De zee! De zee!

23 december 2020

In ons wekelijkse stukje uit een antieke bron vandaag maar eens een superberoemd fragment uit een superberoemde tekst, namelijk de Anabasis van Xenofon. Dat is een van de boeiendste mensen uit de Oudheid: leerling van Sokrates, bevriend met werkelijk toe deed in zijn tijd, publicist, huurling, jager, historicus, reiziger, balling. Auteur van talloze vlot geschreven, interessante teksten. Ze zijn nog overgeleverd ook.

En ook: commandant van een groep Griekse soldaten in Perzische dienst die na een moeizame opmars richting Babylon terug moest keren, dwars door het besneeuwde Armenië. Duizenden mannen, in een land waar ze weg noch steg kenden: de Anabasis is niet alleen een bloedspannend verhaal maar ook een schitterend sociologisch rapport over de interne dynamiek van zo’n groep mannen. De vertaling van dit deel van Anabasis 4.7 is van Marc Moonen.

De vijfde dag bereikten ze inderdaad een berg genaamd Theches. De mannen van de voorhoede waren maar net op de top gekomen of luide kreten klonken op. Toen Xenophon en zijn achterhoede dat hoorden, dachten ze dat de vijand ook de voorhoede aanviel, want zijzelf werden achtervolgd door inwoners uit de platgebrande streek. De soldaten van de achterhoede hadden er reeds enigen gedood en een paar anderen krijgsgevangen gemaakt in een hinderlaag, waarbij ze de hand hadden gelegd op een twintigtal schilden van ongelooide en ongeschraapte runderhuid.

Toen het geschreeuw steeds luider werd en dichterbij kwam, en iedere volgende groep in looppas naar hun kameraden snelde die maar bleven schreeuwen, en het geschreeuw nog luider werd naargelang het aantal groter werd, meende Xenophon dat er iets heel belangrijks aan de hand was. Hij sprong te paard, nam Lycius en zijn ruiterij mee en stormde naar voren om te helpen. En al spoedig hoorden ze de soldaten schreeuwen en hun kameraden toeroepen: “De zee! De zee!”

Daarop begonnen ze allen te rennen, zelfs die van de achterhoede, en ook de lastdieren en de paarden werden in versneld tempo opgejaagd. Toen ze allen op de top gekomen waren, vielen ze elkaar wenend in de armen, ook de generaals en de compagniescommandanten.

Nu ze de zee hadden gevonden, wisten de Grieken dat ze al snel een havenstad zouden vinden, waar ongetwijfeld een Grieks schip zou zijn, zodat ze wisten waar ze waren, een plan konden maken voor de terugkeer en mochten hopen ooit hun familie en vrienden terug te zien. Het is vrijwel zeker dat de mannen de Zwarte Zee ergens achter het huidige Trabzon in noordelijk Turkije hebben gezien. De foto hierboven toont een mogelijke plek, maar toen ik er stond was het bewolkt.

Deel dit blog:
Socrates 3: Anderen over Socrates

[Een korte serie over man die in de Grieks-Romeinse traditie wel 'de vader van de filosofie' wordt genoemd: Socrates. Het Read more

Xenofon in Assyrië

De Tigris De Griekse huurlingen die met de Perzische prins Cyrus waren opgetrokken tegen koning Artaxerxes, zo schreef ik op Read more

Het einde van Klearchos

Marcherende hoplieten (Louvre, Parijs) [Het is kerstmis en in het verleden gaf ik weleens een longread met krijgsgeschiedenis. Eerder bood Read more

De slag bij Kounaxa (4)

Xenofon (Museum van Afrodisias) [Het is kerstmis en in het verleden gaf ik weleens een longread met krijgsgeschiedenis. Eerder bood Read more


Categoriën: Anatolië, Bron, Griekenland