De werken van Barmhartigheid

Adam Elsheimer, Philemon en Baucis
12 september 2021

Afgelopen week ging ik naar Gent om het gerestaureerde Lam Gods te bekijken. Tijdens de uitleg die men gaf, viel me op hoe men uitlegde wat het christendom was. Die vraag houdt me eerlijk gezegd nogal bezig, aangezien in mijn omgeving, seculier als die is, kinderen opgroeien en ik eigenlijk wel zou willen weten hoe je hun iets kunt vertellen over oude kunstwerken. Zo’n kruisiging kan nog zo mooi geschilderd zijn, het blijft een naar gezicht, zo’n verminkt menselijk lichaam. Kun je niet-christelijke mensen uitleggen wat dat is? Trouwens, wat is überhaupt een god?

De Sint-Baafs-basiliek koos ervoor het christendom niet uitsluitend te presenteren met zijn wonderlijke verhaal over zondeval, kruisdood en het verzoenend bloed van het Lam Gods, maar benadrukte dat het christendom ook stond voor concrete sociale actie: vluchtelingen herbergen en hongerigen voeden. We zijn hier op het terrein van de werken van barmhartigheid.

Eerst even het Bijbelcitaat waar het om te doen is: Matteüs 25, een toespraak waarin de evangelist het heeft over de wereld die zal komen. De scène is het Laatste Oordeel – hoe leg je dát uit aan kinderen? – en de Mensenzoon beloont de rechtvaardige mensen. Hij zegt:

Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe. (Matteüs 25.34-36; Nieuwe Bijbelvertaling)

De rechtvaardige mensen blijken het zó vanzelfsprekend te hebben gevonden, dat ze zich niet eens herinneren dat ze dit hebben gedaan. Dat past goed bij de antieke opvatting dat de goden – of, in een joodse context: de engelen – weleens op aarde rondwandelden om te zien hoe de mensen zich gedroegen. “Sommigen hebben zonder het te weten engelen ontvangen”, zoals de auteur van de Brief aan de Hebreeën het formuleert. Uit de Grieks-Romeinse wereld kunt u het verhaal van Filemon en Baukis toevoegen: twee oude mensen die Hermes en Zeus verwelkomen.

Het idee van concrete zorg voor degenen die het minder hebben getroffen, kwam niet uit de lucht vallen. In de zesde eeuw v.Chr. definieerde Ezechiël rechtvaardigheid al als je houden aan de geboden van de Wet van Mozes, waaraan hij het delen van je brood en het verstrekken van kleding toevoegt (Ezechiël 18.7). Een eeuw later geeft de auteur die bekendstaat als Trito-Jesaja hetzelfde advies en hij voegt toe dat je ook arme mensen in je huis kunt opnemen (Jesaja 58.7). Weer iets later vermeldt de auteur van de hellenistische tekst Tobit het uitdelen van voedsel en kleren (Tobit 4.16) terwijl zijn tijdgenoot Jezus Sirach vrijgevigheid, grafgiften en ziekenbezoek adviseert (Sirach 7.32-35). Hij voegt toe: klaag met degenen die klagen. Wij zouden het empathie noemen. Overigens zijn het bij Sirach nogal utilitaire deugden, want hij wijst erop dat je je zo populair maakt.

Weer een andere parallel vinden we in de al genoemde Brief aan de Hebreeën 13.3, die ook licht werpt op de martelingen in de Romeinse gevangenissen.

Bekommer u om de gevangenen alsof u samen met hen gevangenzat, en om de mishandelden als om mensen die net zo’n lichaam hebben als u.

Kortom, nieuw is het idee van de werken van barmhartigheid niet. Matteüs noemt er zes: hongerigen spijzen, dorstigen laven, naakten kleden, vreemdelingen herbergen, zieken verzorgen, gevangenen bezoeken. Voor die dorstigen zie ik zo snel geen parallel. De middeleeuwse kerk heeft een extra advies toegevoegd, namelijk het begraven van de doden. Daarmee kwam het aantal werken van barmhartigheid op zeven. En nogmaals: zoals het verhaal van Filemon en Baukis toont, is dit alles niet specifiek voor de joods-christelijke traditie.

Er is echter wel een stevig verschil tussen de adviezen uit Ezechiël, Jesaja, Tobit en Sirach enerzijds en Matteüs 25 anderzijds: de verwachting van de Eindtijd. Bij het eerste viertal is er geen sprake van een Laatste Oordeel, terwijl dat bij Matteüs de crux is. Daarmee is het, geloof ik, overigens niet heel erg anders dan diverse Dode-Zee-rollen en de Henochitische literatuur.

En een ander punt: als Filemon en Baukis twee vreemdelingen herbergen, laven en spijzen, doen ze dat om de doodeenvoudige reden dat het zo hoort. In de joodse wereld, waar ook de auteur van het Matteüs-evangelie bij hoort, ligt dat iets anders: een Jood behoort tot het uitverkoren volk en reageert op die genade door zich te houden aan de Wet. Je kunt het beschouwen als een vorm van noblesse oblige.

In elk geval: de Werken van Barmhartigheid behoren tot de joods-christelijke traditie en het staat de Sint-Baafs-basiliek vrij het christendom hiermee te typeren. Maar ik hecht eraan op te merken dat het bepaald niet specifiek is voor het christendom.

Deel dit blog:
Hatra

De buitenmuur rond de stad en de binnenmuur rond het heiligdom van Hatra De naam “Hatra” is Aramees en betekent Read more

De troonzaal in Babylon

Binnenplaats van het paleis in Babylon, met rechts de doorgang naar de troonzaal Je kunt niet zinvol over de Oudheid Read more

Domitianus en de christenen

Domitianus (Italica) Twee weken geleden schreef ik over de Fiscus Judaicus, de door keizer Vespasianus ingevoerde en door zijn zoon Read more

Ktesifon

Een iwan (schaduwboog) van het Parthische/Sasanidische paleis Ik schreef gisteren over de Macedonisch-Grieks-Syrisch-Babylonische stad Seleukeia, die in de tweede eeuw Read more


Categoriën: Christendom, Jodendom