acheeërs. Maar als ooit het tegendeel zal blijken, kijk ik er niet van op.  Dat de Ekwesh besneden waren, zou weleens tegen een Griekse herkomst kunnen pleiten, al weten we niet zo veel over Mykeense hygiënische maatregelen.

Vooruit: de Shekelesj kunnen van Sicilië zijn gekomen en de Sherden van Sardinië. En wie weet zijn de Teresh dezelfden als de Tyrrhenoi ofwel Etrusken. Maar nogmaals: het is allemaal onbewezen.

Archeologie

Er zijn rond 1200 nogal wat veranderingen waarneembaar in het bodemarchief en die worden doorgaans aan de migrerende Zeevolken toegeschreven. Bepaalde soorten aardewerk uit Griekenland, het zuidelijke Balkanschiereiland en zuidelijk Italië kennen andere verspreidingsgebieden, een verschijnsel dat zou kunnen duiden op migratie. In Noord-Italië maakte een lange periode van droogte een einde aan de Terramare-cultuur en het lijkt erop dat tienduizenden mensen van de Povlakte weg zijn getrokken: opnieuw een aanwijzing voor volksverhuizers, al hebben we geen idee waar die mensen naartoe zijn gegaan.

U merkt dat het mogelijk is een verhaal te construeren waarin een klimaatomslag leidt tot een migratie van het noordwesten naar het zuidoosten. Je kunt moeiteloos allerlei verwoestingen rond het oostelijk bekken van de Middellandse Zee met die Zeevolken in verband brengen: de paleisburchten in Griekenland die worden verlaten, verschillende plaatsen op Cyprus, steden als Ugarit. En denk ook aan de ondergang van de Hethieten en de gevechten van Ramses III. Het probleem is: misschien hebben we het bewijs wel iets té gemakkelijk bij elkaar gelegd. Er zijn nogal wat problemen. Daarover morgen meer.

Deel dit blog:
De Zeevolken: meer problemen

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent Read more

De Zeevolken: de problemen

In de stukken die ik tot nu toe wijdde aan de Zeevolken vatte ik samen hoe De Blois en Van Read more

De Zeevolken: het klimaat

In het vorige stuk over de Zeevolken vatte ik samen wat De Blois en Van der Spek erover schreven in Read more

De Zeevolken

In de reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wil ik Read more