De vroege Stoa 2: de Natuur

Heraclitus (Museo archeologico nazionale, Napels)
23 december 2020

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school van de volgelingen van Aristoteles. In deze serie behandelen we deze filosofische stromingen, en bekijken we hoe de filosofen zich tot elkaar verhielden. In deze derde reeks van vijf afleveringen: de vroege Stoïcijnen. Het eerste deel is hier.]

Wat de natuur betreft herkende Zeno zich meer in het standpunt van de tweehonderd jaar eerder levende filosoof Heraclitus, dan in dat van de cynici. Van Heraclitus leent Zeno het idee dat onze wereld een continu veranderende wereld is, en zich daarbij laat leiden door natuurwetten. Deze natuurwetten vormen volgens Heraclitus de ware aard van de Natuur, die hij als God beschouwde.

En hier sluit Zeno zich bij aan. Maar Heraclitus dacht in tegenstellingen, die beschouwde hij als de moeder van alle verschijnselen. Zeno heeft geheel in lijn met de hellenistische tijd, waarin de natuurwetenschappen een hoge vlucht namen, een natuurwetenschappelijke manier van kijken, en verwerkt deze in zijn versie van de filosofie van Heraclitus. Hij ziet in plaats van tegenstellingen oorzaak-gevolgrelaties als de kracht achter verandering.

De God van de stoïcijnen

Net als zijn tijdgenoot Epicurus stelt Zeno dat er niets anders is dan materie. Niet alleen de zichtbare verschijnselen, ook onzichtbare zaken als de ziel en de goden moeten volgens Zeno uit materie zijn opgebouwd.

In de atomistische theorie die Epicurus aanhing was echter plek voor toeval. Zeno en zijn volgelingen geloofden daar pertinent niet in. Zij geloofden in fundamenteel determinisme. Alles heeft een oorzaak. Alles wat gebeurt, gebeurt onvermijdelijk als gevolg van het voorgaande. Alles hangt dan ook samen met elkaar.

Wat we als toeval zien heeft een verborgen oorzaak. Alles gebeurt volgens de wil van de natuur. En alles wat gebeurt staat eigenlijk van tevoren al vast. Het hele wereldgebeuren is een vaststaande keten van reacties.

De natuur werkt volgens de natuurwetten. De stoïcijnen spreken van de natuurwetten als van de wereldrede, de Logos. Volgens de stoïcijnen zit de natuur door oorzaak-gevolgrelaties fundamenteel logisch en redelijk in elkaar. Het begrip ‘Logos’ is in de stoïcijnse filosofie dan ook een synoniem voor ‘Natuur’. En het begrip ‘Natuur’ is op zijn beurt weer inwisselbaar voor ‘God’. De stoïcijnen gebruiken deze drie termen graag door elkaar, om verschillende aspecten van hetzelfde aan te duiden.

Pantheïsme

De stoïcijnse God lijkt dus niet op een mens, zoals de traditionele Griekse goden. Ook is de stoïcijnse God niet zoals de God van Plato, die ‘het goede’ belichaamt. Het is ook niet de God van Aristoteles, die de uiteindelijke oorzaak is van alles wat is, de onbewogen beweger.

De stoïcijnse God lijkt daarbij zeker niet op de christelijke God. De christelijke God staat los van de wereld en oordeelt daarover. De stoïcijnse God heeft de wereld niet geschapen en velt daarover geen oordeel: hij is daaraan gelijk.

De God van de stoïcijnen is niets meer en niets minder dan het hele universum. Iedereen en alles wat er is maakt als het ware deel uit van één samenhangend goddelijk wezen. Dit noemen we pantheïsme.

En omdat de wereld gehoorzaamt aan natuurwetten, en de natuurwetten volgens de stoïcijnen fundamenteel redelijk zijn, is God een redelijk wezen.

[Morgen meer. Deze serie bevat een aantal hoofdstukken van het boek: De wereld vóór God – Filosofie van de Oudheid. Het hele boek is hier te bestellen.]

Deel dit blog:
De vroege Stoa 3: de weg naar het geluk

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school Read more

De vroege Stoa 1: Zeno versus Crates

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school Read more

De vroege stoa 5: stoïcijnse en aristotelische logica

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school Read more

De vroege stoa 4: negatieve emoties ontmaskerd

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school Read more


Categoriën: Hellenisme